Inleiding

De ware macht wordt uitgeoefend in stille ogenblikken.


Voorbereiding

Ontspan u en ontledig u Van dialektische belemmeringen.

Gebed

Gij, die het diepste van mijn wezen kent — Vuur — Licht — Kracht — Levensbron !

Tot u wend ik mij met het atoom van mijn oorsprong — en tracht het te voegen in de alomtegenwoordige Trilling van Uw machtige Heerlijkheid‚

In mij zwijgen alle stemmen, die zich tegen U keren — Alle noden, pijnen en zelfkwellingen trekken zich terug in de duisternis waaruit zij geboren waren!

Ik plaats mij in de stralende Lichtcirkel van Uw Aanwezigheid, O Licht der Lichten — en geef mij over aan de aanrakingen van Uw hoge Vibraties —opdat mijn hart zich opene — opdat mijn hoofd ledig worde als een Graalbeker.

In de eenheid tussen U en mij‚ O Oerbron der Harmonie — vind ik het antwoord op mijn ziele-vragen.

Gij, die mij kent — voor Wie niets verborgen blijft — Licht — Waarheid — Verlossing en Kracht — richt mijn leven naar Uw Wil !

Amen

Herinner u deze gedachte dagelijks (spreuk van deze les) — praktiseer daardoor de Stilte en concentreer uw Innerlijke Kracht.

Intensiveer uw Innerlijke Stilte en verdiep u daarna in bijgaande astrosofische inleidende tekst.

Betracht een ogenblik Stilte na lezing en wissel - indien u met meerderen bent, zo nodig van gedachten.

Bewaar de Harmonie — innerlijk en uiterlijk — en u zult voortgang vinden op het Pad!

Het bestuderen van de astrosofische leringen betekent het binnendringen in het eigen, samengestelde trillingswezen.

Voor het begrijpen van de astrosofische leringen behoeft men geen astrologie te hebben bestudeerd, maar men moet slechts in staat zijn, zichzelf te zien als een onderdeel van een kosmisch geheel, waarbinnen trillingen van velerlei snelheden door de ruimte snellen.

Zoals u weet bestaat de gehele schepping uit trillingen en is het scheppingswoord niets anders dan een volmaakt, harmonische trillingssamenstelling, die disharmonische samenstellingen, vormen, uit elkander doet springen en harmonische samen-stellingen hechter aaneensmeedt.

God, de Kern van alle trilling, zien wij als een samenbundeling van trillingen, die tegelijkertijd Klank en Kleur tot eenheid samenvoegt.

Daardoor verliest deze Volmaakte Trillingskracht de bekende kleur en klank en wordt voor de mensheid een bovenaards Licht en een onaardse Klank, zonder kleur.

Deze God, dit Licht, staat buiten het menselijke begripsvermogen en heeft slechts binding met de ziel, d.w.z. de achtergebleven volmaakte, zwakke trillingskracht in het menselijke wezen.

Om deze ziel tot God terug te voeren moet men weten hoe men deze aardse hel der trillingen innerlijk kan verlaten en hoe men de achtergebleven zieletrilling kan versterken en maken tot een hecht bouwwerk. Een vorm, die eenheid vindt in een volmaakte samenvoeging van klank, kleur en vorm, gelijk de Godheid zelf.

Om deze volmaakte harmonie te bereiken behoort de aardse, of persoonlijkheidsmens wezenséén te worden met de ziel, opdat deze geen weerstand meer zal ondervinden.

Deze samensmelting van mens en ziel is een proces, waarbij denken, gevoelen en willen geheel en al doortrokken moeten worden van het weten der ziel.

De stoffelijke begrenzingen moeten doorbroken worden, doordat de ziel haar sterker wordende trilling door de disharmonische trillingssamenstelling van het verbroken aardse wezen heen-straalt. Hierdoor voltrekt zich het alchemische proces: de aardse persoonlijkheid, het lood, wordt aan het vuur, de trillingen der ziel (die de Geest bevatten), toevertrouwd, opdat het lood zal smelten, de aardse persoonlijkheid doorschijnend zal worden, d.w.z. zijn wilskracht, zijn levensdrang zal overgeven en de ziel, als een hechte trillingskracht, zal oprijzen.

Dit noemen wij de Omzetting!

Om deze Omzetting te bewerkstelligen en om de raadgevingen binnen deze leringen te verstaan, moet men bereid zijn zich los te maken, in daden, gedachten, willen en gevoelen, van de verstening, of de materiële, egocentrische doorzettingsdrift.

De astrosofie is de kennis omtrent de hoogste, verborgen trillingen van de kosmos en de mensheid.

In het Universum bevinden zich geconcretiseerde trillingsvelden, die zich openbaren als sterren, planeten, schepsels, kortom, alle vaste vormen zijn aaneengesloten trillingsvelden.

Ieder trillingsveld bezit zijn eigen sleutel. Deze sleutel verandert echter met het verhogen of verlagen van de trillingssnelheid, die wederom nauw samenhangt met de innerlijke verandering van de lichamen.

Ieder planetenlichaam concretiseert door zijn trillingssnelheid een bepaalde eigenschap. Deze eigenschap is de essentie van zijn sleutel.

Om door te dringen tot een trillingsveld, moet men de sleutel bezitten en kunnen hanteren.

Zo is het ook met de mens. Ieder mens bezit een dominerende, in alle handelingen herkenbare eigenschap, die men de sleutel tot zijn wezen kan noemen.

Zij, die deze sleutel kennen, kunnen de mens gaan beheersen, overheersen, of hem treffen in zijn zogenaamde 'zwakke plek'.

Denk aan het verhaal van de achillespees.

In werkelijkheid is deze achillespees de kern-eigenschap van de mens, die hem zijn levenshouding doet bepalen, die hij verborgen in zichzelf waant, maar die niettemin in al zijn handelingen herkenbaar is.

Deze eigenschap, of dit karakterstramien, kan men Saturnus noemen..

Waarom?

Hij speelt voor de mens de rol van Satanaël, de duivel.

De naam Saturnus wordt in de Universele Leer gelijk geschakeld met de naam van Satanaël.

Bij het behandelen van de Saturnale trillingen zullen wij daar dieper op ingaan.

De opzet van de Astrosofische leringen is dan ook ieder van de bestudeerders zo dicht met zichzelf te confronteren, dat hijzelf de sleutel herkent en deze zelf gaat hanteren.

Zodra men echter deze sleutel herkent en na veel moeite deze wil aanpakken, moet de mens niet menen, dat hij de overwinning heeft behaald!

Dan pas stuit hij op de grote belemmering: Satanaël - Judas - Saturnus verandert van wezen, hij groeit met het denken en verlangen mede. Judas gaat, zoals men weet, mee tot aan de hoogste top.

Voor deze sleutel, deze Saturnus, komt de mens twaalf maal te staan, gelijk als de Pistis Sophia. Hij verandert twaalf maal van wezen.

Maar de Weg is pas waarlijk begonnen, zodra de mens zijn eigen sleutel herkent en deze vastbesloten in de hand neemt, zo beschikt hij over zichzelf. Hij is dan zelfstandig.

Dat is het begin tot het worden van een Individuum.

Daarom willen wij proberen de bestudeerder allereerst zijn eigen sleutel in handen te geven, hem deze sleutel bekend te maken, d.w.z. hem zodanig te leiden in het samengestelde menselijke wezen, dat hij de sleutel herkent!

Men moet verstaan dat zelf-misleiding hem hierbij niet ver helpt.

Het gaat om zelfonderzoek, maar tegelijkertijd om het uitdragen van ziele-adel. Het is niet de bedoeling dat men zich in zichzelf verliest als zijnde De belangrijke figuur.

Hij, die zichzelf kent, met al zijn gebreken en tekortkomingen, herkent ook zijn medemens. En hij, die zichzelf accepteert, accepteert eveneens zijn naaste en verder, zij, die zichzelf kunnen helpen, kunnen ook hun medemensen van dienst zijn.

Er moet een wisselwerking komen tussen de mens en de mensen om hem heen. Men moet anderen aantrekken, doordat men zelf innerlijk iets bereikt heeft. En dit kan slechts gebeuren, wanneer men zijn eigen sleutel bezit.

Deze sleutel wordt steeds verfijnder van structuur en men zal bemerken, dat hij altijd een hulp is om anderen te leren kennen en begrijpen. Hoe dieper men in zichzelf doordringt, hoe toleranter men tegenover de anderen wordt.

Men gaat op zijn woorden letten, op zijn daden. Men wordt vergevensgezinder, geduldiger, kortom, de eigen sleutel ontsluit in de mens hogere trillingsvelden, waardoor betere, verhevener eigenschappen blootgelegd worden.

Is het dan niet vanzelfsprekend, dat de ziel gemakkelijker door een verheven wezen kan heenstralen, dan door een saturnaal, satanisch wezen?

De bestijging van de trap met de twaalf treden brengt de mens van demonisch wezen, vertegenwoordiger van de demonische versteende trillingen, tot verfijnd wezen, waarna de grensoverschrijding van Zijn naar Niet-Zijn slechts een vanzelfsprekende handeling wordt.

Men heeft slechts nodig: Godsvertrouwen — spiritueel verlangen — morele moed en doorzettingsvermogen. Alle andere zozeer begeerde gaven zullen de mens dan vanzelf toevallen.

Wel lezer, wij kunnen slechts zeggen: Probeer het en ervaar het!


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene