Epiloog

O Licht - Bron van alle Krachten - 

verwarmende Gloed van het Vuur des Levens.

Indien gij mij waardig zoudt bevinden om de omzetting te mogen 

volbrengen, hoe bevoorrecht zou ik zijn.

Indien de loden ommanteling zou mogen smelten 

in de intensiteit van Uw hitte, hoe zouden hart en hoofd gereinigd worden 

van hun beletselen.  


Mijn leven zou zich voortspoeden tussen het Ware Begin en het Goede 

Einde en niets zou er zijn dat mij zou afhouden van de Weg der 

Overwinning. 

Daarom, Gij die ik ken als het Leven des Levens, breng Uw Leven in mij 

als een voortdurende beweging, opdat ik niet opgesloten worde in de 

gevangenis der versteende beelden, 

opdat ik niet besprongen worde door de scheppingen van mijn onreine 

hart en mijn zelfgenoegzame denken. 


Leg de Stilte van de eenvoud om mij, O Licht,  

leg het peilloze Niets in de diepten van mijn zelf, 

zodat ik langs de  treden van het Innerlijke ervaren opklimme tot de oevers 

van het land Uwer Wijsheid, waar het Grote Zwijgen der intense 

Scheppingsarbeid heerst. 

Want Gij alléén zijt Heer, Schepper, Kennis, O Licht! 

Amen

(Boek der Mandaeën)


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene