En de uren van bezinning kwamen nader en namen de gewonde harten en gepijnigde zielen in de schoot van hun omarming op en de fluistering van het Goddelijke spoedde zich om de vermoeiden nieuw leven in te blazen.

De nacht — die het diepste is voordat de dageraad zich aanmeldt — legde zich ter ruste terwille van de wonderbare Geboorte die zich herhaalt als een gebed tot de Schepper;

wie zou hier zijn stem durven verheffen — wie zou hier de stilte durven verbreken? wie zou hier durven schreien?

De geboorte-weeën zijn als ziele-pijnen die slechts de wijzen verstaan; zijn zij, die de Chrêstos-geboorte afwachten niet altijd alleen met hun ervaring?

Luisteren zij niet intensief naar hetgeen zich in hen afspeelt?

Als de stem van de unieke Vader nederdaalt op de vleugelen van de vredesduif hebben zij hun hart gereinigd, opdat het grote wonder zich hierin kan voltrekken.

Wacht, ijverende mens, wacht; wacht, hunkerende hart, wacht; wacht, hopende ziel, wacht!

De muziek vanuit het hemelse hof van uw Vader is nog niet op aarde nedergedaald — het afweergeschut van de strijdenden en het stemmengeroes van de ongelovigen zij nog te sterk —

wacht, wacht, mijn ziel — wacht, wacht, mijn hart, wacht, wacht, mijn verlangen —

beluister de naderbijkomende stap van de Stilte die de Vrede in zijn armen draagt en aan je deur zal kloppen — wanneer de tijd dààr is.

Het verleden trekt aan het geestesoog voorbij en het heden wil binnendringen — de toekomst probeert de gedachten weg te zuigen naar de onzekerheid — doch NU is het ogenblik van Diepe Stilte gekomen en de Vrede vraagt de inzet van ziel, hart en denken.

Wees gerust mijn ziel, gij zult niet tevergeefs wachten; wees gerust, mijn hart, gij zult niet tevergeefs hopen, wees gerust, mijn denken, gij zult niet tevergeefs beeltenissen vormen,

zie het Licht komt naderbij — het is warm, het is verlichtend, het is overweldigend —

niets beweegt zich meer in mij dan de Stilte —

niets beweegt zich meer in mij dan de Volheid —

niets beweegt zich meer in mij dan de Vrede —

een Vrede waaraan ik alles overdraag.

Vrede — Vrede — Vrede — de nacht trekt zich terug het Aurora des Levens brengt zijn adem in mij.

Amen

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene