45 - Genezing

De regen weende van vreugde om de heerlijke geur die het hart der aarde vrijgaf.


Men weet dat er geen enkele resultaat te verwachten is van gedwongen wilsinspannende methoden, maar misschien beseft men nog niet volkomen dat de mensheid onderling etherisch dermate sterk verbonden is, dat alleen al de bedoeling van de enkeling, een helpende, dan wel een ondermijnende impuls veroorzaakt in het algemene etherische krachtveld van de mensheid.

De electro-magnetische impulsen der gedachten zijn enkele millimeters buiten de hersenen al niet meer te meten. Niettemin bewegen zij zich voort naar het doel, aldus bewijzende dat er een onmeetbaar en verfijnd fluïdum bestaat, dat boven het menselijke begripsvermogen ligt.

De gedachte is van een grovere trilling dan de intentie. De simpele opwelling, of vaak vluchtige beroering is voldoende om een fluïdum-flits uit te zenden, die zijn werk verricht.

Een ieder die matig, dan wel volstrekt niet beroerd wordt door de idee zijn naasten bij te staan, zal niet in staat zijn enige hulp voor die naasten vrij te maken, hoezeer zijn verstand en zijn wil hem ook van de noodzaak daarvan zullen overtuigen.

De mens is en doet zoals hij werkelijk is. Daar verandert geen enkele leer, raad, of wilskracht iets aan. Op het moment dat deze woorden de lezer bereiken, is er in de lezer reeds de bedoeling, of de al dan niet bereidwilligheid aanwezig en deze bepaalt het succes of de mislukking.

Men kan elkander geen interesse, geen liefde, geen geloof en geen bereidwilligheid aanpraten. 

Ergens in het innerlijk roept het gevoel een onzichtbare trilling op, die al uitgezonden is, voordat woord, gedachte of daad gesteld zijn. Het wel en wee van mens en wereld zijn direct afhankelijk van de kwaliteit van het bedoelen van de mensheid. Hier geldt ook de wet van de democratie: de sterkste macht wint. Niet zozeer de hoeveelheid, omdat het onmeetbare etherische fluïdum alle normale stoffelijke en zelfs paranormale logica verbreekt.

Men gaat natuurlijk van de veronderstelling uit dat iedereen, niemand uitgezonderd, bereid is iets voor de naaste te doen, maar men kent de gradatie van elkanders bereidwilligheid niet.

Iemand, die tot in zijn hart ergens door getroffen wordt, stelt spontaan een daad en in hem welt voordien spontaan een impuls op die zijn weg vindt. De directe verbintenis van mensen onderling, is in de allereerste plaats te danken aan deze onmeetbare fluïdumband,  die men zichzelf nauwelijks realiseert, omdat de mens dikwijls niet stilstaat bij een spontane opwelling, die soms zo vluchtig voorbijgaat, maar ondertussen zijn werk al heeft gedaan. Vandaar dat denkbeheersing, het controleren van de gedachten eigenlijk nutteloos is, want het is een verlate reactie.

Deze, heden in de parapsychologie bekende feiten, bewijzen dat het hart het centrale middelpunt vormt en dat dit hart de sleutel is tot 's werelds lief en leed en tot een zichtbare verandering in het mensheids- dan wel individuele gedrag. Vandaar dat groepen door een autoriteit beheerst kunnen worden, maar er in het menselijke en groepsgedrag niets verandert.

Het hart is vrij, herhalen de ouden, en de moderne mens herhaalt het opnieuw, maar hoe vrij dit hart wel is beseft men nauwelijks.

En niemand, ook niet de mens zelf, kan dit hart van zijn vrijheid beroven. Alles wordt een kwestie van innerlijke verandering, onder inwerking van  ervaringen of lessen of feiten, die de mens dermate treffen, dat men spontaan daarop reageert en zo een gewoontevorming of een bekende stellingname doorbreekt.

Het opbreken, omwenden of doorbreken ligt dus niet in 's mensen eigen hand, maar in zijn eigen hart! En men is absoluut afhankelijk, hoe beroerd dit ook moge klinken, van de mate waarop de levenslessen de mens van binnen aangrijpen. En dit heeft ook direct te maken met de mate waarin men geïnteresseerd is in zijn naasten.

Het merkwaardige is dat de grote levensles van de oude wijzen: Wees matig in alles hier niet opgaat. Matigheid is de wet binnen de tegengestelden, het is het goede evenwicht tussen goed en kwaad, maar het is niet van toepassing op het hart van de mens.

Matige interesse, d.w.z. niet bezield zijn, betekent mislukking.

Omdat het overgrote deel der mensen niet bezield is door of voor de geest, lukt het niet een geestelijke basis voor het mensheidsgedrag te verwezenlijken. Hetzelfde geldt ook voor alle z.g. spirituele methoden, geen enkele methode berust op spontaniteit en wat men erdoor aanleert, beroert  niet dat onmeetbare energetische fluïdum, dat zijn werk al verricht, voordat de methode is doorgedrongen. Eigenlijk is het de instelling van de mens tegenover zijn doel, zijn levensrichting.

Hoe sta je tegenover je naaste?

Hoe sta je tegenover materiële welstand?

Hoe sta je tegenover een geestelijke levenshouding?

Omschrijven van die instelling, het je naasten ergens van overtuigen, zegt totaal niets. 

De spontaniteit van het hart heeft reeds alles gezegd en gedaan.

Men kan dat bij zichzelf controleren, in b.v. de momenten waarop men ergens door wordt getroffen, men kan er 'warm' van worden, of verlicht, of verheugd. Men kent dat wel, die onbeschrijflijke beroering, die soms in een oogwenk door de mens heen trekt. Wel, dat is de bepalende factor.

En dan zeggen sommigen: « Vroeger had ik zoiets, maar het komt niet meer terug » , of: « Ik vind die ervaring niet terug ».

De verklaring is eenvoudig: als men niet reageert op zulk een beroering, dus als men deze niet laat volgen door gedachten en daden, dan glijdt hij weg en was die bereidwilligheid of openheid, of bewogenheid slechts te licht om de mens mede te voeren op zijn veranderende of verlichtende zielestroom.

Iedereen zal zoiets betreuren. Het is als een ziele-aanraking, die teruggewezen wordt door het denken. Men voelt zich gelukkiger wanneer de gedachten deze stroom volgen en men nog uren, soms dagen daarna, bereid is om alles te doen om de ervaring vast te houden. Dat is dan die instelling van bereidwilligheid en openheid, waarover zoveel gesproken wordt in de oude leringen.

Men weet dit allemaal wel, maar de essentie ontgaat de mens, eenvoudig omdat men met het denken de logica daarvan kan volgen, maar de hart-interesse van de mens, de spontane instelling, wordt er niet door beroerd, men wordt er koud noch warm van.

« Werd de mens maar koud of warm! »  Welk een diepzinnige uitspraak! Elke beroering waar men koud dan wel warm van wordt, verricht zijn werk, goed of slecht.

Neutraliteit is de beste oplossing om tot welslagen te komen, zo kan men lezen in de literatuur en dat betekent dan: indien allen neutraal zouden staan tegenover de gebeurtenissen, alles vanzelf in elkaar zou storten.

Onthechting ligt in dit koud dan wel warm worden en men moet eens even bij zichzelf nagaan, voor wat men warm dan wel koud wordt, want daar ligt de sleutel van welslagen of mislukken.

Men heeft die sleutel al gehanteerd voordat men het beseft.

Er zal vrijwel niemand zijn, die kan zeggen dat hij voor geen enkele materiële interesse koud of warm wordt.

En hoevelen onder de mensen zullen kunnen zeggen, dat zij warm dan wel koud worden, als zij betrokken worden bij iets spiritueels, of naastenliefde of enkele andere essentiële waarden?

Genezen, helpen, of ziek maken dan wel vernietigen, gebeurt tijdens de beroeringen waarin men koud dan wel warm wordt.

Alle andere bindingen kan men vergeten, die tellen niet. Die zijn niet fundamenteel en sterven af, voordat zij waarlijk iets fundamenteel goeds dan wel fundamenteel kwaads verrichten kunnen. De spontane instelling van de mens tegenover de naaste, bepaalt of men die naaste kan helpen.

De oplossing ligt dus niet in het laat Gods water maar over Gods akker lopen, maar in het wensen doordrongen te worden van de levenslessen. Aldus moet men met hart en ziel deelnemen aan de interessen die de mens trekken. Zo bekeken zou het vanzelfsprekend mogelijk zijn, dat enkele mensen een mensheidsgeschiedenis zouden kunnen veranderen, hetgeen dan ook in de loop der tijden diverse malen is geschiedt: de bezielde eenlingen brengen een ommekeer.

Wel, als men inderdaad wenst dat er een wending ten goede zou komen of dat de naasten zich meer bewust zouden worden van de waarachtige levenswaarden, dan behoeft men slechts geheel zijn warme gevoelens daarnaar te laten uitgaan, precies zoals men dan zijn koude gevoelens laat uitgaan naar alles dat deze omwending tot de geest zou belemmeren.

Bewogen worden door de geest en bewogen worden door de nood van zijn naasten, is bouwen aan het heilige, zonder inspanning. Van het totale mens-zijn komt men altijd tot het geïnspireerd worden door de geest, omdat de totaliteit van het mens-zijn de geest nooit uitsluit.


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene