Epiloog

Laat mij in enduristisch streven ondergaan, O God! 

Laat mij in het wereldbeven staan in de grot, O God! 

Laat mij in het wondervolle opgaan in den Heil'gen Geest 

nimmer meer in angstig twijf'len smeken om wat is geweest!


Laat mij in het diep doorstralen van de grote Lichtkracht, Heer, 

Nimmer meer de ogen sluiten en de vuisten ballen keer-op-keer, 

want nu weet ik, dat wat komen gaat, komen zal met kracht! 

En ik weet nu, dat wat komen gaat, 

mijn ziel zo lange heeft verwacht!


Heer, in 't diepst vertwijfeld roepen van het ruw gepijnigd hart 

voel ik dat de grond gaat wijken en de hemel scheuren zal, 

doch ik weet dat Gij blijft wenken aan de verre horizon 

en dat ik het Licht zal kennen dat mij eind'lijk overwon.


Heer, nu ken ik u.... nu is mijn hart gerust. 

Nu kent mijn hoofd zijn nut'loos pogen 

en mijn hand weet wàt te doen.


Heer, ik roep tot u

Ik roep u aan, als één die gaat de smalle wegen,

als één die hunk'rend uitziet naar het Doel

God  ik ken, ja, ik ken Uw Wezen'

Mijn eigen hart verklankt Uwe Roep.

Amen


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene