Epiloog

Toen ik heenging van de sternen beweenden mij de hemellichten en de hemelboog bood mij aan lij terug te brengen tot het Licht der Lichten als mijn ziel genoeg ervaringen had verzameld en mijn hart zijn laatste tranen gestort had op de hemelsteen, die ligt aan de voet van de levensboom in het Paradijs der dwalenden.
En als ik opzie naar het uitspansel waar planeten en sterren, wolken en winden over mij fluisteren berouw ik de impuls die mij deed afdalen in de chaos — waar al de mijnen tevergeefs ronddolen, op zoek naar hun verloren Licht.

Daarom, indien Gij, Vader, uw Belofte en uw Genade optekent in mijn hart — en mij ziel troost — zal ik kracht vinden om Uw reinigende adem te laten spelen in mijn wezen waar het verleden, het heden en de toekomst dansen op de melodie van mijn vergeten herinnering.

Als dan de nacht der nachten komt, mijn Vader, zal ik knielen en luisteren — bidden en hopen — en ik zal opnieuw weten hoezeer wij één zijn — U en ik — en ik zal mijn Terugreis voorbereiden want waarlijk, de hemellichten hadden gelijk toen zij tranen stortten om mijn afdaling in de chaos.

Wees gerust, licht van mijn Licht — wees gerust, alle krachten in mij — IK KEER WEDER NAAR HET LICHT DER LICHTEN!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene