Het mediteren moet voornamelijk zijn gebaseerd op het concentreren van innerlijke kracht. Het is niet, zoals in diverse kringen gebruikelijk, een hulpmiddel om de mens ontvankelijk te maken, opdat de daarna komende ceremonie of toespraak gemakkelijker ingang zou vinden. Als de meditatie centraal staat, is het een praktisch geestelijk instrumentarium om geestelijke trillingen te geleiden.

Iedereen, die van binnenuit medewerkt aan de meditatie (e.v. rituaal), zuivert zichzelf daardoor van lagere vibraties, verhoogt zijn trillingssleutel en ondergaat de meditatie dus als een geestelijk bad en een geestelijke activering. Deze resultaten zijn dan duidelijk waarneembaar in de aura van de mens. Zij zijn natuurlijk afhankelijk van de intensiteit waarmede men zich inzet.

Als men enige tijd deze praktijk heeft beoefend en dus vertrouwd is geraakt met een geestelijke concentratie, zal men een stap verder kunnen zetten op deze weg.

Geestelijke praktijk is nl. nooit uitsluitend het verbreden van inzicht of het zich oriënteren in de filosofie, maar behelst tevens en vooral de overdracht aan de naasten, een praktische daad van liefde, medeleven of hulp. Er zijn ontelbare aspecten van de naastenliefde. Als mensen genoeg kennis denken te bezitten, waardoor zij zich topzwaar voelen, kunnen zij zichzelf geestelijk verlichten door daden van liefde. Liefde gezien in een zeer ruime betekenis en onafhankelijk van bepaalde, mogelijk sympathieke, personen.

Alles waarvan men een 'teveel' heeft, behoort men door te geven aan de naasten. Dat is een liefdewet in de stof, maar evenzeer een basisregel in de spiritualiteit. Hierdoor komt men tot een innerlijke harmonie, terwijl de naaste er zijn profijt mede kan doen.

Om terug te komen op de rituele meditatie: de energie die men bundelt en waardoor men zich opgeladen gevoelt, zou tevens kunnen worden aangewend om de naaste bij te staan.

Men moet nooit van de idee uitgaan, dat men zelf te arm of te zwak zou zijn. Men moet allereerst begrijpen dat een spiritueel mens er altijd van overtuigd is, dat hij sterk is door de geest.

Dat is het uitgangspunt!

Het twijfelachtige fundament van: vandaag ben ik sterk en morgen ben ik zwak, gaat men dan verlaten. Vergeleken bij de ontelbare naasten is men sterk, gelukkig, bevoordeeld en zeer rijk. Deze innerlijke rijkdom te erkennen en te herkennen belevendigt de innerlijke kracht. Als men mediteert sterkt men zichzelf en zodra men bemerkt dat men die innerlijke kracht verliest, dan komt dat doordat men anti-geestelijk bezig is geweest in emoties  en/of denken.

De ontmoeting met een geestelijk ontredderde mens of een vertwijfeld zoekende mens, leert de mens dat hij rijk is. Dat is geen hoogmoedige instelling, maar het erkennen van de verbinding met de geest. Als men deze verbinding nu nog zou ontkennen, betekent dat eenvoudig dat men zijn kansen tot geestelijke verrijking verzuimt.

Stuk voor stuk is de mens rijk!

Dus: verlaat de ontledigende idee van: « Ik ben zwak en nutteloos en onmachtig ». Bezien vanuit de Universele Geest is iedereen nietig en zwak, dat staat wel vast, maar eveneens staat vast, dat een atoompje geestelijke kracht machtiger is, dan een concentratie van tegenkracht. Men zal beslist dit wel eens aan den lijve ondervonden hebben. Op dit feit gaat men zijn geestelijke naastenliefde baseren. Als men de geestelijke energie concentreert, zal men met die energie in hetzelfde moment veel goed kunnen doen. Maar laat men wel begrijpen, dat elke gedachte van onzekerheid, ongeloof, twijfel, laatdunkendheid of weerstand zulk een concentratie afzwakt.

Het gaat er in het geheel niet om wie men is, of men een groep vormt, of een bepaalde levensovertuiging heeft, maar het gaat er uitsluitend om, of men van binnenuit bereid is de individuele rijkdom met anderen te delen, zelfs geheel over te dragen aan de naaste. 

Iemand, die zich bezield, volkomen ten dienste van anderen geeft, kan zich na een actie volkomen ontledigd gevoelen, daar tegenover staat, dat hij die zichzelf ten dienste van anderen ontledigt (uitgaande van een zuiver geestelijke motivatie), zich ook weer snel kan bijladen.

De praktijk van het bijladen op de geestelijke hoogten en het uitdelen van de geestelijke schatten in de lichtloze dalen gaat men dan realiseren.

Er is, zo kan men beluisteren, een grote geestelijke nood, mensen vallen in de schoot van geestelijke bedriegers, omdat ze ten einde raad zijn. Zou men daaraan niet iets moeten doen?

Elke versterking van geestelijke trillingen binnen dit aardeveld, draagt ertoe bij dat de enkeling tot inzicht komt. Men zal zich als gnosticus in de praktijk moeten bewijzen. En elke gnostieke mens werd gekenmerkt door twee gaven: inzicht of geestelijke kennis en liefde.

Als begin van deze praktische uitvoering neemt men als uitgangspunt:  het zich realiseren dat men een innerlijke schat bezit.

Wordt men zich daarvan bewust, dan zal men van het ene moment op het andere veranderen, want deze geestelijke schat ontdekken maakt de mens dankbaar, bescheiden tegenover de Universele Geest en vervult hem met mededogen en medeleven met zijn naasten. Meedogenloosheid, onbegrip, fanatisme of arrogantie is de mens dan onbekend.

Laat men dus eerst serieus en gedrongen door een geestelijke oprechtheid, op zoek gaan naar die innerlijke rijkdom en als men beseft dat men deze bezit, dient men van dit bewustzijn gebruik te maken. Een geestelijk mens is nooit geestelijk gierig, maar wenst, integendeel, altijd uit te delen van zijn rijkdom.

Laat men zichzelf evenmin belasten met die aangeleerde gedachtenkronkels, waardoor het probleem opgeroepen wordt: Wie gaat helpen, mijn ego of mijn ziel? Kan ik wel altruïstisch of ik-loos zijn? Zulk een opgeroepen probleem bepaalt de mens direct bij zichzelf en dat is altijd in tegenstrijd met het geestelijke principe: Als hulp van node is, ben ik daar

Het is hetzelfde uitgangspunt van het bijbelse: Gebruik mij, Heer, in Uw dienst.

Alleen zal men deze woorden veel ruimer en vooral veel diepzinniger moeten opvatten. In zulk een moment is men niet met andere problemen bezig, welke deze ook mogen zijn!

Als men dus zich ervan bewust is, dat er 'geestelijke nood' is, overal, zal men de eerste stap moeten zetten, die behelst: de innerlijke rijkdom ontdekken en tot in alle vezels van het wezen daarvan bewust worden. Dan zal men een waarlijk bewust geestelijk rijk mens zijn.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene