Bezinningsmeditatie 17

O Morgenstond van een nieuwe Dageraad  

hoe vervullen uw Lichteglanzen ons!

O Vuur uit het Rijk der Zielen  

hoe wenken uw Vonken ons tot zich!

Mogen wij allen gehoor geven aan deze Roep des Lichts  

en een Gemeenschap vormen 

waarbinnen de Heilige Vlam brandende blijft .

Amen


Wij zijn op weg naar de verlossing van het Goddelijke Zelf, dat gevangen ligt in de kerker van het aardse wezen. 

Wij vormen tezamen een groep, een gemeenschap, die als een hecht bouwwerk de stormen trotseert, die het omver willen werpen. 

Wij zijn de bouwstenen, de Gnosis voegt ons aanéén, het vuur van den Beginne vormt het fundament waarop dit bouwwerk steunt.

Vraag u af, vrienden, vraag u af in diepe ernst en volledige inkeer: 

  • Ben ik een bouwsteen die het bouwwerk steunt? 
  • Ben ik tezamengevoegd door de kracht der Gnosis? 
  • Rust ook ik op het fundament van het Vuur van den Beginne?

Als mensen zijn wij afgescheiden wezens, het ene Ik tegenover het andere Ik. 

En denken wij verschillend, en handelen wij verschillend. 

Als bouwstenen van het grandioze Bouwwerk waarin de Kern-kracht van het Heilige Vuur woning maakt, hebben wij dat Ik en al zijn nuanceringen te vergeten. 

Kunnen wij dat? 

Er is één mogelijkheid tot welslagen, 

Er is één oplossing voor alle problemen, 

Er is één macht die alle tegenstanden overwint. 

De Goddelijke Ziel in ons gecompliceerde wezen overwint alles, kan alles, verdraagt àlles. 

  • De twijfel - dat bent u !
  • De smart  - dat bent u ! 
  • De vrees  - dat bent u !

Ontwaak dan en schouw in uzelf en zie de machtige, de sterke, de onoverwinlijke en spreek: 

Ga heen van mij, gij zwakke mens  en kom tot mij, Gij Kracht van den Beginne ! 

En zie, een onbegrensd Licht verspreidde zich over de aarde en de zeeën, en geheel de natuur viel neder in aanbidding. 

Groots en wonderbaarlijk zijn Uwe werken, o Almachtige, Heerijk en Onbeschrijflijk Uwe Genade !

Hier komt een zoon tot u, en spreekt de woorden die eens vergleden in een diepe duisternis: 

"Vader, uw Wil geschiede !" 

Het leven is een voortdurende op- en neergang van vreugden en smarten. 

Geen blijvende waarde wordt hier gevonden in deze verblijfplaats van de gevallen Lichtzonen. 

Gij zijt geroepen tot Inzicht. 

Gij zijt geroepen tot vernieuwing. 

Gij zijt geroepen tot pionier voor allen die na u komen. 

Hoort gij de Roep ? 

Verneemt gij tot in uw hartebloed de dringende stem die zegt: Zo gij niet komt - wie dan ? 

Daarom, pelgrim, gedenkt allen, die lijden in zielenood. 

Weet, dat gij niet alleen zijt, niet alleen strijdt, niet alleen de verlossing in zult gaan. 

Want een ziel is een deel van de Grote Vlam en deze roept àllen, die éénmaal nedergedaald zijn! 

Alles wat u hier ondervindt, alles wat u smart berokkent, alles waarover u in vrees en onzekerheid verkeert, doet slechts de uiterlijkheid aan en gij weet toch, o kandidaat: 

Zoals men oude klederen afwerpt en weer andere, nieuwe tot zich neemt, zo legt ook de drager van het lichaam zijn oude lichamen af en gaat in andere, nieuwe over.


Leg dan waarlijk uw kleed af, O Ziel en verrijs in uw nieuw gewaad. 

Bouw, o kandidaat der Verwerkelijking, aan uw nieuwe gewaad, opdat uw ziel LEVE !

Amen

Epiloog

O niet te meten Licht, 

uw Volheid heeft mij opgenomen 

in de Ervaring van het Wonder. 

Uw Tegenwoordigheid is als een trillend zwijgen, 

dat heel mijn wezen gans omvat.

Er is niets dat bestaat dan Uw Aanwezigheid. 

Niets dat leeft, dan het bewustzijn van uw Leven.

Uit de kolkingen der tijden 

hef ik mij omhoog tot U, O Licht, 

en zoek Uw Aangezicht, opdat Weten mij vervulle .

Laat mij ondergaan in de heerlijkheid 

van uw Aanschouwing 

en mogen de sluiers der vergetelheid 

zich toesluiten over de smarten van het verleden.

Want in U, door U en uit U 

is mijn Leven - heel mijn zijn - heel mijn streven. 

O onuitsprekelijke God verbreek de ring mijner begrenzing 

en til mij in uw Eeuwigheidsbeleven. 

Amen 


Moge de Ring van Saturnus uiteenspatten onder de stralingskracht van Uw Ziele-vuur.

En ga binnen dan in het Rijk dat geen begrenzing kent. 




1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene