6 - De vijf elementen

Het Goddelijke Zelf is als de Zon en het heft, evenals de ether, slechts de gevleugelden omhoog.


Wanneer men zich eerlijk tegenover zijn geweten wil plaatsen, zal men zich moeten baseren op de vragen:

Voorbereiding

Ontspan u — ontledig uw denken — ontledig uw gevoelen.

Het eindeloze Tao neemt u op in zijn alomvattende omarming.

Gebed

Wanneer de wiekslag van Uw Vogel des Levens mijn gehoor bereikt, heft mijn ziel zich omhoog tot U, O Boodschapper der Waarheid.

In de klare verten van het wijdse land der geestelijke rijkdommen tekenen zich de contouren af van de vorm uwer Opdracht, O Vlam des nieuwe Morgenstond —

en de grond van de wederstrevende aarde opent zich in de stralende koestering, waarna het Zaad des Hemels zich verzamelt in de diepten van het oergeheimenis.

Schenk mij Uw warmte, Vader-Moeder der Hemel-Aarde, Schenk mij Uw energie, Motor des Levens — Schenk mij Uw Waarheid,, Dageraad der Openbaring.

Laat het Geheim Uwer Goddelijkheid het Zaad des Volmaakte Mensen besloten houden opdat Het rijpe — opdat Het ontkieme — opdat Het bekend make hetgeen Gij, O Geestzon, in mij hebt nedergelegd.

Tot Uw Verheerlijking e Lofprijzing, Eenheid des Universums!

Amen

Benut uw vleugels!

Ga dagelijks dieper de verborgen bronnen binnen van uw Goddelijke zelf — laat u op uw vleugelen medevoeren tot in het hart der Stilte.

Lees na de bezinning bijgaande astrosophische tekst. Betracht na lezing een ogenblik stilte en wissel — indien u met meerderen bent — zo nodig van gedachten.

Zoek IN uzelf naar de vervulling der Waarheid.

  • « Wat wil ik? »  - het vuurtype,
  • « Wil ik? » - het watertype,
  • « Wie ben ik? » - het luchttype,
  • « Wat bezit ik? » - het aardetype.

Wij hebben dit in het vorige hoofdstuk besproken.

Wij hopen dat de kandidaat heeft kunnen inzien, dat elk van deze vragen de grond van geheel zijn leven aanraakt. Hij, die snel over deze vragen heenloopt, zal nimmer te weten komen of zijn leven werkelijk een spiritueel doel kent.

De harmonische ineenvloeiing van deze vier vragen culmineren in de absolute spiritualiteit, die zich niet bekommert om futiliteiten en problemen, die slechts het ego aangaan.

De vier waarheden van Boeddha, zich uitdrukkende in de vier vragen, vormen tezamen de spirituele weg, waarop de pelgrim vastbesloten voortgaat. Het grote Niet-Zijn, vurige wens van vele spiritualisten, bevindt zich midden in het vierkant, dat deze vier vragen of waarheden vormen.

Omsloten door de eenheid van deze vier pilaren van het spirituele leven, vindt de pelgrim het Tao, de zielevibratie, waarbinnen het ego sluimert in de omarming van de eeuwige, oorspronkelijke natuur.

Het is moeilijk om met een beperkt woord de onmetelijkheid van dit Tao uit te drukken en tot de pelgrim over te dragen. Laat men zich slechts voorstellen dat het ego niets meer wil, dat die harde egocentrische kern zich uit de mens terugtrekt en dat zijn denken en gevoelen zich oplost in die energievolle stilte van de geest.

Men kan het enigszins vergelijken met het zich op de top van een berg bevinden, waar de stilte zich intensiveert door de adembenemende schoonheid van de omgeving, terwijl men zich totaal gevoelt opgenomen door de prachtige natuur. Op zulk een moment is de stilte tastbaar in de mens en om de mens. Iedere gedachte aan het eigenbelang trekt uit de pelgrim weg, hij gevoelt zich omarmd door een grootsheid, die alle menselijke interessen wegvaagt. Dit zijn slechts sporadische vluchtige momenten, doch zo zal het steeds kunnen zijn, wanneer het onmetelijke Tao zijn ziel binnendringt en de eigen begrensdheid en kleinheid uit de mens wegrukt.

In alle heilige geschriften komt de eenheid van de vier waarheden tot de mens, zoals o.a. in het Nieuwe Testament, waar de vier Evangelisten en de vier Dieren, hem plaatsen voor de basis van de harmonie.

De achtvoudige weg, waarbinnen de dubbel gepolariseerde vier waarheden zich bevinden, hangt samen, zo zegt Boeddha, met de werkzaamheid van de keel, of de omwending van Mercurius.

De keel is de poort tot de grote bevrijding en bezit als symbool een bloem met 16 bloembladen (2 x 8).

De poort waardoor de bevrijding tot stand komt, zegt ook Boeddha, is de keel, die door een bevrijdende vibratie de mens vanuit de zevenheid tot de doorbraak van de acht stuwt.

Ieder mensenkind moet zijn innigste wens door een sterke, naar buiten en naar binnen doordringende trilling, bevestigen.

Zodra de pelgrim voor zichzelf hardop het antwoord op de vier vragen heeft gegeven, beginnen de consequenties, neemt het werkelijke Pad een aanvang. Een hardop uitgesproken bevestiging of ontkenning is een besluit dat direct zijn uitwerking heeft. 

Door de trilling van de bevestiging of ontkenning naar buiten te dragen, verandert het aurische veld van de mens en ondergaat hij tevens innerlijk de werkzaamheid daarvan. Het oor brengt de trilling weer naar binnen, de aurische vibraties nemen de trilling in hun veld op en veranderen van kleur.

Dat is de uitwerking van een woord. En dat is dus ook de uitwerking van de zevenvoudige, bevrijdende trilling, die de keel naar buiten draagt.

Voordat de mens positief, welbewust hardop zijn wens uit, is er een innerlijke werkzaamheid aan vooraf gegaan. Wij spreken natuurlijk over de serieuze kandidaat en niet over hen, die nonchalant met de trilling van het woord omspringen en zo een chaotische verwarring in hen en om hen ontketenen.

Dezulken kunnen niet positief en direct een spirituele weg bewandelen, want zij belemmeren zich zelf van dag tot dag.

Hij, die zich welbewust verdiept in de vier vragen, zal ontdekken waar zijn belemmeringen zetelen en zal niet eerder een positief antwoord kunnen uitspreken alvorens deze belemmeringen zijn opgeruimd.

Een antwoord, dus de positieve polarisatie die de negatieve polarisatie van de vraag tegemoet komt, zal absoluut de innerlijke waarheid van de kandidaat moeten vertegenwoordigen, willen vraag en antwoord een eenheid vormen, dus: tot harmonie komen.

Het Niet-Zijn is in zichzelf een absolute waarheid, want leugen of schijnheiligheid brengt tegenbeweging, verstoring van het Niet-Zijn. Men kan dat bij zichzelf nagaan: de serieuze pelgrim gevoelt innerlijk een onrust, een chaotische verwarring, zo hij de waarheid niet spreekt, of heeft gesproken.

Het vuurtype komt in opstand tegen die verwarring, zodra hij de leugen hanteert en werkt zichzelf steeds dieper in de strijd der tegengestelden.

Het watertype laat zich deprimeren door zijn eigen leugenachtigheid en verzinkt in vermoeidheid.

Het luchttype tracht zijn eigen onwaarheid te ontvluchten door desnoods nog meer leugen daarop te stapelen, zo zichzelf inspinnend in een wereld van leugen en schijn, waarin hij zelf gaat geloven.

Het aardetype blijft zich hardnekkig baseren op zijn eigen leugenachtigheid en ontkent eenvoudig alle andere waarheid, zich zo een eigen schijnaarde onder de voeten bouwend.

Tenslotte eindigen alle typen in die alles vernietigende tegenbeweging, waarbinnen de stilte onvindbaar is. Met iedere ademtocht bindt de onwaarachtige pelgrim zich aan de tegenbeweging, aan de disharmonie en verwijdert hij zich van de stilte. Alleen omdat zijn uitgangspunt foutief geweest is.

Daarom bepaalden wij de lezer bij de vier vragen, die uit de vier waarheden ontspringen.

Men zal elk van deze vragen tot op de bodem moeten peilen en pas wanneer uit de mens zelf, als een fontein, het duidelijke, positieve antwoord oprijst en men dit hardop voor zichzelf durft uitspreken, zal men een begin hebben gemaakt met de Omwending.

Boeddha sprak niet voor niets over de Vier Waarheden!

Want niemand is waar.  Geen mens, die zich nog in de strijd der tegengestelden bevindt, kent de waarheid. Wellicht bij vlagen, in spaarzame ogenblikken.

Er zijn, zo zegt de oosterse astrosofie, vijf bewegingen, vijf obstakels, die binnen de kosmos, binnen de mensheid en binnen het individu overwonnen moeten worden.

Het vuur wordt gesymboliseerd door het massale verlangen der mensheid: de lagere verlangens vernietigen, verbranden, de hogere verlangens verlichten.

Binnen de macro- en de microkosmos moet dit vuurelement gelouterd, gereinigd worden. De wens, het verlangen der mensheid moet dus gezuiverd worden en daarom correspondeert dit met de vraag: « Wat wil ik? »

Zodra men zich deze vraag steeds opnieuw stelt en nagaat in hoeverre het antwoord puur, waar en direct opwelt en waarmede dit antwoord in verbinding staat, is men bezig het grote verlangen te zuiveren.

Dat is de eerste belemmering overwinnen.

De indolentie, de luiheid en de verdoving in de mensheid, in de natuur en in het individu worden bevorderd door het water- element. Het medebewegen neemt abnormale vormen aan, het is het niet willen doordringen tot de vraag: « Wat wil ik », en « Wil ik ». Er wordt liever niet nagedacht, men zoekt de gemakkelijke weg. Dit waterelement bevordert afhankelijkheid, autoriteiten-aanbidding, gemakzucht en massale hysterie.

Het element lucht bevordert onnadenkendheid, verstrooidheid en agitatie. Het is de massale vlucht in de onwetendheid en de verdeeldheid.

Daar waar het luchtelement regeert, kan geen eenheid en geen harmonie tot stand komen, voordat de basis van het: « Wie ben ik », of « Wie zijn wij », gelegd is.

Zolang de mensheid niet wil weten wat de waarheid is, of wat de realiteit is, wordt zij voortgejaagd door het luchtelement.

Deze negatieve instelling herkent men in de Aquarius-era.

Ieder onnadenkend mens is een speelbal van de luchten en wordt een prooi van de innerlijke onrust, zich uitende in nerveuze storingen en innerlijke gespletenheid.

Door het element aarde wordt de mensheid aangezet tot boosaardigheid en ondeugd. Men kan dit zien in de vorm van egocentriciteit, eigenbelang, het funderen, grondvesten van het ik in iedere handeling, in denken en gevoelen.

De aarde, de noodorde, dwingt de mens tot het uitleven van zijn egocentriciteit, dat is zijn lijfsbehoud. Iedere materialist is egocentrisch en daarom het tegendeel van christo-centrisch of spiritueel.

Daarom is de kernvraag voor de tijdelijke mens: « Wat bezit ik? » 

En dit legt deze mens altijd in materiële zin uit.  De spirituele mens zal zich oriënteren op het spirituele bezit, « Wat bezit ik? » in spirituele zin.

De vraag, die achter het kwade dringt is: « Wat bezit ik en wat ga ik bezitten? » Het kwade is daarom niet duivels, maar slechts het oerdrijven van het element aarde. En dit oerdrijven van het tijdelijke aarde-element, strijdt met de andere drie drijfveren van de tijdelijke elementen: vuur, water en lucht.

In hun sterk geconcentreerde egocentrische streven vinden zij elkander niet, vinden geen gezamenlijke basis tot harmonie.

Daarvoor moet allereerst het vijfde element toegevoegd worden: het element ether, corresponderende met een zieletrilling.

Dat vijfde etherische element brengt twijfel.

Twijfel houdt de mens wakker, rukt hem los uit zijn egocentrische streven en plaatst hem steeds opnieuw voor een doorgang, een poort. De ziel brengt de twijfel aan het horizontale levensdoel, zij verbreekt steeds de horizontale rust.

Slechts de spiritualist erkent vijf elementen, inplaats van vier elementen, omdat hij het ziele-element ook onderscheidt.

Hij, die geen zieleleven kent, ervaart geen twijfel en daardoor is er geen enkele beweging in hem, geen beweging die hem tenslotte naar de stilte of het Niet-Zijn binnen de harmonie zal voeren.

Het basisvierkant van de harmonie kan slechts worden gelegd, wanneer het vijfde element: ether, daaraan meewerkt.

De vier waarheden van Boeddha verheffen zich pas op het spirituele vlak, wanneer de ziel centraal staat. Zo niet, dan is er slechts een fanatiek doordrijven van de eigen, begrensde, persoonlijke waarheid aanwezig. De twijfel, die het etherelement tot de mensheid brengt, is het begin van een ontwaken. Er komt een moment waarop deze twijfel ondergaat.

Wanneer nl. de vier elementen: water, vuur, lucht en aarde niet meer in disharmonie leven, is er geen reden meer voor de ether om de twijfel over te dragen. Dan is het oerdrijven van de ether vervuld en kan ook zij opgaan in dat absolute Tao van de vijfpuntige geboortester.

Het Niet-Zijn is daarom geen gevecht, het is de som van alle zelfonderzoek en alle geaccepteerde waarheid. Het Niet-Zijn is  de acceptatie van de Waarheid en het komen tot de onpeilbaarheid van die Waarheid.

Tegenover deze vijf negatieve eigenschappen van de vijf elementen van de tijdelijke natuur, staan, en dat is vanzelf-sprekend, vijf positieve eigenschappen.

Binnen de tijdelijke natuur heffen de tegengestelden elkander op.

In zichzelf zal de kandidaat trachten de twee kanten van een element-eigenschap met elkander in harmonie te brengen.

En dat wil altijd zeggen: het evenwicht bewaren, de middenweg bewandelen. 

De positieve zijde van het vuurelement stimuleert de gerichtheid, de concentratie. 

De positieve zijde van het waterelement versterkt het geloof. 

De positieve zijde van het luchtelement brengt een versterking van het opnamevermogen.

De positieve zijde van het aarde-element brengt verwerkelijking.

En tenslotte brengt het etherelement en dat kan niet anders, op basis van de harmonie van de vier vorige elementen, de volkomen Kennis of Wijsheid.

De harmonie binnen ieder element roept in de mens de zieletrilling tot zich. 

De concentratie, de stabiele, levende, eenpuntige gerichtheid van het vuur, samengaande met het onuitroeibare, levende, vaste geloof van het water, gepaard met de openheid en het levende inzicht van de lucht en uitgedragen als een machtige, bewuste handeling van het element aarde, roept de zieletrilling op!

Ziedaar het proces.

De Omzetting ligt slechts in het overdragen van de vier elementen aan het vijfde element, waarna dit zelf als middelaar dient voor de volkomen absorptie binnen Tao.

Een mens zonder zelfkennis ontkent de waarheid.

Hij, die de waarheid ontkent, hoe minimaal ook, bereikt nooit de grond van het Zijn, om dit te kunnen overdragen aan het absolute Niet-Zijn! De stilte is een beweging, die de tijdelijke natuur niet volledig kan omvatten. Het Niet-Zijn binnen de vier elementen is het opgenomen worden in de etherische zieletrilling.

In het begin is dit als een vijfpuntige ster, de ziel vormt de hoogste punt van de ster en geleidt de etherische trilling, maar dit is slechts de geboorte. Uit deze zieletrilling worden de hemelse-elementen geboren, de elementen van de Nieuwe Hemel-Aarde, waarbinnen eenmaal de volmaakte mens zal leven.

Dan is er sprake van acht elementen van de hemelse natuur, die de tijdelijke natuur, vrijwillig en in liefde, omvat blijven houden, opdat zij niet in zichzelf zal sterven.

De ontkenning, het neen van de spirituele kandidaat op de aanvaarding van de tijdelijke natuur, heeft altijd zijn tegenwicht in het positieve ja tegenover de eeuwige natuur. En dat houdt in: de verbintenis, de wacht aan de poort, de offerande.  Het neen bestaat niet op zichzelf, althans nooit voor een spirituele kandidaat, noch bestaat er een geïsoleerd ja.

Er is een evenwicht, een samenspel tussen ja en nee.

Indien de pelgrim met een positief ja antwoordt op de spiritualiteit, zegt hij positief nee tegen de a-spiritualiteit.

Zo is het ook met het innerlijke antwoord van de mens op de vragen van de Vier Waarheden. Is dit harmonische evenwicht bereikt, ligt het 'ja' van de kandidaat in de bovenste cirkel van de Acht en het nee in de onderste cirkel van de Acht, dan betekent dat:

Tao, het Niet-Zijn, de absolute stilte, die de beweging van het Goddelijke Leven is.


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene