Wel vriend, zo gij voortgang wilt vinden op het Pad der Rozen zult gij uzelf moeten veranderen in een serieuze pelgrim, die zich niet langer vastklemt aan het wel en wee dezer natuurorde.

Al uw zorgen, uw bekommernissen komen voort uit de ziekten van lichaam en ziel, die zich daar eeuwenlang hebben genesteld en uw wezen gebruiken als een tehuis der demonen.

Eeuwenlange woekeringen maakten ons tot gebrokenen, tot mensen, die slechts op het Licht reageren kunnen, wanneer de stem der doodsnatuur een ogenblik zwijgt. 

Het kleed der Reinheid, dat het doorvoerkanaal is voor de vibraties der Hoogten laten wij steeds weer van onze schouders vallen en de disharmonie maakt ons tot redeloze en ontredderde schepsels, die zich door de golven des levens laten medevoeren, tot zij stranden op de klippen der wanhoop en duisternis, die hen het land der ontgoocheling ontsluiten. 

Een enkele aanraking des Lichts is niet voldoende om van u een Lichtzoon te maken, o pelgrim, maar uw lichaam en uw ziel moeten uit louter lichtatomen bestaan, wilt gij anderen de essentie van het Licht over kunnen dragen als een Openbaring des Allerhoogsten.

Zo gij echter, pelgrim, de fase bereikt hebt waarin het Licht u als een wonder tegemoet komt vanuit uw ziele-diepte, weest op uw hoede voor de demonen der arrogantie. Weest op uw hoede voor hen, die u in adoratie willen nederwerpen voor uzelf, zodat gij volkomen zult opgaan in de eerste aanrakingen des Lichts en geleid door het spel der misleiders, uzelf zult aanbidden, als een geroepene. 

Hij, die geroepen is, is begenadigd. 

Hij, die de Roep verneemt, is gelukkig. 

Maar hij, die de Roep verneemt en beantwoordt is de meest wijze onder allen, want de daad der verwerkelijking wordt in hem tot een realisatie van het Nieuwe Verbond.

Daarom, pelgrim, herken uzelf, herken uw innerlijke vorderingen en belemmeringen, en leidt uzelf voort middels de aanrakingen des Lichts. 

Verheerlijk uzelf niet, omdat het Licht binding met u gevonden heeft, maar verheerlijk eerder uw smartelijke ervaringen, die u tot de vibraties des Lichts voortdwongen. 

En vergeet nooit, kandidaat, stilstand op de Grote Thuisweg is onbekend. 

Elke stilstand betekent een verankering aan een fase en weldra een terugval in de verstening. 

Een pelgrim, die de Grote Thuisweg bewust betreden heeft gaat voort, omdat hij een Doel bereiken wil, omdat hij een hunkering bezit die hem voorwaarts dringt, zodat elke stilstand in hem als een pijniging wordt. 

Hij, die de geest der dingen zoekt, berust niet in uiterlijke schoonheid, in frasen en theorieën, hij zoekt de Levende Vlam waarin zijn ziel Waarheid, Licht, Vreugde en vooral Wijsheid vindt. 

Hij is de mens, die zich niet meer laat bedriegen door de vele schone spiegelingen, die de handhavers dezer natuur hem voorhouden. 

Maar hij heeft kennis verkregen van de veelzijdigheid der grote leugen en hij kan schouwen in de diepte van het Waarachtige Zijn om de grond van de Universele Waarheid te herkennen.

Iedere fase op de Grote Thuisweg, o pelgrim, is een lering, en gij moet verstaan, dat uw leven opgebouwd wordt uit gebeurtenissen, die tot doel hebben u bewust te maken van de Opdracht Gods. 

Daarom, weest niet bedroefd, weest niet beangst of wanhopig, zo uw ervaringen u aangrijpen als een wreedaardig monster, maar bezin u, werk, denk en handel uit de binding des Lichts; deze is er om uw leven te veranderen, om uzelf te veranderen, om u te herscheppen. 

En zo gij de vreugde van de Verhevenheid des Lichts gevonden hebt - in u, om u -, dan stijgt in u het verlangen omhoog, de zieken, d.w.z. de wanhopig zoekenden, de zichzelf verziekende mensen, te genezen. 

Een pelgrim, die de binding des Lichts ondergaat als een Levende werkelijkheid, keert niet in tot zichzelf om zichzelf te bevredigen. 

Zo hij het Manna des Levens bezit deelt hij die uit tot hij niets meer voor zichzelf overhoudt, want de pelgrim der hoogste fasen heeft het ego afgelegd en denkt aan zijn naasten, gelijk als aan zichzelf. 

Al hebt gij Kleine Kracht, voortklimmende pelgrim, gij zijt begenadigd gelijk geen ander, want hij die de Kleine Kracht herkent, behoudt, en vooral gebruikt, vervalt nimmer in de arrogantie van het egocentrische spiritualisme. 

De Grote Thuisreis wordt door deze kandidaat afgelegd temidden van hen, die hij liefheeft, en hij gaat met hen tezamen, want de kandidaat der 

Verwerkelijking zal nimmer spreken: 

Zie, Vader, hier ben ik, maar, zie Vader, daar zijn wij, degenen die Gij mij toevertrouwd hebt, allen zijn wij tot het bewustzijn van Uw Majesteit gekomen. 

Daarom, hij die zijn broederen niet helpen wil, is een falende, een die de binding met het Licht niet kent. 

Hij, die zich terugtrekt in de Diepe Stilte van Bethlehem om het Christuskind slechts te aanbidden, is een slapende wijze. 

Maar hij, die de Naam der Namen met bloeddoortrokken letters in zijn Hart schrijnen voelt, hij is de uitverkorene, die de Zalig-sprekingen vermag te kennen en over te dragen. 

Dit zij uw Doel, o pelgrim - en uw Doel zij uw Leven. 

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene