Bezinningsmeditatie 24

In den Beginne was het Woord 

en het Woord was bij God 

en het Woord was God!

Amen


In de Aanvang ligt het Einde verborgen 

Het Einde dat een Nieuw Begin in zich sluit 

Het Woord worde tot Leven 

Het Leven brenge u de vervulling 

De Vervulling zij uw Aanvang en uw Einde.

Amen


Hem, die ons leiden zal tot aan dit Goede Einde 

zij de Eer 

en de Kracht,

en de macht,

tot in alle Eeuwigheid. 

Amen - Ja - Amen


Er is een onuitsprekelijke, universele Kracht.

In die Kracht verbergt zich het Al-Goede en Volmaakte.

Uit de Kracht stralen de genezende en helpende Stralen van de Goddelijke Liefde.

Hij, die in die Kracht zich verborgen weet en die over die Kracht kan beschikken als een middel ten Leven, hij weet zich beschermd tegen alle aanvallen vanuit het gebied der materie en kristallisatie.

Hij weet dat in hem het Leven zich manifesteert tot in eeuwigheid.

De dood is niet meer, smart is uitgedaan en bitterheid verliest zijn macht.

Hij is de mens die geleerd heeft onder te gaan in de levensstromen die voor hem in de kosmische wetten en de goddelijke beschikking verborgen ligt.

Die levensstroom wordt door hem herkend, hij ziet zichzelf niet langer als degene die leidt, maar die geleid wordt door de alles besturende stralingskracht van de Goddelijke Volheid.

In hem ligt, als een stille heldere bron, de wijsheid der ervaring, een ervaring die hem opgelegd werd door de Liefde van de Grote Meester, die wéét wat de mens behoeft.

Door de lessen des levens werd de strijd gestaakt, de tegen-aktie van het Ik uitgeput. 

De mens is gekomen aan het einde, aan het einde dat het begin zal worden van een volledig ander leven, een leven met God, een leven aan de hand Gods.

Leven met God wil niet zeggen uitsluitend de vormgeving van een religie volgen, het wil zeggen: leven door de Innerlijke Bron, die in de mens is opgericht.

Daarom, gij, die hunkert naar het Nieuwe Leven, die verlangt naar de schone werkelijkheid van de vervulling, verheugt u en verblijdt u, het uur nadert waarin gij zult kunnen spreken: 

De tijden zijn vol geworden, o Heer, ik aanschouw Uw Aangezicht!


Deze woorden zullen dan geen ver beeld meer voor u zijn, geen mystificatie, geen irreële vorm van geloofsbelijden. Zij zullen voor u 

worden tot een lichtend koord van uitdragende klanken.

Zij zullen voor u zijn: de belijdenis van uw innerlijk bereiken.

Het is, pelgrim, geen vage belofte die wij u doen, wij plaatsen voor u het Beeld dat levend geworden is en dat u herkennen kunt als de eeuwig zijnde, die altijd om u en in u was, de Vader-Moeder-Zoon, die heerst in het veld der Eeuwige Waarheid.

Vanwaar zijt gij gekomen, o Ziel? 

En waarheen wendt gij uw schreden? 

Tot wie is uw hunkering gericht?

Weet, dat hetgeen gij zoekt, zich binnen uw bereik bevindt, doch gij ziet het niet en hoort het niet.

Vanwaar kwam uw blindheid, o Ziel en waarom ging gij onder in die nacht der vergetelheid? 

Is daar niet die roep uit de verten? 

Is daar niet onophoudelijk die vermaning: Zoekt eerst het Koninkrijk Gods?

Hoort gij niet meer de klank van het Eerste Woord, o Ziel?

Waarom zijn uw oren doof geworden en mist uw hart de gevoeligheid van den beginne? 

Waarom zijt gij hard geworden als een dode materie, o Ziel? 

Verbergt gij uw aangezicht, opdat niemand uw schaamte schouwe?

Hoor!

Er IS een Leven voor u bewaard!

Er IS een Waarheid die niet vergaat!

Er IS vergeving voor al wat gij deed!

Geloof in God, die u schiep en die de Liefde uitdraagt die niet door mensenharten en mensenhoofden begrepen kan worden, tenzij dat zij in Hem weder geboren zijn.

Vertrouw op God, die de Kern is van het Eeuwig-zijnde en door wie en in wie alle waarlijk Levende dingen zijn. 

Bouw op Hem uw veste waarin gij wonen zult en gij zult binnengaan in die glorievolle Opstanding, waarin u wàs, voordat de wereld geschapen werd!

Amen

Epiloog

Wanneer het meer der Heerlijkheid  

In mij Zijn Zegen heeft verbreid 

Sterft de smart van elke strijd 

En mijn ziel is toebereid.


Heer, de eenvoud van uw Woord 

Heeft de verwarring nu doorboord 

En het glanzen van het Koord 

Brengt mij door Saturnus' Poort.


Door de Straling van het Licht 

Wordt in mij het Werk verricht 

En de Offerande-plicht, 

Wordt tot juichend Lofgedicht.



In het Leven van Uw Hart, Heer. 

Zie Ik 't wonder van het Zijn! 

En de schoonheid van Uw Schepping 

Neemt van mij al d'oude pijn.

Amen


Het Licht der Lichten schenke u het Aureool der Uitverkorenen 

De Gaven van het Pad worden uw deel 

De Overwinning bekrone uwe Werken.



1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene