Dan komt men bij de kandidaat aan wie de zware opgave van de eerste waarheid voorbijgaat, maar die direct aangesproken wordt door de tweede waarheid.

Hij moet beweging brengen in de ijzige oppervlakte van de wateren en daarom moet hij het vuur te hulp roepen. De stilte in zijn innerlijk is een valse stilte en moet verbroken worden door steeds opnieuw zichzelf te plaatsen voor de verborgen wilskracht, die hij niet onderkent. Hij moet de eerste waarheid in zichzelf wakker schudden! Zich afvragen of hij werkelijk iets realiseren wil? Of hij waarlijk genoeg moed bezit om de ijslaag te doorbreken en de consequenties van de blootlegging van de innerlijke wateren te aanvaarden, die misschien een leegte maskeren, een schijn-spiritualiteit.

In tegenstelling tot de vuurkandidaat, die naar binnen moet treden, moet deze kandidaat naar buiten treden. Dezelfde moeite die de eerste kandidaat heeft om naar binnen te treden, zal de tweede kandidaat hebben om naar buiten te treden.

Hij kan dit doen door, in zijn bezinning, zichzelf een spiegel voor te houden, waarin zijn gedachten zich weerkaatsen.

Het gaat er nu niet om zichzelf af te vragen: Wat wil ik?, maar: wil ik?   Zo ja, dan moet de innerlijke bevrorenheid gebroken worden en de voorheen kunstmatige innerlijke stilte, moet vervangen worden door een stilte, waarbinnen het zielevuur beweegt, maar waar tevens de doorzichtigheid van het klare water de reinheid der zinnen bewaart.

Dat is een andere vorm van stilte.

De Grote Stilte, waarbinnen het nieuwe element: water-vuur, het Goddelijke Licht op nieuwe wijze weerkaatst.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene