Wij plaatsen u voor de overwinning van Christus-Jezus:


Toen Jezus zich op weg begeven had naar de Dodenzee, waar in de grotten aan de kust de Broederschap der Essenen zich verenigd had, wist Hij dat zijn tijd gekomen was.

Hij had zich gereed gemaakt voor de kruisweg en de beker was bijna tot aan de laatste druppel geledigd.

Bij zijn intrede in de grot werd Hij begroet door de Ingewijde, die de hand op Jezus’ schouder legde en sprak:

Mijn Zoon, gij zijt dus gekomen, zoals ik voorspelde. 

Uw reis is bijna ten einde. 

Nog een enkele nacht moet gij doorwaken, alvorens Uw Ziel haar hemelse kleed zal omslaan. 

Wij hebben op u gewacht, teneinde, alvorens afscheid te nemen, nog eenmaal tezamen de broederschapsdis te nuttigen. 

Ziet, allen zijn gekomen!

Jezus liet zijn blik dwalen door de halfduistere grot en zag hen allen aanzitten. 

Allen die Hem lief waren en die zijn opdracht kenden. 

Vrede daalde in. Het einde was nabij.

De tocht naar Gethsémané zou over enkele uren aanvangen, doch nog éénmaal zou Hij hier tezamen zijn met hen, die dezelfde Boodschap ontvangen hadden: de opdracht om de Graal te aanvaarden en mede te voeren tot in het Zieletehuis.

Er is geen Begin en geen Einde.

Alles is eeuwigheid en de tijd lost zich op in de nevelen der onwerkelijkheid.

Toen zette Jezus zich neder tussen zijn broeders, die hem zwijgend, doch liefdevol aanblikten. 

Er werd geen woord gesproken, daar zij, die wéten, zich hullen in het Grote Zwijgen der onbegrensde Wijsheid.

De meditatie werd gehouden, begeleid door het eentonige ruisen van de Dodenzee. 

De gedachten van allen stegen op tot aan de troon van de Almachtige, terwijl hun zielen de Hof der Hoven binnen-zweefden, waar zij zich verenigen met de voorgegane Broeders.

O Mateloze Liefdekracht, neem onze zielen, opdat Hij, die in het midden is, de Beker der Beproevingen zal mogen ledigen 

O Grote God der Goden, voor Uw aangezicht knielen wij neder! Zendt Hem, die U lief is, uw Zegen, opdat de Overwinnings-bazuin galme over de dorre velden der aarde. 

O Gij, die alles in allen zijt, daal in ons midden, opdat allen omvat worden door Uw Wijsheid en Uw Mededogen. 

Gij kent ons wezen, er is geen geheim dat voor U verborgen is.  

Laat Hij, die geroepen werd, tot U gaan, opdat de mensheid ziende worde. 

Uw Kracht zij met Hem!

Een diepe stilte daalde in.

Toen stond de Ingewijde op en met hem verhieven zich alle Broeders, zo een kring vormende. 

En Jezus, wetende dat Hem het teken gegeven was, trad naar voren en plaatste zich in het midden van zijn broederkring. 

Nederknielende boog hij het hoofd en vouwde de handen kruiselings over de borst. 

Zo ontving hij de zegen van de Ingewijde en de helpende gedachtenstroom van Zijn Broeders.

Dan trad een andere broeder naar voren, die het heilige Graal-symbool in de handen droeg, bedekt door een wit linnen kleed. 

De stilte in de grot was met kracht geladen; de adem van de Almachtige streek over de voorhoofden der aanwezigen, en de natuur zweeg in doodsnood. 

Toen nam de Ingewijde de doek van het Graalsymbool, het eeuwige teken van de grootste inwijding, en plaatste de Gouden Kelk op het hoofd van Jezus, terwijl de omringende Broeders het magische inwijdingslied aanhieven. 

En de kelk opende zich en het Licht daalde in. 

De geroepene had zich tot God verheven, de Geest beroerde de Ziel. 

Een stroom van Licht verhelderde de grot. 

Nadat de laatste tonen van het lied weggestorven waren, verhief Jezus zich en ten aanschouwe van zijn medebroeders legde Hij de rechterhand op de Beker en sprak:

Vader, Uw Wil geschiede. Ik ben gereed. Neem Mij, opdat Uw Wil zich voltrekke.


Nauwelijks was het laatste woord door de echo verklonken of buiten de grot weerklonk een donderende slag. 

Helle flitsen van bliksem schoten over de verlaten vlakte; de natuur ontving de opdracht te knielen voor Hem, die de Belofte op de Graal uitgesproken had. 

Allen stonden tezamen in een zwijgende kring en de wereld verhief zich rondom hen in een laatste protest tegen de Wil Gods. 

Zo stierf het laatste uur voordat de weg van Gethsémané werd aangevangen.

En Jezus ging heen, de smalle weg terug tot waar zijn beulen wachtten. 

Er heerste vrede in zijn hart, de overwinning was reeds in Hem ontstoken, slechts het lichaam zou de laatste fase nog moeten doorstrijden. 

Zijn naam was Jezus Christus, Zoon des Mensen, de Ingewijde in de Mysteriën Gods. 

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene