Epiloog

Wanneer het meer der Heerlijkheid  

In mij Zijn Zegen heeft verbreid 

Sterft de smart van elke strijd 

En mijn ziel is toebereid.


Heer, de eenvoud van uw Woord 

Heeft de verwarring nu doorboord 

En het glanzen van het Koord 

Brengt mij door Saturnus' Poort.


Door de Straling van het Licht 

Wordt in mij het Werk verricht 

En de Offerande-plicht, 

Wordt tot juichend Lofgedicht.



In het Leven van Uw Hart, Heer. 

Zie Ik 't wonder van het Zijn! 

En de schoonheid van Uw Schepping 

Neemt van mij al d'oude pijn.

Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene