Epiloog

O Licht - Machtige, Onveranderlijke Bron van al mijn krachten. 

O God - Denken van mijn denken - Hart van mijn hart. 

O Schepper der wonderbaarlijke levenskrachten van alle wezens 


In U vindt mijn ziel haar reden tot Leven.

Uit U stromen onophoudelijk de aanrakingen des Lichts, 

die mij bezielen tot het uitspreken van Uw Naam  

als een Gebed - als een Lofgedicht - als een Sferenzang.


O Gij, die door mij gekend wordt, 

die ik nochtans niet vermag te naderen door woorden, 

noch door leringen.  

Gij, boven alles en allen staande,  

boven alle begrenzingen verheven.  

Gij, die de elementen niet vermogen te vernietigen, 

Gij, Eenheid, uit wie alle trillingen geboren worden, 

tot Wie alle trillingen terugkeren. 

Gij Leven - Vuur - Liefde, 

Stroom der .Reine Wateren, 

Aarde, waarin alle Leven ontkiemt, 

Lucht, waarin alle gedachtenstromen zich voortplanten. 

Gij, alles in allen, hoe zou ik U kunnen naderen, 

ik, die niets ben, uit het duister tot het licht gekomen, 

ziende slechts hetgeen ik vermag te zien in mijn onvolkomenheid.

Gij, Grote Schepper, leef Gij in mij opdat ik Uw Leven kenne!

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene