9 - De vier driehoeken

De innerlijke mens moet, gelijk ijzer dat gesmeed wordt, van tijd tot tijd het vuur ondergaan en door harde klappen worden getroffen.


Voorbereiding

Trek u terug in de spirituele trillingen, sluit af voor elke disharmonie, elke horizontaal gerichte gedachte en iedere onrust.

Gebed

Besloten in het Paradijs tussen het zijn en het niet-zijn, daar waar de Levensboom zijn bladeren spreidt over de onwetendheid mijner tijdelijke natuur — luister ik naar de trillingen, die Uw komst voorbereiden, o Almachtige.

Mijn zinnen sluiten zich toe voor de aanvallen der spotters en mijn hart verbindt zich met ’t grote NIET-ZIJN waarin het zijn de offerande brengt aan de Eeuwigheid.

In deze stonde van ontwaken is er niets dan de Stilte waarbinnen Gij u voortbeweegt, O Licht!

Verenig mijn ziel met de Bron van haar Arde — verenig mijn ziel met de Inspiratie van haar Hemel — verenig mijn ziel et de Gaven uit de Schatkamer Uwer Rijkdom, O Vader van het Al! opdat zij haar Koningschap herkenne — en zich hervinde in Degene, die zij eertijds was.

Amen

Mogen uw gedachten geragen worden door de spirituele onveroeibaarheid.

In het Vuur zij de Vader met u!

Het is langzamerhand wel duidelijk geworden dat de Boven- en de Benedennatuur nauw met elkander verbonden zijn via de vijf elementen, de zeven geesten en hun twaalf dienaren, terwijl de ziel en de Geest verbonden moeten zijn, wil het Hogere Leven van boven naar beneden doorstromen.

Daarom wordt de mens op velerlei manieren geconfronteerd met de getallen 5—7—12.

Binnen het getal vijf, het getal der elementen, ligt het zielebeginsel reeds besloten, middels het vijfde element: ether.

Ether is het verbindende abstracte element tussen boven en beneden. Etherische oliën verbinden de ziel met de Geest.

Het element ether kan het Vuur van de Geest oproepen, dat niet tot de natuurelementen, maar tot de Godsorde behoort.

Ether brengt de onrust, die tot zoeken stimuleert.

De vier elementen water — vuur — aarde en lucht vormen echter de basis, waarop het vijfde element zich declareert, al naar de harmonie of de disharmonie der vier elementen onderling. 

Er zijn vier fundamentele pijlers, zoals er vier waarheden zijn.

Deze pijlers herkent men in de elementen, maar ook in de aard van het zoeken der mensheid. Zoals men de mensen in vier grondtypen kan onderscheiden, zo herkent men in hun zoeken hun karakteristieke verlangens. Men kan spreken van een basisvierkant, waarop heel de mensheid zijn zoeken fundeert en dit basisvierkant vindt men als oerbron in de Godheid zelve:

God is Liefde,

Hij is Rechtvaardig,

Hij is Wijsheid,

Hij is Waarheid.

Deze omschrijving van de Godheid komt men in alle leringen en boeken tegen. Dienovereenkomstig zoekt de mens naar: Liefde, Wijsheid, Rechtvaardigheid en Waarheid.

Spreekt men met de mensen, dan komt altijd één bepaalde hunkering naar voren, hij zoekt Liefde of Wijsheid of Recht-vaardigheid of Waarheid. Vanzelfsprekend zoekt men al deze vier goddelijke vertegenwoordigers, maar het handelingsleven van de mens bewijst, dat zijn voorkeur naar één van deze eigenschappen uitgaat.

Een Bogomilen-uitspraak is zo juist in zijn directe waarheid:

De Liefde is toegeeflijk voor de fouten der mensen, voor hun zwakheden.

De Waarheid, daarentegen, is gestreng en meedogenloos.

De Waarheid tolereert noch onwetendheid, noch zwakheid, noch onreinheid.

Juist hierin bestaat haar volmaakte schoonheid.

En daarom moet de zwakke zich tot de Liefde wenden,

de onwetende tot de Wijsheid,

de bedrukte tot de Rechtvaardigheid,

en hij, die volmaakt wil worden tot de Waarheid.


Deze woorden kan men aan zichzelf te verifiëren. 

Hij, die altijd over de Liefde spreekt, gevoelt zich zwak, schuldig, hoopt op vergeving en het uitdelgen van zijn zonden.

Dit principe wenden vele kerken aan.

Daarom wendt de zich schuldig en zwak gevoelende mens zich tot de middelende Jezus- of Mariafiguur, die hem tot een voorspraak zullen zijn. Deze naar Liefde hunkerende mens heeft altijd een behoefte aan vriendelijkheid, warmte, toegeeflijkheid.

De naar Wijsheid hunkerende mens echter zoekt zijn heil en verlossing in de filosofieën aller eeuwen. Hij wil Kennis, zijn onwetendheid uitwissen, zijn honger naar weten voeden.

De naar Rechtvaardigheid zoekende mens is degene, die zich dikwijls bedrukt gevoelt door de grenzeloze onrechtvaardigheid, door de mateloze onredelijkheid van deze wereld. Hij ziet geen oplossing, geen uitweg, slechts een strikte eerlijkheid en rechtvaardigheid lijken hem de enige oplossing. En deze is ver te zoeken in de wereld. Daarom zoekt hij rechtvaardigheid bij God, bij de Geest, hij zoekt rechtvaardigheid en eerlijkheid als verheven doelstelling.

Tenslotte is er de mens die de Waarheid zoekt, hij is noch toegeeflijk, noch mededogend, maar hij zoekt de directe weg tot de Waarheid. Hij wil niet stilstaan bij de drie genoemde eigenschappen, maar hij wil zonder oponthoud tot de Waarheid doordringen. Deze mens is hard voor zichzelf en voor anderen. Hij is de onvermoeide zoeker, die echter dikwijls over lijken gaat om zijn doel te bereiken. Hij is niet tevreden met een halve verwerkelijking, maar hij wil alles of niets.

Uit deze vier zoekerstypen, die te vergelijken zijn met de vier waarheden, met de vier elementen en overeenstemmen met de vier vragen, komen duidelijk de vier driehoeken te voorschijn, die men in de astrologie kent.

De watertypen hunkeren naar de Liefde, de Kreeft, de Schorpioen, de Vis. 

Liefde kan zich op velerlei wijzen uitdrukken, maar zij heeft altijd te maken met warmte, koestering, bescherming, mededogen en vergeving. Liefde is altijd een balsemende genade, in ieder geval de Liefde zoals de mens deze wenst te zien.

Zij, die naar een vorm van Liefde hunkeren, hebben geen behoefte aan de zweep, maar zij zoeken een bemoedigende hand.

De vier Goddelijke gaven legt ieder mens naar zijn eigen bewustzijn uit en ook in overeenstemming met zijn verlangen.

De Liefde-hunkerende verdraagt de zweep niet, dat wil zeggen: hij wil deze niet verdragen en gevoelt zich erdoor verlamd. Omdat hij naar Liefde hunkert, dreigt hij zich over te geven aan zwakheden, vandaar dat de Bogomiel zegt: « De Liefde vergeeft de zwakheid ».

De Liefde heelt alle wonden en dat is voor de zwakke, aarzelende en soms willoze mens een heerlijke zekerheid, maar deze zoeker vergeet dat God alles in allen is, zowel Liefde als Waarheid, Rechtvaardigheid als Wijsheid.

Daarom ziet men op deze wereld zoveel onvolkomenheden, men benadert een deel van God, waardoor het goddelijke onvolkomen en dus half en onbevredigend blijft. Ziet men niet dikwijls dat de liefdevolle mens de waarheid schuwt, uit zwakheid en uit angst?

De Liefde wondt niet, de Waarheid kan wonden, zo zegt men, maar men vergeet dat zij, die de Waarheid liefhebben, deze Waarheid eveneens kunnen verdragen en door de wonden tot voortgang worden gedwongen.

Hieruit kan men weer bemerken hoe de vier elementen in disharmonie met elkaar leven, want de vier zoekerstypen begrijpen elkaar niet. Zij, die de Waarheid zoeken zijn de vuurtypen: de Ram, de Leeuw, de Boogschutter. Zij zijn onvermurwbaar, een doorn in het oog van de naar liefde hunkerenden, want zij menen dat deze mensen de liefde ontbreekt, hetgeen dikwijls het geval is. Doch de naar liefde-hunkerende neemt het niet zo nauw met de Waarheid. Zij hinken allen op één been en verwijten dit elkander. Zouden zij harmonisch samen kunnen gaan, dan werd de volmaakte tekening zichtbaar.

De naar de Waarheid strevende mens is zo meedogenloos, zo gestreng bezig om zijn doel te bereiken, dat hij vergeet met anderen rekening te houden, vergeet tolerant te zijn en zo wordt hij vaak onsympathiek, hoewel hij het hoogste nastreeft. Hij is meestal moeilijk te bereiken voor anderen, voor een woord, een gebaar, omdat hij gestreng is, strikt, eenlijnig, soms slechts zwart-wit denkende. Ook dit zoekerstype herkent men in de wereld.

De naar Rechtvaardigheid zoekende mens is meestal de moraalprediker. Hij zoekt een horizontaal gericht evenwicht, omdat hij vindt, dat er een basis moet zijn om zich op af te zetten.

De zoekerstypen van de eerlijkheid en oprechtheid zijn: de Stier, de Maagd, de Steenbok.

Deze mens vindt dat een consequente levenshouding de enige mogelijkheid is om het geestelijke te realiseren. 

Deze consequentie trekt hij door tot in de allerhoogste realisatie. Ook hij kent geen tolerantie en geen soepelheid: recht is recht, God bevindt zich aan het einde van de smalle weg en dus moet die weg worden bewandeld. 

Hij heeft gelijk, zoals zijn medezoekers in de overige doel-stellingen gelijk hebben: maar ook hij is onvolledig.

God is Rechtvaardig, maar tevens Liefde en Waarheid en Wijsheid. De naar Waarheid zoekende mens ontmoet deze zoeker in zijn consequente strijden en streven. Maar zij verschillen in hun gerichtheid: de zoeker naar Waarheid is heel dikwijls innerlijk gericht en vergeet de uiterlijke consequenties.

De zoeker naar Rechtvaardigheid is meestal uiterlijk verwerkelijkend en vergeet een innerlijke gerichtheid. Zij hebben ontmoetingspunten, hoewel zij tegengesteld handelen.

De zoeker naar Liefde staat vaak vol onbegrip tegenover hen beiden, omdat hun consequente gestrengheid, hoewel onderling verschillend, hem tegenstaat. De naar Liefde hunkerende zoeker bouwt juist op de tolerantie van de Liefde, terwijl de Rechtvaardigheid en de Waarheid geen tolerantie insluiten.

Dan zijn er nog de naar Wijsheid zoekende mensen, zij die nimmer de bodem van de Kennis bereiken, omdat zij te ongedurig en te onrustig zijn.

Zij behoren tot de luchttypen: de Tweeling, de Weegschaal, de Waterman.

Zij zoeken onophoudelijk naar dat vage, onbestemde iets, dat hen de grote verlossing, de volmaaktheid Gods zou kunnen overdragen en zij vinden het nooit, omdat zij, evenals de drie andere zoekerstypen, onvolledig blijven. Zodra zij zich in een filosofie, een aanzicht verdiepen, menen zij dat ergens anders, uit een andere bron, wellicht nog meer Wijsheid te putten valt.

Maar zij dringen niet, onvermoeid, zoals de Waarheid- en de Rechtvaardigheidszoeker verder door, consequent één richting houdende. 

In de ontwikkeling van deze zoekerstypen en hun gerichtheid herkent men ook de stadia, aan de hand van de zodiakale typen.

Het naar Wijsheid zoeken blijft een beweging, een voortdurende peiling, want de goddelijke Wijsheid is onpeilbaar en dus vindt deze zoeker de grond nooit. Uit zijn zoekersdrift kan hij telkens nieuwe inzichten putten, hij is beladen met kennis, maar hij vindt de basis niet.

De vier zodiakale typen, die echter de elementen openen: Ram, Stier, Tweeling en Kreeft zijn ook jong, in de eerste impuls staande van hun zoekersverlangen.

De Ram zoekt naar de Waarheid als een lentebries: haastig, direct verwerkelijkend, anders taant zijn streven.

De Stier zoekt naar de Rechtvaardigheid in een jeugdige onbezonnenheid: hij stormt erop af en krijgt hij zijn zin niet, dan faalt hij.

De Tweeling zoekt naar Wijsheid als een kind: oppervlakkig, even eraan tippende, waarna het denken reeds weer naar andere interessen afdwaalt.

De Kreeft zoekt de Liefde als een aarzelende: hij komt niet op gang, weet nog niet wat Liefde is, waar hij deze moet zoeken en wacht dikwijls te lang in zijn beschermde hol.

De Leeuw zoekt de Waarheid als iemand, die vanaf zijn troon zijn land overziet, hij wijkt niet, maar hij zoekt perfectie, buiten zichzelf. Hij is stabieler dan de Ram, maar wacht af tot de Waarheid tot hem komt.

De Maagd zoekt de Rechtvaardigheid als een geremde zoeker, één die zich pansert tegen de onrechtvaardigheid en hij zoekt zonder zichzelf aan de onrechtvaardigheid over te geven.

De Weegschaal zoekt de Wijsheid als een bespiegeling, een toevlucht, waarin hij zijn eigen onrust kan vergeten. Hij is noch oppervlakkig, noch consequent.

De Schorpioen zoekt de Liefde als een warmte, een omstraling, meestal een adoratie van zichzelf. Hij zoekt een warmte, die hem bemoedigt, omdat hemzelf de moed zo dikwijls ontbreekt.

De Boogschutter zoekt de Waarheid als iemand, die naar het onbereikbare zoekt. Hij streeft zijn doel zo dikwijls voorbij, omdat hij het enthousiaste begin van de Ram mist en de overzichtelijkheid van de Leeuw.

De Steenbok zoekt naar de Rechtvaardigheid door zich te verliezen in de horizontale perfectie. Hij kent niet de spontane inzet van de Stier, noch de edele afgeslotenheid van de Maagd.

De Waterman zoekt naar de Wijsheid door, zoals de Leeuw bij de Waarheid, zich onbeweeglijk te houden. Hij neemt op, maar geeft niet meer af.

De Vis zoekt naar de Liefde door zich, in een laatste hunkering, dikwijls over te geven aan de warmte, de liefde, de koestering, die door de omstandigheden in zijn omgeving komen.

De eerste typen kennen in hun zoeken de lente, het ontluiken, daarna wordt het zoeken door de tweede typen in een vaste baan geleid, er komt een vaste richting, stabiliteit. De derde typen staan in de concluderende fase, zij kennen het begin en de zijnstoestand en nu bevinden zij zich in de conclusie.

Deze verdeling kan men eveneens herkennen in het leven van de mensen: begin - ervaring - som. Aan de zodiakale typen is dit in hun spirituele en materiële ontplooiing te herkennen. Juist deze zodiakale neigingen brengen de moeilijkheden, want de begintypen moeten vastheid vinden en de afsluiting. 

De stabiliserende typen moeten bewijzen, dat zij het juiste begin in zich omdragen en trachten dan tot een goed Einde te komen.

De concluderende typen moeten nagaan of zij hun begin nog kennen en of zij zich waarlijk kunnen baseren op een ervaring, voordat zij tot een conclusie besluiten.

De vier Goddelijke Gaven: Liefde — Waarheid — Rechtvaardigheid en Wijsheid vormen met de Goddelijke etherische Adem het Volmaakte leven. Alle hunkerenden naar de Geest zoeken ernaar, maar daar zij vervuld zijn van het eigen zoeken, verliezen zij het inzicht en het uitzicht.

God is Ingang en Uitgang, inademen en uitademen.

Tussen beide werkingen ligt de fundering of de verwezenlijking.

De diverse zoekerstypen zouden elkander kunnen helpen door zich te realiseren, waartoe zij behoren: tot de inademing, tot de verwezenlijking, dan wel tot de uitademing. Onafhankelijk van elkander zijn zij niets. Zij zullen deze werkzaamheid individueel en in de wereld moeten uitdragen, wil de vervolmaking en dat wil zeggen God, nader tot hen komen.

Zolang de mens weigert de drie andere zijden van het basisvierkant te accepteren, blijft hij onvolkomen, onbevredigd, waaruit velerlei narigheden ontstaan, psychisch en fysiek.

"God is groot! Hij is Liefde", zo roepen de hunkerenden naar Liefde, maar God is eveneens Rechtvaardig en daardoor gestreng en God is eveneens meedogenloos, de zweep hanterende als een hardvochtig Vader en daardoor volmaakt in zijn Liefde en God is ook Wijsheid, een oase van diepten, die door het menselijke denken niet zijn te peilen, maar waarin de mens zichzelf ook kan verdrinken, zodat alles duisternis wordt.

En God is die machtige Universele Waarheid, waarvan atoompjes in het universum verspreid zijn. Zouden deze één worden, dan is daar die onkenbare Eenheid Gods.

God is niet Degene, die de mens van Hem maakt!

Want  God is alles in één, alle tegengestelden in één, die elkander ontmoeten in die prachtige vermenging der kleurschakeringen, totdat het absolute Wit ontstaat.

Zolang de mens al deze kleuren niet onderscheidt, kent hij God niet, maar ziet slechts zichzelf.

Zoek daarom niet als een beschonkene, dronken van den geest, maar voeg aaneen dat wat gescheiden werd, opdat de kandidaat Eenheid zal vinden!

Slechts in de volmaakte Eenheid vindt gij God!


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene