Voordat het oor kan horen, moet het zijn gevoeligheid hebben verloren.


Uw oor, o kandidaat op het smalle Pad ten Leven, is de Poort waardoor het Eeuwige ingang bij u vindt. Door deze Poort wordt gij verbonden met de Klank van de Onsterfelijkheid der Volmaakte Zielen en wordt gij opgenomen in de trillingen der Goddelijkheid. 

Uw oor moet doof geworden zijn voor de geluiden dezer wereld, het moet niet meer geopend zijn voor de stemmen der lagere levensopenbaringen, het moet geleerd hebben zich af te sluiten voor de influisteringen dezer stofgeboorten. 

Door het oor, O ziel, zult gij gevoed worden met de klanken der Oneindigheid en zult gij geheven worden tot de sferen der onstoffelijkheid. 

Het oor moet zijn gevoeligheid voor de cacafonie dezer wereld verloren hebben; het moet zich niet meer laten misleiden door de overvloed van trillingen, die als een storm door de sferen dezer kosmos woeden.

Het moet zich kunnen wenden tot de Stilte die achter deze storm woont, tot de Stilte waarin de zielen zich verstaanbaar kunnen maken en waar de stemmen der Goddelijke Genieën hun opdrachten zenden tot hen, die tot het Licht behoren. 

Uw oor, o kandidaat, zo gij waarlijk het Pad wilt bewandelen, zal de toegang zijn waardoor de stem van den vernieuwer tot u komt. 

Deze zal de lotus in u doen openbloeien, en de tranen van uw ziel zullen niet meer vergoten worden om de dingen der eindigheid, 

maar zij zullen de Lotus der Ziel tot dauw worden. 

Wees daarom als de zwijgende lotus, die zich laat voortdrijven op de bladeren van haar koninklijke waardigheid en zich, in reinheid en eenvoud, openstelt voor de Zon des Geestes en de Wateren des Levens. 

Vraag niet waarom gij voortgedreven wordt, noch waarheen gij gaat. 

Gij zijt, O kandidaat, zo gij waarlijk de Weg ten Leven betreden hebt, in de hand van de Heer des Levens, wat zoudt gij dan vrezen? 

Wat zoudt gij willen vragen? 

Uw blik schouwt in de verten, en ziet de onreinheid niet, noch de verdeeldheid, die de uiterlijke vormen steeds weer vernietigt. 

Uw gehoor is niet meer geopend voor de pijnigende trillingen van het hier; het is gericht op de klanken der onsterfelijkheid.

Beide, uw oog en uw oor, zullen uw gidsen zijn, op deze reis langs de stromen des Levens, zo gij maar luistert naar de raadgevingen uwer ziel. 

Ga dan voort, O kandidaat, op deze Reis naar het Oneindige, en vergeet de wetten des Geestes niet. 

Amen.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene