Bezinningsmeditatie 11

Wij begroeten u bij de aanvang van deze gewijde stonde met de innige bede: 

Het Licht der Lichten dale in, 

Het Vuur des Geestes beroere ons, 

De Kracht der innerlijke loutering doorstrale ons. 

Mogen wij - in dit komende uur - waarlijk LEVEN. 

Amen

De tijd van het oude leven gaat voorbij, golf na golf trekt zich terug in de oneindige bron der tijden en het leven wordt een echo in de sferen der aeonen.

Miljarden schepselen volbrachten hun existentie en leden smarten, zij bestegen de berg der vreugden en daalden af in de dalen der droefenis.

Na hen kwamen anderen en zij gaven eveneens gehoor aan de wetten der natuurkrachten - werden geboren - schonken nieuw leven - vervielen tot ouderdom en stierven. 

En de Elohim zagen dat de mens de wet niet verstond: en zij bemerkten dat het leven zichzelf ging vernietigen, daarom ver-hardde zich de wet en wierp pijniging en leed over de hoofden van de levende wezens, opdat zij ontwaken en de zonde schouwen zouden, die hen dreigde te wurgen in een dodelijke greep. 

Kosmos, macrocosmos en microcosmos voegen zich naar de wetten des Allerhoogsten, doch het nietige schepsel, temidden van de grootsheid der natuur, verzette zich tegen de onontkoom-baarheid der rechtvaardigheid. 

Met een schreeuw van protest wierp het zich tegen de omheining en het smeekte zijn God uitkomst te brengen in die kringloop van oorzaak en gevolg en die wrede cadans van vreugden en leed. 

Doch niemand verstond zijn klacht,  Want de onheiligheid had zich een eigen schepping gemaakt en de onheiligen lachen hun satanische lach om het leed van de verkommerden en het heilige wacht totdat de onheiligheid haar eigen gifangel heeft uitgetrokken. 

Na verzet, wanhoop en uitzichtloosheid komt bitterheid. 

Bitter als gal is de drank die de mens drinken moet, voordat hij beseft dat er geen andere mogelijkheid is dan nederigheid en overgave. 

Indien de beker vol bitterheid tot aan de laatste droppel geledigd is, wordt de gelijkmoedigheid geboren. 

Het ik is murw geslagen, de mens moegestreden, het brein zwiept hem niet meer op tot verzet, het hart is de pijnen moede. 

Dan is het ogenblik aangebroken waarop het gehoor de trillingen gaat vernemen vanuit de sferen der heiligheid, dan zullen de lippen de woorden gaan vormen: "Wie zijt Gij, Vader?

En als een stroom van kracht en Licht zal dan het antwoord zijn:  "Ik ben het die te allen tijde bij u is, de Vader-Moeder-Zoon, de eeuwig zijnde!

Dan staat de mens op in de kracht van den Vader en hij laat zich omhullen door het heiligende Veld van de Moeder en hij voelt in zich die machtige aanraking van het Zoonschap. 

Ja waarlijk, Gij zijt het Vader, die te allen tijde bij mij was! 

Ik ben de Zoon die Uw Naam verkondigen zal! 

Amen

Epiloog

God!  Meester!  Vader! 

Mijn zwakke kracht wordt tot een Vuur des Lichts. 

Mijn aarzelende tasten tot een bewust voortdurend gaan. 

Mijn angst om 't kleine kunnen raakt vergeten 

En 't kleinmoedig vrezen werd nu uitgedaan.


God!

Gij kent het algebeuren

Gij ziet het lijden en de bange smarten aan.


Meester!

Gij deed Uw leerling kennen

't Diepst Mysterie dat in God verborgen ligt.


Vader! 

Nu heb ik al het lijden fel doorstreden, 

mijn angst, mijn vrees, mijn ongeloof zijn uitgewist, 

maar nog, in 't laatste uur van mijn belijden 

is daar de leugen, de wanhoop, 

het bange kloppen van mijn onbetrouwbaar hart!


Vader! 

Zo Gij over mij beslist, ik zal tot aan de laatste ademtocht 

Uw oordeel in mij voelen branden, omdat ik weet dat Uwe Liefde 

mij voortjaagt tot de Glorie van het Al.


Vader!  

Wat ik ook geworden ben: Ik noem U "VADER" 

de Naam die slechts een Zoon verklanken kan!

Amen



1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene