De kandidaat van de horizontale vierde waarheid, zal binnen de bezinningsstilte een intensieve beweging moeten bewerken.

In denken, in gevoelen, in willen.

Hij moet eveneens tot de realiteit van de eerste waarheid terugkeren en ook via de tweede en de derde waarheid.

Zoals de kandidaat van de tweede waarheid het vuur te hulp moet roepen om zijn ijs te doen smelten, zo zal de verstarde kandidaat van de vierde waarheid al de drie elementen, vuur, water en lucht, moeten proberen, dit hangt van zijn verharding af.

Is er nog openheid, nog een gevoeligheid, dan zal de stilte van de tweede waarheid hem kunnen leiden tot de vraag: « Wil ik? » 

Is er slechts de zelfgenoegzame tevredenheid, dan kan binnen de bezinningsstilte de verdiepingen van de vraag: « Wat weet ik en wat ken ik? »  de oplossing brengen.

Mits de kandidaat bereid is tot de spiritualiteit. Het is de beschouwing van het innerlijke bezit, die deze mens tot inzicht kan brengen, de basis waarop hij zichzelf verheven heeft, moet onderzocht worden. Is die basis een schijnfundering, dan moet hij de moed hebben die af te breken en allereerst tot het 'niets' van de derde waarheid terug te keren, waarna hij dan opnieuw gefundeerd moet worden. Eerst in de realiteit van de tweede waarheid om daarna de basis te vinden in de eerste waarheid.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene