Bezinningsmeditatie 31

O Licht, dat in mij en om mij is!

O Licht, onsterfelijke bron des Levens!

O Licht, waarin de lach der ziel

weerklinkt als een bemoediging!


Voer mij tot het waarachtige Begin

dat zich in de eeuwigheid verbergt, 

voer mij tot het Goede Einde

dat zich in de eeuwigheid oplost

en hul de Lichtzoon van uw Ras

in het kleed Zijner afkomst,

en versterk de roep van zijn broederen: 

Keer weder! Keer weder! Zoon van de Zon!

Keer weder! Keer weder! Zoon van Water en Vuur! 

Keer weder! Keer weder! Zoon der Eeuwigheid!

Keer weder en ontvang de zegen van Uw Vader!

Amen


Wij lezen u fragmenten uit Hermetische geschriften:


Ik roep u aan, gij die de grootste onder allen zijt! Gij die alles hebt geschapen, die uit uzelf geboren zijt, die alles ziet maar niettemin niet gezien wordt. Gij hebt aan den Zon haar glorie en haar kracht geschonken, gij hebt de maan de macht gegeven tot groei en te volgen een regelmatige loop zonder aan de vroegere duisternis iets te hebben ontnomen, aan allen schenkende een gelijk deel.

Door uw verschijning kwam de wereld tot aanschijn en werd het licht. 

Alle dingen zijn aan U onderworpen, gij, waarvan geen der goden de ware vorm kan zien. Maar gij, gij leeft in het onzichtbare en toch herschept gij alle vormen, gij, Aeon der Aeonen. 

Kom tot mij, God, gij, die uit de vier winden uitging! 

Opperste Meester, die de mensen de levensadem hebt ingeblazen! 

Heer van alles wat schoon is op aarde! 

Luister naar mij, Heer, wiens Naam verborgen is, Onuitsprekelijke! 

Uw naam doet de demonen beven van angst, die Zon licht op, de aarde draait rond, Hades geraakt in moeilijkheden, de vlammen, de zee, de moerassen verharden zich, heel de chaos wordt tot vorm, waarvan de hemel het hoofd is, de ether het lichaam, de aarde de voeten en het water dat u omringt is de Oceaan, de goede macht. 

Gij zijt de Heer, die verwekt en voedt en alle dingen doet groeien. 

Wie heeft de dieren gevormd, wie heeft de wegen ontdekt? 

Wie heeft de vruchten voortgebracht, wie heeft de toppen der bergen opgericht? 

Wie heeft de winden het bevel gegeven hun jaarlijkse arbeid te verrichten? 

Welke voedende aeon regeert over de aeonen? 

De enige God, onsterfelijk.

Gij zijt het die al het zijnde verwekt hebt,

Gij zijt het die de zielen alles schenkt,

Gij zijt het die over alles regeert, Koning en Heer der Aeonen, 

Gij, voor wien de bergen en de vlakten beven, voor wien de stromen van bronnen en rivieren, de diepten der aarde en de winden, alles dat leeft, siddert. 

De hemel die schittert in de hoogten beeft bij uw aanschouwing, evenals alle wateren, Heer, Meester der Meesters, Heilige Leider van alle wezens! 

Door uw kracht bestaan de elementen en alles wat groeit, de loop van de zon en van de maan, de nacht en de dag, in de lucht en op de aarde, in  het water en in de rook van het vuur. 

Aan u behoort de eeuwige lichtzaal waar zich als een heilig beeld uw Naam aftekent, het heptagram volgens de harmonie van de zeven klinkers. 

Uit u komen de goede invloeden der sterren, het kwade, het geluk, het lot. 

Gij zijt die rijkdom, ouderdom, geluk, vruchtbaarheid, kracht en voeding schenkt. 

Gij, Heer des Levens, die regeert over de sferen boven de sferen beneden, door wie de gerechtigheid niet word gekluisterd, wiens schitterende Naam de engelen lofzingen, Gij, die de waarheid zonder leugen bezit, luister naar mij! 

Wijd mij in in uwe werken, opdat deze Kracht, die in mij is, in alle plaatsen bewaard moge blijven, opdat deze Kracht in mij nooit zal verzwakken, noch in beproevingen of in droefenis, noch in vermoeidheid of belastering. 

Ja, Heer, want alle dingen zijn U onderworpen, aan U, Heer der Hemelen - en zo Gij mij bewaart zal niemand mij kwaad kunnen berokkenen, want ik heb Uw Grote Naam aangeroepen en zo roep ik U opnieuw aan: Universele Koning, Enige God! 

Vader des Kosmos, Gij gezegende en enige onder de aeonen, ik roep u aan in mijn kosmische gebeden.

Kom tot mij, Gij, die de adem aan het universum gegeven hebt, ontvang mijn gebeden als pijlen des vuurs, want ik ben een mens Gods, ik ben geboren uit de Hemelse God, geboren uit de adem, de dauw en de aarde. 

Bewaar mij voor de hoogmoed en het verlagen van alle hoge Kracht. 

Ja, Heer, God der Goden, bevestig dit. 

Want Gij zijt de Onuitsprekelijke, voor wiens Naam alle demonen sidderen. 

Bewaar mijn Kracht, Heer der Hemelen, want ik ben de Uwe!

Amen

Epiloog

Gij die de dood niet kent,

in wien de eeuwigheid zijn vleugelen breidt

over het Boven en het Beneden,

bewaar de Vonk des Levens in mij,

zodat de schaduwen van Hades wegglijden

in hun schuilhoeken.


Heer, Gnosis der diepten! Gnosis der Hoogten!

Niemand vermag u te kennen, 

noch uw Aangezicht te schouwen,

allen zullen zij ter aarde vallen en hun gelaat verbergen,

want Gij zijt Licht!

Lichtender dan alle zonnen,

lichtender dan alle vuren!


Heer, Gij, die de hemelen bevestigde door uw Adem!

Gij, die de aarde vormde door Uw Gedachte!

Luister naar mij, die tot u komt in het kleed uwer Koninkrijk!

Bewaak mij tot in de wedergeboorte in Uw Eeuwigheid,

bewaak mijn ziel, bewaak Uw kracht-in-mij!

En roep mij met de Naam die Gij mij gaf

aan het Hof Uwer Lichten, Heer!

Amen


Diepe Vrede legge zich in u door het Gebed van den Lichtzoon!




1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene