Bezinningsmeditatie 21

O Machtig Licht, dat ons aan alle zijden omringt,

O Universele Bron des Eeuwigen Levens.

O Begin van alle Wording der Omzetting.

In U is Waarheid - Rechtvaardigheid - Overwinning.

Wees nabij allen, die in U geloven.

Amen


Reis naar het Land der Verten, o Vriend, 

laat alles achter u. 

Reis naar het Land in 't Oosten, o Vriend, 

passeer de smalle grens.  

Reis naar het Land der Hope, o Vriend,  

vergeet de bitterheid. 

Reis naar het Land der Vreugde, o Vriend, 

en dood de droefenis. 

Reis naar het Land der Ziel, o Vriend,  

verlaat de tijdelijkheid. 

Reis naar het Land der Liefde, o Vriend,  

ban uit het gif der haat. 

Reis naar het Land der Vrede, o Vriend,  

vermijd de strijd.  

Maak u gereed o Vriend,  

het uur is aangebroken.  

Uw Reis begint.

Amen


Laat uw ziel niet vermoeid worden van het roepen, o pelgrim!

Laat uw hart niet toegesloten worden door de verbittering.

Laat uw hoofd niet verstenen in het denken der begrensdheid.

Laat geen mens u verleiden tot wegen, die zich verliezen in de jungle van het aardse bestaan.

Laat u niet krachteloos maken door de vampiers van deze natuurorde, die zich voeden uit uw hartebloed.

Laat u niet neerdrukken in de modder van het lagere leven, en voedt u niet met de giftige productie der disharmonie.

Uw leven vindt geen bestemming in het tijdelijke; uw denken sluit u op in een gevangenis, waarin de schaduwen der fantomen een macaber spel voor u opvoeren.

Het Pad is niet moeilijk; het Pad is slechts tegengesteld aan uw ik-natuur. 

De influisteringen van het ik suggereren u, dat u belemmerd wordt; u wordt ingesponnen in de draden van het web der zelfverheerlijking, of van het zelfbeklag.

Als een monsterachtige spin zit dat zelf in zijn web en loert op zijn prooi!  

Het is als een kameleon en past zich aan bij uw wensen en overwegingen.

Ruk u los uit dat web, kandidaat, en bekommer u niet om de gevolgen. 

Ban uit uw angst. 

Zolang gij overweegt en aarzelt, voedt de spin, het welgedane zelf, zich met uw hartebloed.

Ruk u los, o kandidaat, uit al die invloeden, die u belagen; uit al die omstandigheden die u benauwen; uit al die denkstromen die u van binnenuit langzaam doden. 

Ruk u los!

En sta als een stille getuige in de nieuwe Werkelijkheid.

Een balsemende stilte raakt u aan. 

Gedachtenstromen raken uitgewoed.

Angsten en vrezen sterven in het Licht der Zekerheid.

Niets is er dat er nog staat tussen u en de Aanraking der Gnosis, heel die bewogenheid van uw aurisch zelf is gestild.

Er is slechts een wachten, een verbeiden, een dankbaarheid.

Weg zijn die onrust schenkende activiteiten, waarin hart, hoofd en wil als ijverzuchtige krachten elkander besluipen. 

Weg is die innerlijke twijfel, die aan ons knaagt en ons maakt tot een speelbal der aeonenmachten.

Een nieuwe rust wordt geboren.

Niet de rust der kristallisatie en der waan, maar de rust van het eeuwige 

Worden; een rust waarin de trilling van het zieleleven verborgen ligt en ons de spankracht des Geestes schenkt.

Luister: Er is geen ziel verloren gegaan, die de Roep der Gnosis beantwoord heeft.

Er is geen kandidaat in de klauwen van de Leeuwenkracht gevallen, die gebeden heeft: Mijn geloof is in U, O Licht.

Er is geen pelgrim van vermoeidheid ter aarde gevallen, die zijn levenskracht geput heeft uit de Bron der Eeuwige Volheid. 

Geen haar kan op uw hoofd gekrenkt worden, noch zullen uw belagers u kunnen benauwen of de misleiders u op het pad der dwaling kunnen leiden,  zo gij blijft staan in de binding met het alomtegenwoordige Licht. 

Zeg niet: ik zie het Licht niet! 

Gij ziet, zo gij het ziele-oog opent! 

Gij hoort, zo gij het geopende en gereinigde hart tot luisteren opheft! 

En gij kunt voortgaan, heden, zo gij de last die u terneerdrukt, afwerpt, en zo gij gaat als de deemoedige, waarachtige pelgrim, in wien geen bedenkingen meer zijn. 

Het Licht IS !

En gij kunt groeien in dat Licht, zo gij uzelf vergeet.

Vergeet dan uw noden, vergeet uw klagen, vergeet uw belemmeringen, vergeet uw waan en vergeet uw onwaarachtigheid! 

Wordt de pelgrim des Heren, 

geroepen door het Licht, 

omhuld door het Licht, 

gedragen door het Licht! 

En belijd uw getuigenis door het: 

O God, niet ik ben, maar GIJ ZIJT!

Amen

Epiloog

Indien Gij in mij blijft, O Eeuwige, 

zal ik nimmer de dood der verstening  smaken. 

Indien Gij in mij blijft, O Machtige, 

zal ik nimmer de krachteloosheid mijner zinnen gevoelen.

Indien Gij in mij blijft, O Barmhartige, 

zal ik nimmer de doornen der droefenis in mijn vlees voelen branden. 

Indien Gij in mij blijft, O Getrouwe, 

zal ik nimmer de trouweloosheid van mijn hart ontdekken. 

Indien Gij in mij blijft, O Vader-Moeder van al wat IS, 

zal ik nimmer opgenomen worden in de wrede cirkelgang van het wiel der 

doodsnatuur.

O Gij, in Wien ik mij zou willen uitstorten als in een eeuwig stromende zee, 

in Wien ik mijzelf zou willen vergeten alsof ik een blad was op de golven 

van de oneindigheid, luister naar mijn bede. 

Neem mij onder de schaduw van Uw vleugelen, o Machtigste, 

en verander mij in een bloeiende rank, 

die Uw Boom des Levens siert in de Hof van Eden. 

Laat mijn bloesem geuren en velen voeren tot de Alkracht van Uw levende 

Majesteit, en vervul aan mij de woorden uit de Heilige Schrift: 

"Alzo zeg Ik u, indien gij in mij blijft, vraagt wat ge wilt en het zal u 

geworden." 

Indien Gij deze bede verneemt, o Vader, het zij zoals Gij wilt, 

en mijn wil verzinke in de Uwe. 

Amen


De Diepe Vrede van Bethlehem vervulle u en make u tot Sterren, die de Geboorte des Lichts aankondigen.




1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene