41 - Het pentakel — licht

De zandkorrels van de tijd glijden door de zandloper van mijn leven om mede straks het strand van de oceaan der eeuwigheid te vormen.


Dit is de vijfde pentakel-meditatie. Als alles volkomen naar wens verloopt  dan bezit de mens nu: een volledige overgave aan de geest; een heilig verlangen vanuit de ziel; een eenheid tussen geest, ziel en lichaam; en een diepe vrede des harten.

Maar, helaas, de mens wordt dermate in beslag genomen door de maatschappelijke en familie-verplichtingen, dat hij er niet in geslaagd zal zijn, de zozeer begeerde gaven volkomen te verkrijgen.

Elke bezinning is zeer individueel en is direct in overeenstemming met de mens zelf, met zijn aard, met zijn geestelijke staat en zijn motivatie. Laat men niet vergeten dat de overgave hetzelfde betekent, als zichzelf aan iets wegschenken en dat vele mensen, afhankelijk van hun instelling, hun aard en hun verlangen een aversie hebben tegen het zich wegschenken.

Zonder zich wegschenken kan men echter nooit zelf-vergetelheid, de basis van alle spiritualiteit, van alle humaniteit en naastenliefde, praktiseren. Vandaar dat de basis van elk mens verschillend zal zijn en de reacties dienovereenkomstig.

Omdat aanleren het tegenovergestelde is van ervaren, is de enige handicap: matige interesse, waardoor allerlei bijkomstigheden de mens kunnen afleiden.

De vier concentratie-motieven hebben niets met interesse te maken, maar alles met de wens tot spiritualiteit. Als de mens zich ergert aan zijn innerlijke verdeeldheid tussen materie en geest, is de mens zelf de enige persoon die daar iets tegen zal kunnen doen.

De innerlijke ervaring, die in een moment van stilte of gerichtheid, zijn deel kan worden, is de beste remedie tegen laksheid of verdeeldheid.

Daarom is de laatste pentakel-opgave: Licht.

Licht is een gewaarwording, die van binnenuit kan komen en het is een waarneming van buitenaf. 

Als men tijdens een bezinning het pentakel voor zijn geestesoog ziet met daarin het geschreven woord: Licht, dan is het alsof er van binnenuit contact wordt gemaakt met dat woord en men gevoelt zich verlicht.

Licht is het begin van leven, het is alles in één.

Al die onvolkomenheden van het menselijke bestaan, al die mogelijke problemen, waarmede de mens worstelt, zelfs alle ziektebeelden, kunnen oplossen in dat ene begrip: Licht.

Omdat alles wat onvolkomen en onbegrepen is, duisternis is.

Schort er dus wat aan bij de mens, dan kan men door het Licht tot een oplossing of verlossing komen. Verlichting betekent op-lossing, maar ook zich bevrijden. Het woord Licht overdenken, is het begrip achter het woord in al zijn nuancen ervaren. De mogelijke gedachte: Het is mislukt wordt weggenomen door het begrip: Licht.

Maar de voorwaarde om de verborgen geestelijke begrippen achter de vijf woorden te vinden, te ervaren is: deemoed.

De hoogmoedige worstelt met zijn arrogante wil. Hoogmoed schenkt de mens nooit die geestelijke ervaring, waarover de grote boodschappers, onverschillig wie zij waren, spraken.

Geen enkele intellectuele en arrogante mens kent het geloofs- of het godservaren. Als men niet gelooft dat men geestelijke verten in zichzelf ontsluiten kan, blijft men stilstaan in intellectuele leringen omtrent die geest, zonder te weten wie of wat die geest is.

Voor intellectueel filosofische scholing moet men bij een studie-vereniging zijn, nooit bij mensen, die gaarne een innerlijke weg willen bewandelen. Men bewandelt de geestelijke weg als men zich verandert en als men de twee pijlers van die geest verenigt: geloof en kennis. 

Geloven doet het hart, kennis (rede) gaat via het hoofd en als deze twee pijlers één worden, opent het hart zich voor de kennis en kan het hoofd tevens geloven.

Hoe dieper men gaat geloven, en dat heeft tevens te maken met godservaringen, des te meer kennis gaat men bezitten omtrent de verborgen bewegingen van het leven, en des te sneller men verandert, omdat elke innerlijke ervaring en elk weten als consequentie een levensverandering of handeling inhoudt.

Niets is onmogelijk! Het gaat slechts om de intensiteit van de wens die de mens bezielt.

Als door een geestelijke bezinning de etherische kleuren, het aura van de mens, veranderen, bemerkt men dat ook organisch.

Het samenspel tussen etherisch lichaam, stoffelijk lichaam en ziel, is iets dat men zelf kan onderbreken, door lichtloze gedachten en emoties. En stagnatie hierin resulteert altijd in allerlei vormen van lichamelijke en geestelijke storingen.

Zich laten overweldigen door spanningen, zorgen en angsten, kan jaren van moeizame geestelijke arbeid vernietigen.

Daarom: hoe vaker men zich terugtrekt uit storende, afbrekende werkzaamheden, gedachten, emoties, situaties, om zich in zichzelf te concentreren, des te sterker de geestelijke weerstand zal worden, wanneer men, van buitenaf, gedwongen wordt een anti-geestelijke situatie het hoofd te bieden. Want het gaat er natuurlijk uiteindelijk niet om alles te ontvluchten, dat moeilijkheden zou kunnen brengen, maar het gaat er om dat men, ook in moeilijkheden, uitkomst kan bieden door middel van geestelijke kracht!

In zulk een situatie is het begrip: Licht een bron van kracht en elke verbintenis daarmede in geestloze omstandigheden, zal een uitkomst brengen, energie doen toevoeren.

Vandaar dat men dit Licht moet leren kennen, het moet proeven met de geestes-zintuigen, zodat men, elk ogenblik, dit Licht naderbij roepen kan, omdat men ermede vertrouwd is geraakt.

Het komt dan niet van buitenaf, zoals menigeen denkt, zoals een meester zijn dienaar roept, maar Het doordringt de mens van binnenuit en Het zal dan naar buiten stralen.

Waarmede men gevuld is, wat in de mens aanwezig is, zal dan, te allen tijde, opgeroepen kunnen worden. Daarom, wen aan de gedachte dat alles Licht in de mens is, Licht, en dat men zelf dit Licht kan doen opvlammen, dan wel doen verzwakken.

Want elkeen die godservaringen krijgt, wordt een gnostieke magiër. Iemand, die ontsteekt en uitdooft, oplost en samenbindt, indien hij dit wenst.


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene