Bezinningsmeditatie 30

Moge gij, het wonder ervaren van de bloeiende Roos in het hart van het Kruis. 

Amen


O Licht, in wie geen duisternis woont,

in wie allen zich kunnen verenigen

tot één Vlam der Reinheid.


Werp de straling van Uw Lichtkracht

over onze arbeid - over onze levens - over ons pogen.


Gij, O Gnosis van den Beginne, 

doorlicht onze hoofden - onze harten, 

opdat wij blijvend kennis zullen dragen 

van Uw Waarheid.


O Licht, in wie alle gnostieke Boodschappers 

hun Moed, hun Vreugde en hun Wijsheid gevonden hebben, 

wees ons nabij.

Amen


Er is slechts reden voor vreugde, o vriend, zo gij de diepte der gnostieke Waarheid doorschouwd hebt.  Nimmer meer kan zij u verlaten, zo zij woning gevonden heeft in uw hartebloed, en zo gij door de aangrijpende ervaringen des levens voortgedrongen werd tot de Hoogten van de aanrakingen der Innerlijke Verlichting. 

Waarom dan, gij, die de levensgang der Rozen gevonden hebt, tast gij rond in de duisternis van het Land van Maya?

Waarom laat gij u steeds weer misleiden door de weerspiegelingen der leugen, die slechts tijdelijke beelden vormen in uw voorbijgaande leven? 

Grijp met de zinnen uwer ziel naar de .waarden der eeuwigheid, die gij kennen moet, daar zij verborgen liggen in de bron van uw oerherinnering en gij slechts hebt te delven in uzelf, om ze bloot te leggen en hun schittering aan de wereld te tonen. 

Uw hunkering volgende, zijt gij gekomen tot aan het bewustzijn van de lichtende Waarheid en uw hart werd ontroerd door de pracht van deze verlossende Werkelijkheid. 

Uw hart blijve levend, in deze ontroering des geestes, o pelgrim, opdat de poort geopend blijve en de trillingen des Lichts doorlopend ingang kunnen vinden. 

Sta niet toe dat Maya uw hartepoort sluit, laat niet toe dat gedachten van twijfel en wanhoop het Aurora uwer ziel verduisteren, zodat de koude van de onzekerheid u in de afgrond van de fundamentloosheid sleure. 

Zo gij staat op de basis van de gnostieke Waarheid, kunt gij niet meer terugvallen in het dogma van het kerkelijke christendom, noch uzelf verheerlijken in de schijn van het occultisme. 

Uw ervaringen, o pelgrim, voortgebracht door de Genade des Lichts, zijn als de treden van de ladder, die zijn top verbergt in de hemelen van het Eerste Bestaan. 

Gij bestijgt deze ladder NU als een wetende; waarom zoudt gij een trede teruggaan, nu gij de straling des Lichts reeds gevoeld hebt en wéét dat deze u voort zal trekken tot achter de sluier van het Grote Mysterie? 

Het besef van de Ene Religio der Ziel, die slechts verlangt haar Bron weder te vinden, worde tot een brandend vuur in u, dat u pijnigt zo het nodig is, dat u verwarmt zo u zelf de koude der duisternis als een ondoordringbare wade om u heen hebt gelegd.

Het worde in u tot een Levensbron, waarin gij doorlopend kunt afdalen om energie te putten voor de Weg die voor u ligt.

Moedeloosheid is wantrouwen, voortgekomen uit onwetendheid omtrent de Oneindige Pracht des Lichts. Zo gij wantrouwen bezit dat u tot een gedeprimeerde pelgrim maakt, die zijn ogen gesloten heeft voor de straling van het Aurora, zijt gij verdwaald in het Land der Duisternis, dat in 

Waarheid niet IS, maar slechts door u geschapen werd.

Uw energie, o pelgrim der Gnosis, worde niet misbruikt aan het scheppen van beelden, die u overschaduwen en u overheersen, totdat gij de slaaf geworden zijt van uw misleidende creaties. 

Weldra zult gij de Weg niet meer zien en verdwalen in de wegen, die u voorgespiegeld worden door uw overheersers. 

O pelgrim, bewaar toch de binding met de Roep der Eeuwigheid, gij zijt immers tot het stadium van innerlijke verlichting gekomen? 

Dan behoort gij de  Meester te kennen die in uzelf leeft, dan behoort gij de stem te kennen, die u steeds weer losrukt uit de nevelen der vergissing. 

Ga voorwaarts en treedt niet steeds terug wanneer gij een belemmering ontmoet, maar ga voorwaarts, slechts zo kunt gij het Wonder van de voortdurende binding, des Lichts binnengaan en zult gij de Wijsheid kunnen begroeten, die als een wonderbare Roos in uzelf openbloeit.

En zo gij meent alleen te zijn, vermoeide pelgrim, zie om u heen, herken hen die naast u gaan en aanvaardt de hand die u gereikt wordt door vrienden, die de Weg kennen. 

In Gemeenschap voortgaande - elkander helpende - elkander verlichtend, elkander vergevende en aanvaardende, zo wordt de Gang der Rozen één gezamenlijke vreugdegang en de Vlam van het Aurora smelt allen tot één.

Eén in werken - één in leven - één in verlangen - één in  weten.

Deze Vlam, die alle tegengestelden uitbrandt, wegschroeit, deze Vlam te kennen is meer dan alle vreugde op aarde. 

deze Vlam IS, pelgrim!  Hij is in u, om u, en in uw naaste!

Herken deze Vlam der Ziel, die het mogelijk maakt dat u opstaat uit de begrensdheid van uw denken en willen. 

En bewaar die onbeschrijflijke vreugde en die zekerheid des Lichts als een schat, werp deze kennis niet weg, maar voedt u daaruit en bouw zo mede aan het Lichtende Tehuis, waaruit allen gevoed worden. 

Gij zijt begiftigd met grote gaven, o pelgrim, al hebt gij Kleine Kracht, de Kroon der Uitverkorenen kan u geworden. 

Wees stil voor Hem, die u zalven zal met de welriekende olie der Goden.

Wees stil, o pelgrim, en kniel neder voor de Wijding des Lichts.

Amen

Epiloog

O Bron des Levens, Universeel Atoom der Goddelijke Schepping,

trek mij op tot Uw stralende Liefdehart,

waarin mijn ziele-atoom haar Kracht des Levens zal wedervinden.

Sluit mijn aardse zintuigen voor de beelden van deze wereld

en voer mij door de hitte van Uw ervaringsvuur 

tot voor de Poort des Lichts. 


Verander de smart van mijn verdeeld innerlijk 

in de harmonie van de Eenheid, 

waarin ik de Rust van Uw Reine Stilte ontmoeten kan. 

Jaag mij verder langs de Paden van Uw Opdracht, 

opdat de dood der verstening mij niet aangrijpe. 

Want in de beweging van Uw Stroom des Levens, O Licht,

herken ik de genade van Uw Barmhartigheid.


O Machtige Kracht, waarin mijn ziel eens haar woning had,

houdt mij omvat, zodat Uw Wijsheid mij niet ontvalle.


Uw aanraking te bespeuren in mijn hart, in mijn hoofd, in mijn wil, is 

vreugdevoller dan mijn leven.

U te kennen, O Licht, is Genade en de Diepte der Gnosis. 

Amen


Gij, die de Bergrede verstaan kunt, 

en het Licht ziet opgaan over de dalen der duisternis:

Gezegend zijt gij, Geroepen zijt gij,

Beluister de Stem die spreekt op de Bergen en getuig door uw Daad.



1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene