De slag, de worsteling om een nieuwe Hemel-Aarde, is in volle gang. 

Overal kan men zien hoe het oude aangegrepen wordt ten ondergang en hoe uit deze neergang het meest gedegenereerde, het laagste naar boven komt om de aarde te besmeuren. 

Als een moddergolf overspoelt de bestialiteit, de sexualiteit, de eenzaamheid en de wanhoop de mensheid; een toekomst, die uitzichtloos lijkt, zet de mens aan tot vreemde neigingen en gedragingen. 

Sommigen verzetten zich uit alle macht om weerstand te bieden aan de overmacht van hen, die ondergaan. 

De wereld, onze wereld van Nu, strijdt een wanhopige strijd onder de leiding van hen, die niet willen en niet kunnen geloven in een einde, dat zo schrikbarend naderbij komt. 

Daarom, het ogenblik is aangebroken waarin wij ons innerlijk terug moeten trekken uit het gewoel en spreken: 

Neem niet langer deel aan de slag, behalve om het bevel van de innerlijke strijder uit te voeren.


Wel, pelgrim, kent gij uw innerlijke strijder? 

Leeft gij in nauwe samenbinding met Hem, en weet gij wat hij van u verlangt? 

Is er in u die vrede schenkende, hoop gevende, geluk brengende Stilte, waarin u de Stem van de Strijder kunt vernemen, die u zeker en vast leidt naar het doel van uw werkelijke leven?

Staat u, innerlijk en uiterlijk, buiten het gewoel van de dingen, die voorbijgaan, en die gedoemd zijn te sterven, in dit moment? 

Waar liggen uw bindingen? 

Waar liggen uw verlangens? 

Waar bevindt zich uw hart? 

Zijn uw gedachten als fladderende vogels, optornend tegen de storm, neergeslagen door de striemende regen, of vrolijk zwevend op een lichte bries?

Of zijn zij gelijk lichtende flitsen, alle omstandigheden doorborend, zich richtend op dat Ene Doel, dat de innerlijke Strijder u gesteld heeft? 

Heeft uw hart opgehouden zich te laten kwetsen? 

Kent het niet meer de zorg om de uitkomst van uw strijd, om de reactie op uw levensinzichten? 

Heeft uw verstand opgehouden plannen te beramen, opdat de mens, die gij zijt, goed terecht zou komen in deze wereld? 

En heeft uw verstand vergeten de smarteprikkels op te nemen, die uw bloedend hart van tijd tot tijd uitzendt? 

Hebben uw uiterlijke zintuigen, uw denken, uw gevoelen, verleerd waar te nemen naar uiterlijke maatstaven? 

Broeder, kent gij de zorgen om uw bestaan niet meer, jagen zij u niet meer voort, totdat gij uitgeput ter neder valt en de Stem der Stilte niet meer vernemen kunt? 

Zuster, hebt gij verleerd tranen te schreien over uzelf en de uwen, en opgehouden smarten te vergaren, die slechts het uiterlijke toebehoren? 

Hebt gij het gehoor verkregen door smart, maar vooral door de vernietiging van smart? 

Gaat gij tezamen, kandidaten, de smalle weg die tot op de Berg der Versterving leidt, of loopt gij nog door het dal der schaduwen? 

En wordt gij afgeleid door die schaduwen en beangst door hun grillige vormen? 

Uw innerlijke Strijder, pelgrim, kan niet verslagen worden, want hij werd geboren uit de eeuwigheid en door de eeuwigheid heeft hij het Leven ontvangen. 

Uw wanhoop bewijst uw gebrek aan vertrouwen in Hem. 

Uw bitterheid bewijst de afwezigheid van inzicht en kennis.

Uw teleurstelling bewijst uw gebrek aan eeuwigheidsbezit. 

Daar waar gij de binding met de innerlijke Strijder gelegd hebt, kunt gij niet falen, noch ophouden voort te gaan op de Weg omhoog. 

Opziende naar de sterren zult gij zijn gelijk één, die schouwt in grootse verten, wachtende op een nieuwe Hemel-Aarde, ver-richtende de werken die haastiglijk geschieden moeten. 

Kandidaten, al liept gij ook in het dal der schaduwen en al gevoelt gij u ook omgeven door de schaduwen van al die stervende waarden, niettemin wordt gij geroepen. 

Vanaf de top van de Berg komt de Stem op u toe: Pelgrim, ontwaakt! 

Aan uw voeten bevindt zich de verlossing niet, zie omhoog, richt u op! 

Laat uw vurige slangen hun kop opheffen tot de Hoogten, vanwaar Leven en Licht nederdalen. 

En zodra gij de roep verneemt zult gij bemerken: Zie, ik kan rechtop staan! 

Vast als een rots, temidden van het gewoel der schaduwen. 

En de roep van de Strijder verneem ik luid en dringend. 

Dan pelgrim, is voor u de tijd vol geworden. 

Dan zult u het Licht als een nieuwe dageraad boven de top van de Berg zien opkomen, en zult gij niet langer zorg hebben om de uitkomst van de slag, want u wéét dat Strijder zal winnen.

Aldus staande, kalm en ontwaakt, gebruikt gij het gehoor dat gij verkregen hebt door smart en door de vernietiging van smart. 

En het lied der innerlijke bevrijding maakt zich als een noodkreet uit u vrij. 

God, mijn God, gij hebt mij gegrepen! 

In U wil ik verder gaan,

Met U wil ik opwaarts stijgen langs de goudgekleurde Baan!

En allen, die ziende waren, zeiden: Amen. 

En allen, die horende waren, zeiden: Amen. 

En allen, die geboren werden, zeiden: Amen. 

En de oude dingen waren niet meer, het nieuwe kondigde zich aan in de volheid van zijn volmaakte glans.

Amen

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene