Wij lezen u enkele fragmenten voor uit het boekje: "De Hemelse en Hermetische Parel", geschreven door een leerling van de Hermetische Wijsheid, in het jaar 1785.

Laten wij ernaar streven, dat onze kennis en ons weten een waarachtig Weten is, laten wij daarmede niet ophouden, nu wij nog tijd hebben, want ons leven verdwijnt als een droom en waarmede hebben wij ons bezig gehouden.

Beproef en onderzoek alles, want hij die niets beproeft, die ontdekt ook niets, die is blind. Het is geen schande om niets te weten, maar om niets te willen leren. 

Het ware weten en de juiste wijsheid maken echter deemoedig en breken de trotse wil en zij die haar bezitten zullen zich niet door haar verhogen. 

O Licht van mijn denken, leidt mij en help mij wijs te zijn wanneer duizenden dingen mij van de Weg afleiden. 

Spoor uzelf dus aan om met een oprecht hart naar de vreze Gods en naar de Wijsheid te streven, want de Godsvrucht is de eerste schrede tot Wijsheid, en de oprechte mens zal het ook gelukken de Wijsheid deelachtig te worden, want niet hij streeft en zoekt, doch God in hem. 

De hoogmoedige en schijnheilige worden door God niet tot de Bron der Klaarten toegelaten, daar Hij een ware afschuw van hun wezen heeft.

Wij moeten geen dag voorbij laten gaan, zonder dat wij een deel van onze ondeugd en onwetendheid afleggen.

Hoe gaarne ook menig Adept de geheimenissen der natuur openbaren wil, het is hem toch niet toegestaan om het- grote geheimenis, dat slechts weinig wijzen bekend is, en alleen mondeling doorgegeven kan worden, in publieke geschriften uit te bazuinen.

Vrees daarom God en heb uw naasten lief, want uw ziel komt niet eerder tot de Hemelse Wijsheid dan wanneer zij zich van de wereld afwendt en zich tot Christus keert.

Laat in uw wandel echter geen huichelarij en bedrog gevonden worden, maar de waarachtige rede des harten en de oprechtheid van uw bedoelen. 

Zoek Wijsheid, dan zult gij Haar vinden en water putten uit de Bron des Heils; vraag en smeek God om deze Wijsheid, want zijzelf laat zich gaarne vinden door hen, die haar zoeken. 

Een ernstig gebed en een gelovend vertrouwen in God, een waar-achtige Rust en een innerlijke, balsemende Stilte in het gemoed, zijn slechts de eisen om het Licht en het Leven der Wijsheid te verkrijgen en tegelijkertijd moet men de zich in de lucht ophoudende levensspijs tot zich trekken en om zetten in zicht-baarheid.

Op grond hiervan kan men op weg gaan om de verborgen schat in de akker te zoeken de kostbare parel te vinden en op te graven. 

Wij moeten ware schatgravers worden, echter niet met de schop, maar met de magneet, wij moeten werken met hart en gemoed om de Geest des Levens te ontdekken. 

Zo wij echter niet ontdaan zijn van alle onwaarachtigheid in ons gebed, en hetgene, waarvoor wij bidden, niet geheel losstaat van stoffelijke verlangens, zal God ons gebed niet verhoren. 

Dat wat voortkomt uit ongerechtigheid keert zich tot de on-gerechtigheid en zoekt God niet. 

Zo zal ook uw gebed zijn, wanneer u de klanken vermengt met de huichelarij van de onoprechte zielen. 

Hij, die niet waarachtig van God stamt, kan niet bidden en hij zal daarom ook nimmer ontvangen. 

Daarom worden zovelen teleurgesteld. 

Zij roepen een God aan, die hen niet horen kan en wil, en zij verlangen dingen die van dit leven zijn, of uit het stoffelijke verlangen voortkomt.

Zij die niet uit God zijn, weten niet hoe zij zich tot God moeten keren en waar zij Hem vinden kunnen. 

En daar de vereniging met God het enige en ware begin is van alle Hermetische Wijsheid, zo zullen zij nooit tot de geheimenissen van deze, onze Wijsheid, door kunnen dringen. 

En zij lachen om hen, die de Parel gevonden hebben en niet spreken over hun methoden, omdat dat niet toegestaan is. 

Waarlijk, hij die in zich de Vlam Gods omdraagt en zich tot het grote Licht Gods wendt, hij zal tot de Kennis en het Licht van de ware Geheimenissen geleid worden en geholpen worden op het moeilijke Pad, dat tot de vondst van de Parel leidt. 

De kandidaten van de Hemelse Wijsheid zullen de onstoffelijke Rijkdom vinden en het waarachtige Leven, dat over de grenzen des doods heenreikt. 

Laten wij ons daarom reinigen van alle begeerten dezer wereld en de drang dezer wereld afleggen en negeren, opdat wij de zonde van de wereld, in onszelf zullen opheffen. 

Zo zullen onze handen rein zijn tot het gebed en zullen wij in oprechtheid tot Hem kunnen spreken. 

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene