Epiloog

Wanneer de tegenstand zich in mij ter ruste legt 

in de schoot van het Niet-Zijn, 

dan treedt Uw Licht, O Eenheid, naderbij 

en het samensmelten van de twee is als een bekroning, 

waarin het Goede Einde zich openbaart in ziel en geest.


De alchemische bruiloft wordt bezegeld 

door de opstanding van de vuurvogel, 

die zich verheft tot de hemelen van azuur, 

waarin het Woord der Schepping geschreven staat.


Moge ik verstaan dat de arbeid van de poortwachter 

oneindige verten voor mijn blik ontrolt, 

en mogen uiterlijke pracht en praal mij niet verblinden.


Want de bruiloft wordt niet gevierd in de feestzaal dezer wereld, 

maar in de saturnale afgronden, 

waar de demonen knielen en het Licht de Omzetting volbrengt.

Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene