Laten wij vrienden zijn, verbonden door de Geest. Laten wij schakels zijn in die ene onverbreeklijke Universele Keten. 

Laten wij broeders en zusters zijn, herschapen uit de oor-spronkelijke materie van de natuur der Levenden.

Zo, tezaam verbonden, één van denken, één van willen, richten wij ons op het doel van het Pad der verborgen Wijsheid.

Neem op de wandelstaf - sla om de pelgrimswade - en gá uw weg, o pelgrim. 

Zoekende naar de juiste aanwijzingen zult gij meerdere malen het spoor bijster raken, doch houd uw lamp brandende, o Wandelaar in de dreven der eenzame vlakten. 

Want in de heerlijkheid van de samenvloeiing van vele zielen, is de eenzaamheid een schim geworden, een onwerkelijkheid, een beeld dat zich aan de uiterlijke zintuigen opdringt. 

Gij weet toch, zoeker naar Waarheid, dat uw gebed verhoord wordt aleer het in klanken werd uitgedrukt? Gij weet toch, strijder voor Goedheid en Gerechtigheid, dat aleer gij u gereed maakt ten strijde, uw zwaard veranderd wordt in een straal des Lichts? 

Daarom gij, die Kennis bezit, die de Verlichting bezit, draag de Liefde voor u uit als een kostbaarheid die gij het Kind, het Zielewonder gaat aanbieden. 

En verlies u geheel in die koele klare Bron van  Wijsheid, zodat uw zinnen en uw aardse gewenningen verstommen. 

Drink met volle teugen uit die Bron en zie, hoe gij verandert.

Al hetgeen zich om u afspeelt is slechts de reflex van de wil der uiterlijke zintuigen - niets daarvan mag u beroeren, noch u misleiden.

Laat u niet overrompelen door de schone vormen van dit schimmenspel, want daarachter bevinden zich de figuren, die het spel leiden en u trachten te bekoren, en te doen neerstorten in de afgrond van de dood en de verstening.

Er is, kandidaat, niets te vrezen, zo gij u gereed houdt om op ieder moment te reageren op de Roep van Hem, die u het Pad bekend maakte. 

Gij bezit de enige sleutel die u de poorten tot de verrukking van de onaardse en verheven Heerlijkheid zal kunnen ontsluiten. 

Vergeet de aanwezigheid van deze sleutel nooit, want die vergetelheid vormt de eerste stap op het Pad naar de afgrond. 

En uw handen zullen geen houvast meer vinden, omdat gij uw lamp, uw steun, uw toevlucht verloren hebt. 

Zo gij u opricht in de Troostende Adem van de Zeven Getuigen, zult gij door de Poort het Licht der Lichten schouwen en gij zult de Stem vernemen die tot u spreekt:

Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het koninkrijk der Hemelen.

Zalig zijn zij die wenen, want zij zullen vertroost worden.

Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het Land bezitten.

Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.  

Zalig zijn de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid vinden.

Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien. 

Zalig zijn de vreedzamen, want zij zullen Gods kinderen genaamd worden. 

Zalig zijn zij die vervolgd worden om der Gerechtigheid wil, want hunner is het Hemelrijk.

De achtvoudige Zaligheid bloeie open in uwe harten als een wonderbaarlijke Roos, die de geur der Hemelen in u verspreidt en u vervult van Liefde, van Reinheid, van de Waarheid der Eerste Werken.

Het achtvoudige Pad, zoals Boeddha zijn discipelen onderwees, rust in het universele Beginsel der Acht Volmaaktheden, die de volwaardige kandidaat uitstraalt.

Hij ziet met ogen, die door de vorm der uiterlijkheid heenschouwen en ziet zo het wezen der ziel, dat in de grove vorm verborgen is: dit is de gave der Volmaakte Aanschouwing.

Door dit volmaakte aanschouwen verstaat hij de handelwijze der mensen en brengt al hun zwakheden terug naar de strijd der zeven Getuigen in hem, die de middelende akker verandert in een woestenij, waar slechts onkruid en distels wortel schieten.

De tweede gave is dan ook het Volmaakte Begrijpen, dat voortkomt uit de stromen van de Bron der Wijsheid, die onophoudelijk het wezen van deze kandidaat doordrenken.

Daaruit wordt het denken gevoed, dat de kandidaat aanspoort tot het spreken van wijze woorden, die op de juiste tijd, wanneer de noodzaak tot spreken daar is, uit zijn mond vloeien en onwetenden lering en heling schenken. 

De derde gave van de kandidaat is dan ook het Volmaakte Spreken.

Wanneer Aanschouwen, Begrijpen en Spreken in overeen-stemming zijn, wordt de kandidaat binnengeleid in een nieuw handelingsleven, waardoor hij zijn naasten nimmer wondt, noch hen schade toevoegt, doch altijd tracht hij heling te brengen, daar waar de strijd der zeven Getuigen eenziel vaneenscheuren, totdat hij aanschouwt hoe een ziel gestorven is door de greep der zeven onheilige getuigen. 

Dan doet hij, hetgeen de Goddelijke Meester hem zegt: en spuwt deze kandidaat uit zijn mond. 

Maar de Liefde gebiedt hem te kloppen op elke deur die hij ontmoet op zijn weg door de velden der duisternis. 

Daarom is de vierde gave van de kandidaat het Volmaakte Handelen.

Zo gefundeerd staande in de grond van de heilige Aarde ervaart de kandidaat de Stem van den Beginne en wordt zich bewust van zijn roeping - er is geen belangstelling, meer voor de dingen der wereld - geen streven meer naar bezit of positie, noch is er enig verlangen om geëerd te worden door hen, die zijn ware Doel niet kennen. 

Want deze kandidaat ontvangt de Gave der Volmaakte Roeping en de Ster van Bethlehem straalt nu van zijn voorhoofd, als een teken dat hij de Roeping der Godszonen aanvaarden kan en mag. 

Geheel in overeenstemming met deze uitverkorenheid weet hij nu hoe hij zijn innerlijke gaven kan aanwenden om de moeilijke weg der Geestelijke Roeping te kunnen volbrengen. 

Hij bezit nu de Gave der Volmaakte Toepassing.

Men herkent deze kandidaat aan zijn onbewogenheid, die niet geboren wordt uit wilsforcering, of lessen, maar die het gevolg is van zijn overwinning op het lagere zelf. 

Dit lagere zelf, dit '"ik" is zijn dienaar geworden en hij benut het slechts om de noodzakelijke dingen dezer wereld te volbrengen en zijn uiterlijke weg door de dalen der smarten te volvoeren. 

Deze zevende gave is de gave der Volmaakte Zelfbeheersingen wordt beschouwd als een ondergaan in het Goddelijke Zelf, waardoor het ik der natuur knielt voor de Wetten der Volmaking. 

En tenslotte ontvangt deze kandidaat als bekroning de Volmaakte Contemplatie, hetgeen wil zeggen dat hij de God-in-hem bewust leert kennen en hem onderscheiden kan in de Werken Zijner Heiligheid. 

Dan is hij geworden tot de Volmaakte Mens, tot het Evenbeeld Gods en het zo boven - zo beneden, de wet van Acht is volbracht. 

Moge de hemelse schoonheid van deze onsterfelijke Acht-bladige Roos in u openbloeien door de eenheid van de zeven stralen van de Trooster.

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene