Voordat de ogen kunnen zien, moeten zij niet meer in staat zijn tranen te storten.


O ziel, het leed der mensheid draagt. gij op uw schouders, doch vergeet daardoor niet het Licht dat Leven schenkt. 

Alle smarten zullen voorbijgaan; alle tranen zullen gedroogd worden en alle vreugden zullen sterven, maar het Licht dat Leven schenkt, zal nimmer uitdoven, noch zullen de stromen van het Eeuwige Zijn ophouden hun wateren door de bronnen der Godsnatuur te stuwen. 

Wanneer gij, o kandidaat, geleerd hebt de vormen der tijdelijkheid te doorschouwen en u niet te laten afleiden door de verschijningen der uiterlijke wereld, dan zal de poort tot de Tuin der Rozen voor u ontsloten worden. 

Uw ogen zullen dan verleerd hebben tranen te storten omwille van het vergankelijke en gij zult nimmer meer weemoed gevoelen om de dingen die niet uit God geboren werden. 

Tranen vormen de edelstenen der innerlijke rijkdom, doch zij worden zovele malen nutteloos weggeschonken. 

Tranen zijn als de dauw, die ligt op het kleed der natuur, na een nacht waarin de zon zijn licht niet deed schijnen. 

De dauw is als de reinheid der ziel, zij voedt het leven dat verborgen blijft in de schoot der aarde; uit haar wordt de kracht van het innerlijke leven geboren. 

Wees daarom rein, o kandidaat, zuiver als de lotus, die zwijgend drijft op het water des Levens; zuiver als de witte lelie, die zich openvouwt naar het Licht, omdat zij gehoor geeft aan de innerlijke drang in haar hart. 

Zuiver als de bloesem, die haar leven schenkt om de vrucht tot aanschijn te brengen. 

Uw ogen zullen zich moeten afwenden van de onreinheid dezer wereld; zij zullen zich niet meer mogen vestigen op de zo bedrieglijke schoonheid der stof, opdat zij niet getroffen zullen worden door de daarachter verborgen giftigheid van het materiële leven. 

Uw ogen, o kandidaat, zijn de spiegel der ziel, zij vormen de reflexen van uw innerlijke leven en daar waar uw blik haar bevrediging zoekt, daar zal ook uw ziel zijn.

De blik der mensen dwaalt her- en derwaarts en op vele waardeloze dingen, drukt zij haar stempel. 

Zij vermoeit de ziel door het spelen met de verschijningen dezer wereld en zij vermorst haar goddelijke energie door leven te schenken aan dode dingen. 

Uw oog zij vast, o kandidaat op het Pad, uw blik zij gericht op de Hogere Waarden der Eeuwigheid, opdat uw ziel niet wegkwijne door gebrek aan levenskracht. 

Weet gij wel, kandidaat in de Wijngaard des Heren, dat gij uw goddelijk instrument gebruikt voor minderwaardige werken?

Weet gij wel, hoezeer gij uw Ware Zelf smarten berokkent door Zijn werktuig aan te wenden voor een ongoddelijke zaak? 

Weet gij wel, dat de stromen des Levens, hun bedding zullen verleggen, wanneer gij ophoudt hun wateren te drinken? 

Daarom, bid voor de genezing van uw blindheid; smeek om het Licht van uw ziele-oog terug te mogen ontvangen en sta op in de wonderbaarlijke Glanzen van het Aurora der Eeuwige Morgenstond. 

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene