Men kan tot verwerkelijking van de eerste waarheid komen door, binnen de stilte, zijn wil te observeren. Laat alle aanzichten van het willen, en dat zijn de verwerkelijkings-ideeën van de mens, voor het geestesoog passeren.

Wat wil de kandidaat, welk materieel of spiritueel bouwwerk zou hij willen oprichten? Een moreel hoogstaande wereld, een ijle, abstracte realisatie, een profane, materiële werkelijkheid? Het vuur dat de mens bezit, waar drijft dit hem heen?

Ontdekt men dat, alleen met zichzelf, van aangezicht tot aangezicht met de diepste drijfveer achter zijn geweten, dan laat men dat vuur doven, vervluchtigen binnen de hoge gerichtheid van zijn concentratie, opdat het de mens niet innerlijk zal verwonden, of hem op de verkeerde weg zal leiden.

De kandidaat, die tegenover zijn innerlijke wilsvuur staat, zal moeite hebben om zijn daadkracht om te zetten. Hij moet het verschil onderkennen middels het innerlijke oog en de innerlijke kennis, tussen de spirituele daad en de materiële daad.

Het wilsvuur laten doven zonder inspanning van de wil, slechts door de stilte der harmonie, is de meest positieve daad die deze kandidaat zich kan wensen.

Zodra hij dit onderkent, slaagt hij!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene