Wij lezen u een gedeelte uit de Gnostieke Kruisiging, volgens Johannes:


En ik, Johannes, schoon ik het begin van zijn passie zag, kon niet blijven tot het einde, maar vluchtte naar de Olijfberg, wenende over wat gebeurd was. 

En toen hij gehangen was aan de boom des Kruises, in de zesde ure van de dag, kwam de duisternis over geheel de aarde. 

En mijn Heer, stond in het midden der Grot en vervulde haar met Licht en zeide:

Johannes, voor de menigte beneden, in Jeruzalem, ben Ik gekruisigd en doorboord met speren en roeden en is Mij edik en gal te drinken gegeven. 

Nu spreek ik tot u en leen gij het oor aan wat Ik zeg. Ik was het, die u in 't hart gaf om deze berg te beklimmen, opdat gij zoudt horen wat de discipel moet leren van den Meester en de mens van God.

En aldus gesproken hebbende wees Hij mij op een Kruis van Licht, en rondom het Kruis ene grote menigte, en daarin een vorm en een gelijksoortigheid van voorkomen, en in het Kruis een andere menigte, niet een vorm hebbende. 

En ik aanschouwde de Heer Zelf boven het Kruis. 

Hij had evenwel geen gedaante, maar slechts een stem, echter niet de stem waaraan wij gewend waren, maar één van haar eigen soort en weldadig en waarlijk van God, zeggende tot mij:

Johannes, één moet er zijn om die dingen van Mij te horen, want Ik verlang naar iemand, die wil horen. 

Dit Kruis van Licht wordt om uwentwille door Mij somtijds genoemd: 

  • Woord of Logos, 
  • somtijds Denkvermogen, 
  • somtijds Jezus, 
  • somtijds Christus, 
  • somtijds Deur, 
  • somtijds Weg, 
  • somtijds Brood, 
  • somtijds Zaad, 
  • somtijds Opstanding, 
  • somtijds Zoon, 
  • somtijds Vader, 
  • somtijds Geest, 
  • somtijds Leven, 
  • somtijds Waarheid, 
  • somtijds Geloof, 
  • somtijds Genade. 

Die dingen nu wordt het genoemd in de oren der mensen, doch wat het is in Waarheid, is een betekenis in zichzelf, verkondigt aan Ons. 

Dit lichtende Kruis is het, dat alle dingen kruisigt, die niet uit de hemel zijn, en zij zullen allen gekruisigd worden door de Logos, het Levende Woord. Zo worden alle dingen tegelijkertijd van elkander gescheiden in die van boven en in die van beneden, en zij zullen tenslotte allen samengevoegd worden in één. Maar het houten kruis, dat gij zien zult als ge van hier afdaalt, is het niet, noch ben Ik degene die op het Kruis is. 

Ik ben degene dien gij nu niet ziet, doch wiens stem gij hoort. 

Ik werd gehouden degene te zijn die Ik niet ben, en niet degene te zijn, wat ik was voor vele anderen. 

Neen, zij noemen mij iets anders, iets laags, Mijner niet waardig. 

De Plaats der Rust wordt nòch gezien en nòch genoemd, en aangezien ik de Heer van deze Plaats ben, zal Ik nòch gezien nòch genoemd worden. 

De menigte nu, die zichzelf gelijk is en rondom het kruis staat, is de Lagere Natuur. 

En zij, die gij in het Kruis ziet, hebben nog niet geheel één gedaante, daar nog niet het gehele Ras van Hem, die neerdaalde is bijeenvergaard. 

Maar wanneer de Hoogste Natuur, ja, het Ras dat naar Mij toekomt, gehoorzamende aan Mijn Stem, wordt opgenomen, dan zult gij, die nu naar Mijn Stem  hoort, opgaan in die Hoogste Natuur en gij zult niet meer zijn wat gij nu zijt, doch gij zult daarboven zijn, gelijk Ik nu ben. 

Want zolang als gij uzelf niet de Mijne noemt, ben Ik niet wat Ik waarlijk ben.

Doch als gij naar Mij luistert, horende met innerlijke oren, zult gij ook gelijk worden aan Mij, en Ik zal wederom zijn wat Ik was. 

Ik word Gij en Gij wordt Ik, want uit dit zijt gij geworden. 

Schenk dan geen aandacht aan de menigte, en denk weinig aan hen, die buiten het mysterie willen blijven, want weet, dat Ik geheel bij den Vader ben en de Vader bij Mij.

Niets dan, van de dingen die zij van Mij zullen zeggen, heb Ik geleden; 

Ik wil dat die Passie een mysterie genoemd worde. 

Wat gij ziet, zijt gij; dit heb ik u aangetoond. 

Maar wat Ik waarlijk ben, dat weet Ik alleen en niemand anders. 

Wat dan het Mijne is, laat mij dit terughouden; maar wat het uwe is, ziet gij dit door Mij.

Mij te zien, zoals Ik werkelijk ben, zei ik u, is niet mogelijk, want gij ziet alleen wat gij in staat zijt te onderkennen. 

En dit aanschouwt gij slechts, doordat gij van hetzelfde Ras zijt. 

Gij hoorde dat Ik leed, nochtans leed Ik niet. 

Toen gij hoorde dat Ik niet leed, leed Ik. 

De dingen die zij van Mij zeiden doorleed Ik niet, hoewel Ik leed. 

Het leed dat in Mij is, wil Ik voor u openbaren, want Ik weet dat gij Mij zult verstaan. 

Versta in Mij, het doden van het Woord, het doorboren van een Woord, het bloed van een Woord, de passie van een Woord, het hangen van een Woord, het verwonden van een Woord, het samenvoegen van een Woord en de dood van een Woord. 

Zo spreek Ik, de mens uitsluitende. 

Versta éérst het Woord, daarna zult gij den Heer verstaan en slechts in de derde plaats de mens en wat hij leed. 

En deze dingen tot mij, gezegd hebbende, en andere, die ik niet kan vertellen gelijk Hij mij verteld heeft, werd Hij opgenomen, terwijl niet één uit de menigte Hem aanschouwde. 

En toen ik neerdaalde lachte ik over hen allen, toen zij mij zeiden, wat zij met Hem gedaan hadden, vast overtuigd in mijzelf van deze enige Waarheid, dat de Heer alle dingen tot symbolen maakte, overeenkomstig met Zijn beschikking voor de bekering en de redding van den Goddelijken Mens. 


Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene