Epiloog

Eeuwige en Universele Welbron van Liefde, Wijsheid en Geluk.  

De natuur is het boek waarin uw aard beschreven staat en niemand kan 

het lezen tenzij hij uw school heeft doorgemaakt.

Daarom zijn onze ogen op u gericht, zoals de ogen der dienaren gericht 

zijn op de handen van hun meesters en meesteressen, van wie zij 

hun gaven ontvangen. 

O Gij, Heer der Koningen, wie zou u niet loven, onophoudelijk en eeuwig, 

met heel zijn hart? 

Want alles in het Universum komt van U, uit U, behoort U toe en moet 

weer tot U terugkeren.

Al wat bestaat zal ten laatste weer ingaan tot Uw liefde of Uw toorn, uw 

licht of uw vuur, en ieder ding, hetzij goed of kwaad, moet dienen tot Uw 

verheerlijking. 

Gij alleen zijt de Heer, want uw wil is de Welbron van alle krachten die in 

het Universum bestaan; niets of niemand kan aan U ontkomen.

Gij zijt de Koning der Wereld, Uw verblijfplaats is in de Hemel en in het 

heiligdom van het hart der deugdzamen.

Universele God, Enig leven, Enig licht, Enige macht, Gij alles in Alles, 

boven alle uitdrukking en voorstelling verheven. 

O natuur, Gij iets uit niets, gij zinnebeeld van Wijsheid. 

Uit mijzelf ben ik niets, in U ben ik, voortgekomen uit niets; leef Gij in mij 

en voer mij uit de sfeer van het ik-zijn naar het Eeuwige Licht.

Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene