De vierde waarheid brengt de zekerheid van de tevredenheid met hetgeen men bezit en hetgeen men is.

Dit kan, bij horizontale beschouwing, leiden tot zelfgenoegzaamheid, laksheid, luiheid en de ondoordringbare zelfautoritaire houding van het ik ben.

Het is de levenshouding van een saturnale Steenbok, Capricornus, een aardemens. Het is die onoplosbare verharding van de aarde, die rotsachtige verstening, waarbij noch water, noch vuur, noch lucht enige verlichting kunnen brengen, maar waarbij slechts de atomaire brand in kan grijpen.

Deze verharding is te vergelijken met de hoogmoedige saturnale toestand van de kandidaat in de tiende aeon van het Pistis Sophia-evangelie, waarbij hij zich vastklemt aan de rots van zijn verhevenheid, van zijn intellectuele kennis en weigert om over de afgrond van het Niet-Zijn te springen.

De Boeddha ziet deze situatie binnen de onbegrepen aan-schouwing van de vierde waarheid.

Wederom is hier die ongelooflijke machtige eenheid tussen de grote leringen: Pistis Sophia, Boeddha, Gnosticisme en tenslotte vindt men haar eveneens in de Acht Zaligsprekingen.

Maar alle komen op hetzelfde neer: allereerst de eerste schrede zetten door de overgave van dat brandende wilsvuur, waardoor het geweten misbruikt en verkracht wordt in de levensstrijd om de realisatie op het horizontale vlak.

Dit laat de mens altijd bitter achter, want er is op deze wijze geen realisatie mogelijk! Alle bouwwerken breken de kandidaat onder de handen af. Dit speciaal tot hen, die voor eer en geweten strijden in deze wereld van gewetenloosheid en eerloosheid. Men moet een andere basis zoeken, de basis van het innerlijke oog en de innerlijke kennis.

De vier waarheden worden door niemand begrepen en zij worden onafhankelijk van elkander door verschillende religieuze en morele groeperingen op een horizontale wijze uitgedragen, maar zij zijn één en zij moeten in de kandidaat tot een eenheid worden, wil hij slagen op zijn weg.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene