Laat uw ziel niet vermoeid worden van het roepen, o pelgrim!

Laat uw hart niet toegesloten worden door de verbittering.

Laat uw hoofd niet verstenen in het denken der begrensdheid.

Laat geen mens u verleiden tot wegen, die zich verliezen in de jungle van het aardse bestaan.

Laat u niet krachteloos maken door de vampiers van deze natuurorde, die zich voeden uit uw hartebloed.

Laat u niet neerdrukken in de modder van het lagere leven, en voedt u niet met de giftige productie der disharmonie.

Uw leven vindt geen bestemming in het tijdelijke; uw denken sluit u op in een gevangenis, waarin de schaduwen der fantomen een macaber spel voor u opvoeren.

Het Pad is niet moeilijk; het Pad is slechts tegengesteld aan uw ik-natuur. 

De influisteringen van het ik suggereren u, dat u belemmerd wordt; u wordt ingesponnen in de draden van het web der zelfverheerlijking, of van het zelfbeklag.

Als een monsterachtige spin zit dat zelf in zijn web en loert op zijn prooi!  

Het is als een kameleon en past zich aan bij uw wensen en overwegingen.

Ruk u los uit dat web, kandidaat, en bekommer u niet om de gevolgen. 

Ban uit uw angst. 

Zolang gij overweegt en aarzelt, voedt de spin, het welgedane zelf, zich met uw hartebloed.

Ruk u los, o kandidaat, uit al die invloeden, die u belagen; uit al die omstandigheden die u benauwen; uit al die denkstromen die u van binnenuit langzaam doden. 

Ruk u los!

En sta als een stille getuige in de nieuwe Werkelijkheid.

Een balsemende stilte raakt u aan. 

Gedachtenstromen raken uitgewoed.

Angsten en vrezen sterven in het Licht der Zekerheid.

Niets is er dat er nog staat tussen u en de Aanraking der Gnosis, heel die bewogenheid van uw aurisch zelf is gestild.

Er is slechts een wachten, een verbeiden, een dankbaarheid.

Weg zijn die onrust schenkende activiteiten, waarin hart, hoofd en wil als ijverzuchtige krachten elkander besluipen. 

Weg is die innerlijke twijfel, die aan ons knaagt en ons maakt tot een speelbal der aeonenmachten.

Een nieuwe rust wordt geboren.

Niet de rust der kristallisatie en der waan, maar de rust van het eeuwige 

Worden; een rust waarin de trilling van het zieleleven verborgen ligt en ons de spankracht des Geestes schenkt.

Luister: Er is geen ziel verloren gegaan, die de Roep der Gnosis beantwoord heeft.

Er is geen kandidaat in de klauwen van de Leeuwenkracht gevallen, die gebeden heeft: Mijn geloof is in U, O Licht.

Er is geen pelgrim van vermoeidheid ter aarde gevallen, die zijn levenskracht geput heeft uit de Bron der Eeuwige Volheid. 

Geen haar kan op uw hoofd gekrenkt worden, noch zullen uw belagers u kunnen benauwen of de misleiders u op het pad der dwaling kunnen leiden,  zo gij blijft staan in de binding met het alomtegenwoordige Licht. 

Zeg niet: ik zie het Licht niet! 

Gij ziet, zo gij het ziele-oog opent! 

Gij hoort, zo gij het geopende en gereinigde hart tot luisteren opheft! 

En gij kunt voortgaan, heden, zo gij de last die u terneerdrukt, afwerpt, en zo gij gaat als de deemoedige, waarachtige pelgrim, in wien geen bedenkingen meer zijn. 

Het Licht IS !

En gij kunt groeien in dat Licht, zo gij uzelf vergeet.

Vergeet dan uw noden, vergeet uw klagen, vergeet uw belemmeringen, vergeet uw waan en vergeet uw onwaarachtigheid! 

Wordt de pelgrim des Heren, 

geroepen door het Licht, 

omhuld door het Licht, 

gedragen door het Licht! 

En belijd uw getuigenis door het: 

O God, niet ik ben, maar GIJ ZIJT!

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene