Uit de trillingen van het dagelijkse leven opgestaan, zoekt de ziel een sfeer waarin zij wonen kan. 

Her- en derwaarts dwalende komt zij in aanraking met de kwetsende slagen van de zweep der wereldheersers, die haar voortjagen tot aan een dodelijk einde.

O Ziel, weest niet bevreesd, 

O Ziel, huivert niet onder de kille stromen, die de liefdeloosheid doet geboren worden. 

Weent niet, wanneer de harde woorden der onwetenden u nodeloos wonden. 

Uw weg is de weg der zoekers, O Ziel, die wijsheid moeten vergaren om wetenden te worden. 

Uw Pad is een pad van verborgen vreugde, daar zij het doel wordt van hen, die in zichzelf de schatten der geestelijke Rijkdom verzamelen. 

Zie de majesteit van de innerlijke horizon des Geestes, en daal af tot de diepten van de onpeilbare Herinneringen Gods. 

Kom tot bewustzijn, O Ziel, en aanschouw de wondere kleuren van het spectrum in het Goddelijke Universum. 

Beluister de muziek, die de Volmaakten aan de harp hunner ingewijde 

Zielen ontlokken en baadt u in de ethers der eeuwige harmonie. 

Vergeet het leed, dat de zoekersweg u bracht, vergeet het kwaad, dat de vervolgers u berokkenden, vergeet de uitputting die volgt op de vele teleurstellingen. 

Herinner u de Stem uit het zo lang vergleden verleden. 

Herinner u het kleed der Heerlijkheid. 

Herinner u het Leven, dat opwelde uit de Bron der eeuwige Vreugden! 

Sta stil, O Ziel, en zoek niet langer, verzink in de onbeweeglijkheid van hen, wier innerlijke zintuigen geopend worden. 

Geef u niet over aan de golven van disharmonie, die de hunkering naar Volmaking uit uw droom verjagen. 

Hul u in de beschermende mantel, die u gereikt wordt door de handen van Hen, die u voorgaan op het Pad tot de Hoogten. 

Laat geen enkele vorm van natuurlijk leven de heiligheid van uw verbintenis met de God der Goden verbreken. 

Daarom, houd op met uzelf te pijnigen, met uzelf te vermoeien, met uzelf af te tasten. 

Ruk u los uit dat spel der wisselingen, O Ziel, en herken de vergankelijke waarden van de weg waarlangs u heensnelt als een prooi, op de vlucht voor zijn jagers. 

Houd u verborgen in uw eigen diepste zelf, gij zijt ongrijpbaar, onbereikbaar, onaantastbaar en onvernietigbaar! 

Gij, O Ziel, in aanraking met de Allerhoogste, zijt opgenomen in de Kracht, het Licht en de Warmte van het Eeuwige Vuur, de Bron aller Krachten, de Wortel aller Leven, de geestzon aller Hemellichamen. 

Waarom zoudt gij langer toeven in de dreven der lagere natuur? 

Waarom zoudt gij langer spelen met al die aanzichten der stoffelijkheid? 

Waarom zoudt gij langer uw dagen en nachten vullen met het vergieten van onnutte tranen? 

Ontwaak, gij Ziel! 

Sta op, kandidaat op het Pad van de drievoudige Heerlijkheid en aanschouw de worsteling van uw Ziel, zie hoe zij verlangt uit te breken uit de gevangenis van het aardse leven en wordt kleinmoedig, o Kandidaat, want gij zijt het, die de veroot-moediging behoort in te gaan, wil de ziel op de vleugelen der vrijheid het Aurora tegemoet kunnen vliegen. 

O Aurora! Morgenrood der Bevrijding uw stralen hullen mij in wond're gloed! 

O Aurora! Opstanding van Licht en Leven, uw aanraking brengt vreugde en vernieuwing! 

O Aurora! Belofte van de Nieuwe Dag van Openbaring, uw kleuren wekken mij tot voorwaarts gaan, uw trillingen roepen mij: Bouw voort! De Dageraad wenkt reeds! De Zon IS verrezen! 

Het Land van Belofte toont zijn gelaat, de arbeiders komen, door moed weer omstraald! 

O Aurora! Zon van Vervulling! Wij begroeten U! 

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene