Bezinningsmeditatie 27

In het grote reine Licht  van uw aanwezigheid, 

zie ik het Pad-omhoog als een beeld uit mijn Herinnering.


In de doorbraak van uw straling breekt open in mij 

hetgeen zolang reeds werd bewaard.


Omgeven door de trilling van uw Leven 

verlaat ik de velden van de dood 

om op te staan in het veld der Nieuwe Dageraad.


O Alomtegenwoordig Licht van Liefd' en Leven 

moge mijn hart de Reinheid verwerven 

om als Poort te dienen voor uw intrede.


O verborgen Wijsheid, 

waarin mijn ziel slechts vermag door te dringen, 

vervul mij met de balsem van het Goddelijke Weten.


O Diepte der Geheimenissen, O Eeuwige God, 

neem mij op in het wonder van de eenwording met U!


Neem mij op in de Rust van uw Onbeweeglijkheid, 

opdat ik de Werkelijkheid 

van het Land mijner Oorsprong herkenne!

Amen 


En Jezus sprak:

Ziet Vader, de mens wordt door de schijn vervolgd en doolt op aarde rond, ver van uw leven-schenkende Adem. 

Hij tracht de bittere chaos te ontvluchten en hij weet niet hoe hij door die verwarring heen moet breken. 

Daarom Vader, zend Mij, met de zegelen in de hand zal Ik afdalen en alle aeonen zal Ik doorschrijden - geheimenissen zal Ik openbaren - de gestalten van de schijn-goden zal Ik heenwijzen en Ik zal het verborgene van de Heilige Weg aan de mensheid onthullen. 

En ik zal het "Gnosis" noemen.

Het Pad der Waarheid tekent zich als een lichtend koord af over geheel de aarde en velen zijn er, die het betreden en tot Inzicht komen.

Zij die dit Pad betreden, gaan een nieuwe wereld binnen, waar-boven zich een nieuwe hemelboog spant en hun eerste bezit is: Stilte.

De Stilte komt tot hen als een wonder. 

Het is de aanraking van een bovenzinnelijke gewaarwording. 

In deze Stilte is geen ledig; het niets, dat zo kenmerkend is voor de stilte in de gewone wereld, is vervangen door de volheid van een eeuwig aanwezig zijn van vele klanken, kleuren, en vormen, die allen echter vervagen tot die ene, wonderbaarlijke aanraking van de Stilte van het Godsverlangen.

En in het opgenomen-worden in die Stilte komt het tweede wonder tot hen, die doorgedrongen zijn tot de bodem van het onvergankelijke Niet Zijn. 

Zij worden volgegoten met het Weten. 

In de Stilte worden zij tot een niets, tot een niets naar de natuur, doch tot een iets naar de geest-ziel. 

En al het oude vliedt heen, het vergaarde, bewaarde, opgetaste weten der wereld schrompelt ineen tot niets, en vervaagt. 

De ruimte die het achterlaat wordt gevuld met een verbijsterende, onbeschrijflijke Kennis - een weten dat geen begin en geen einde kent. 

Het wordt geboren uit de eeuwigheid en het verbindt zijn bezitter met de eeuwigheid, en de tijd gaat terug tot hare plaats: de wereld der begrenzing.

Zo staan dan de kandidaten op het Pad-der-Waarheid in de Stilte der Alvervulling, begiftigd met de onbegrensdheid van het Goddelijke Weten. 

En nog zijn zij niet aan het einde gekomen, want het grote Weten verbindt hen met het hart van het heelal, en dit Hart is vervuld van Liefde. 

Deze Liefde is warmte - een straling die het hart levend maakt en het bindt aan allen, die lijden en worstelen om verlossing.

Die Liefde zal slechts hij kennen, die de Stilte en het Weten ontvangen heeft - want hij die door de Stilte de innerlijke Kennis ontvangt, gevoelt de Liefde in zich opbloeien en hij die die Liefde gevoelt, wordt door het leven verder gevoerd tot aan de oorsprong van de Wijsheid. 

Zo zullen allen, die waarlijk op weg gaan, de eerste gaven ontvangen: 

  • De Stilte van het Goddelijke Wonder, 
  • Het Weten dat uit ontleding geboren wordt, 
  • De Liefde, die zich met het Weten verbindt, tot Heiliging, 
  • En de Wijsheid, die alle verstand te boven gaat. 

Staande in de zegening van deze gaven zal de nieuwe mensenzoon de vreugde ontvangen van de standvastigheid. 

Een standvastigheid die door geen enkele twijfel, noch door aanvallen uit de wereld, noch door leugen en haat uitgedaan kan worden.

Want die standvastigheid is gegrondvest in de Nieuwe Aarde, die zich aan de voeten van de kandidaat uitgespreid heeft; en hij wordt doorlopend verlicht door de hemelboog, waaraan de zeven zegelen hun alles ontdekkende licht verspreiden. 

Dan is de Zoon des mensen wedergeboren. 

Hij is geworden tot een lichtende Zuil in de Tempel van zijn God en de zon zal des daags zijn licht over hem doen schijnen en de maan des nachts en hij zal nimmer de Tempel zijns Heren verlaten. 

Moge ook gij, Kandidaat van de .Achtbladerige Roos, worden tot de Zuil die nimmer vergaat.

Amen

Epiloog

Heer, wanneer het moment gekomen is 

waarop ik staan zal voor het Niet-Zijn  

en de afgrond van de volkomen Leegte  

zich voor mijn voeten opent  

laat mij dan herkennen de trouw van uw Leiding


Laat mij van buiten en van binnen 

omgeven worden door de trilling van de Herinnering 

aan Uw Beloften, aan Uw Kracht, aan Uw Hulp 

in al die ogenblikken waarin ik prooi was van de wanhoop. 


Heer, wanneer gij mij waardig bevonden hebt 

om de Machtige Grootsheid van de volkomen Leegte 

te aanvaarden - te doorschouwen - te verstaan, 

zal daarna het leven voor mij zijn baan verlegd hebben.


Dan is mijn ik ondergegaan in het niets 

en zelfs de echo van zijn doodsgil 

kan mij niet meer verontrusten 

Heer, de schoonheid van de Ledige Vaas,

die haar hunkering naar U opheft  

die haar poort voor U ontsluit, 

zal mij bekend worden, 

zo de spiegel van mijn ziel Uw beeltenis reflecteert.


Daarin schouwende vergeet ik mijzelf e

n kan ik wegglijden in de omarming van het Nirwana, 

dat mij omvatten zal als een Vernieuwing.

O Heer, de Volkomen Leegte 

is het Geheimenis van Uw aanwezigheid! 

Amen 



1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene