Bezinningsmeditatie 26

O Licht, alle Leven wordt uit U geboren. 

O Licht, alle Leven keert terug tot Uw Bron. 

Neem ons op in de Beweging van Uw Stromen 

en doortril ons met de zang van Uw Harmonie.


Eén zijnde in U, O Licht, 

zink ik neder in het Meer der Oneindige Klaarten.


Mij dompelende in de stralen van de eenheid 

Uwer Vader-Moederkracht,

verneem ik weder de Waarheid van het Eerste Geheimenis.


O Machtig Vuur - Licht - Warmte, 

brandt in mij het Teken van Uw Heilig Verbond.

Amen


Waar gaat gij heen, o mens?

Waarnaar jaagt gij?

Wat is uw doel?

Een leven vol ervaringen, ja, eeuwen vol ervaringen brengen de mens tot aan de grens van zijn uithoudingsvermogen, en met een kreet van afschuw en een boordevol gemoed strekt hij de handen uit naar het onvergankelijke. 

De nood heeft hem gedwongen. 

De onontkoombaarheid der wet werd hem tot een pijniging. 

En hij keerde zich om en zag Hem, die na hem komen zou, en in wie hij zou moeten ondergaan. 

Dit sterven in den Heer, dit oplossen in den Andere, is het verwerkelijken van een zelfbevrijdende  levenshouding. 

Denk niet als een stofgeborene - wil niet langer als de stof-geborene - gevoel niet langer als de stofgeborene, maar wendt u om en zie Hem, die wassen moet, terwijl u ondergaat.

Denk uit Zijn trillingsvolheid; wil uit Zijn kracht; gevoel uit Zijn aanrakingen.

In trek zo de vurige Driehoek des Levens, waarin de Volkomene zich zal verheffen gaan. 

Eén moment van onbezonnen denken, kost u jaren van smart. 

Eén moment van ondoordacht willen, kan jaren van innerlijke pijn voortbrengen. 

Eén moment van emotionele reactie, kan het hart verharden.

Bedenk toch, gij allen, die uw voet gezet hebt op het Pad van de Roos en het Kruis, dat gij uw leven in handen hebt gelegd van Hem, die na u moet komen. 

Uw positieve hunkering is als een schakel tussen hem en u; weet, dat uw leven niet langer van u alleen is, doch dat Hij, die nà u komt, beschikken kan over uw levensadem. 

Elke handeling als stofgeboren mens is een verraderlijke aktie tegen Hem; elke gedachte, elk willen en elk gevoelen die zonder Hem tot stand kwamen zijn aanvallen tegen Hem gericht. 

Leef daarom niet langer als stofgeboren mens, maar wordt bewust als zielemens en kom tot bezinning, voordat de zuigkracht van de grond beneden iedere vernieuwende handeling belemmert. 

Gebonden aan de stof zal uw denken geketend worden aan de etherische trillingen en het unanieme denken der massa; één zult gij worden met al die wezens, die als redeloze dieren ter slachtbank worden geleid. 

Gij kunt dan niet meer denken, want het beeldende vermogen, ontstaan door de verbinding met Hem die na u komt, zal verbroken zijn en uw tranen zullen niet uitgewist worden. 

Zelfs uw wil zal gehoor geven aan de wil van de massa-moloch, en uw verzet zal gevangen worden binnen de begrenzingen dezer wereld. 

Uw protest zal een spel worden in de wisseling der eeuwen, en uw stem zal teloor gaan in de opvolging der generaties. 

Gij zult moede worden en tenslotte uw hoofd neder leggen op elke plaats, die u geboden wordt. 

Uw hart, o luisterende pelgrim, mag niet bewogen worden door de stormen die de levenszee beuken; gij mag deze poort niet openen voor hen, die het Judasgewaad aangetrokken hebben en verderf willen zaaien in uw binnenkamer. 

Sluit uw hart toe en houdt het rein en onbesmet.

Want door deze poort zal Hij spreken, die na u komt, en Hij zal woning bij u maken, wanneer de tijd daar is. 

Ban daarom al het stofgeborene uit uw hart en draag het in u als de Lotus, die voortdrijft op de reine wateren van het innerlijke Leven. 

Sta stil, als een onberoerde, temidden van de worsteling der wereld en richt u naar Hem, die wassen moet door uw ondergang. 

O Kandidaat in de tuin der Rozen, hoe schoon is uw weg, hoe waar uw lessen, hoe vreugdevol uw uitzicht. 

Laat vallen de waan van het tijdelijke nu. 

Leg af de noden, die u aan het stoffelijke binden. 

Hef u op in de eeuwige werkelijkheid van uw hervonden Roos, die eenmaal glanzend zal bloeien op uw Kruis. 

Amen

Epiloog

Pelgrims zijn wij, O God, 

op weg naar 't Land der Stilte. 

Hunkering is de voerman, 

die ons het Pad verlicht.


Mogen stormen razen - oceanen beuken, 

laat in het geweld van dit gebeuren 

niet sterven mijn hunkering naar Licht.


Gij kunt mij naakt zien, arm, ontgoocheld, God,  

doch diep in mij leeft nog 

't verlangen naar uw Woord.


Alles mag mij ontvallen, Heer, 

zo slechts het Lied der Stilte 

blijft zingen in mijn hart.


Zolang Gij, Machtige Geestzon, 

staat aan  't firmament van mijn ademveld, 

blijf ik de zoeker, God,  

naar 't allereerst Begin 

waarin Gij de Klank ten Leven nederzond.

Amen 


Verzamel uw innerlijke gaven, o kandidaat, 

herken uw rijkdom - en beken de armoede uwer levensstaat. 

Wordt het bewijs van het Levende Lied des Heren draag uw Vreugde uit.



1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene