Wij lezen u gedeelten voor uit de Zeven Brieven aan de Zeven Gemeenten, die in Asia zijn.


Schrijf aan de engel van de Gemeente te Ephese:

Ik weet uwe werken, en uw arbeid en uw lijdzaamheid en dat gij de kwaden niet kunt verdragen. 

En gij hebt om Mijns Naams wil gearbeid en zijt niet moede geworden.

Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste Liefde verlaten hebt. Gedenk dan waarvan gij uitgevallen zijt en bekeer u en doe de eerste werken - zo niet, 

Ik zal uw kandelaar van zijne plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert. 

Schrijf aan de engel van de Gemeente te Smyrna:

Ik weet uwe werken en uw verdrukking en uw armoede, en de lastering dergenen die zeggen, dat zij Joden zijn en zijn het niet, maar zij zijn een synagoge des Satans. 

Vrees geen der dingen, die gij lijden zult. 

Zie, de duivel zal enige van ulieden in de gevangenis werpen en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. 

Zijt getrouw tot in de dood en Ik zal u geven de Kroon des Levens.

Schrijf aan de engel van de Gemeente te Pergamus:

Ik weet uwe werken, en waar gij woont, namelijk daar waar de troon des Satans is. 

Maar Ik heb enige dingen tegen u, namelijk dat gij aldaar hebt, die de leer van Balaäm houden, die Balak leerde de kinderen Israels een aanstoot voor te werpen, opdat zij afgodenoffer zouden eten. 

Bekeer u en zo niet, ik zal komen en tegen hen krijg voeren met het zwaard Mijns monds. 

Die overwint, hem zal ik geven een witte keursteen en op de keursteen een nieuwe naam geschreven, welke niemand kent, dan die hem ontvangt.

Schrijf aan de engel van de Gemeente te Thyatira:

Ik weet uwe werken, en liefde en dienst en geloof en uw lijdzaamheid. 

Maar ik heb tegen u dat gij de vrouw Jezebel, die zelve zegt een profetes 

te zijn, laat leren en mijne dienstknechten verleiden. 

Ik heb haar tijd gegeven opdat zij zich zou bekeren en zij heeft zich niet bekeerd. 

Ik werp allen die met haar overspel bedrijven in grote verdrukking, zo zij zich niet bekeren van hunne werken. 

Haar kinderen zal ik door de dood ombrengen en al de Gemeenten zullen weten, dat Ik het ben die nieren en harten onderzoek. 

En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uwe werken. 

Doch ik zeg ulieden en tot de anderen die te Thyatira zijn, zovelen als deze leer niet hebben en de diepten des Satans niet kennen: Houdt datgene dat gij hebt, totdat Ik zal komen. 

Die overwint en die Mijne werken tot het einde toe bewaart, Ik zal hem macht geven over de heidenen. 

En hij zal ze hoeden met een ijzeren staf en zij zullen als pottenbakkersvaten vermorzeld worden, gelijk ook Ik van Mijnen Vader ontvangen heb. 

En Ik zal hem de Morgenster geven. 

Schrijf aan de engel der Gemeente die te Sardis is.

Ik weet uwe werken, dat gij de naam hebt dat gij leeft,, en gij zijt dood. 

Zijt wakende en versterk het overige, dat sterven zou, want Ik heb uwe werken niet vol gevonden voor God. Gedenk dan hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het en bekeer u. 

Indien gij dan niet waakt, zo zal Ik over u komen als een dief, en gij zult de uren niet weten waarop Ik komen zal.

Doch gij hebt enige weinigen te Sardis die hunne klederen niet bevlekt hebben en zij zullen met Mij wandelen in witte klederen, overmits zij het waardig zijn.

Ik zal zijn naam geenszins uitdoen uit het Boek des Levens, en zijn naam belijden voor Mijn Vader en zijn engelen. 

Schrijf aan de engel die te Philadelphia is: 

Ik weet uwe werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, die niemand sluiten kan, want gij hebt kleine kracht en gij hebt mijn Woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend. 

Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge des Satans, dergenen, die zeggen, dat zij Joden zijn en zijn het niet, en liegen. 

Zie, Ik zal maken dat zij zullen komen, en aanbidden voor uwe voeten en bekennen dat Ik u liefheb.

Zie, Ik kom haastelijk; houd dat gij hebt, opdat niemand uwe kroon neme. 

Schrijf aan de engel van de Gemeente te Laodicea:

Ik weet uwe werken, dat gij heet noch koud zijt. Och, waart gij koud of heet. 

Zo dan omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, zal Ik u uit Mijnen mond uitspuwen.

Want gij zegt: Ik ben rijk en verrijkt geworden, en heb geen dings gebrek; en gij weet niet dat gij zijt ellendig, en jammerlijk en arm en blind en naakt.

Ik raad u, dat gij van Mij koopt goud, beproefd door het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen opdat gij moogt bekleed worden en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde, en ogenzalf opdat gij uw ogen kunt zalven en ziende worde. 

Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik, wees dan ijverig en bekeer u. 

Zie, Ik sta aan de deur, en ik klop; indien iemand Mijne stem zal horen, en de deur opendoen, ik zal tot hem inkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.

Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten op Mijnen troon, gelijk als Ik overwonnen heb en ben gezeten met Mijnen Vader op Zijnen troon. 

Gij allen, die oren hebt, hoort wat de Geest tot de Zeven Getuigen zegt, die in Asia zijn. 

En bekeer u !

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene