Het is niemand onmogelijk om te realiseren hetgeen hij wenst.

De spiritueel zoekende en hunkerende mens heeft niets anders te doen, dan zich te verbinden met die hartewens. Niets schenkt zulk een voldoening als het verwerkelijken van hetgeen gewenst wordt.

Als op de spirituele weg de mens zich beklaagt dat er niets gebeurt, dat hij geen resultaat ziet, dat hij niet vooruitgaat, moet de oorzaak altijd gezocht worden in de aard en de sterkte van de wens. Wanneer een mens met gelijkgerichten tezamen is, is men meestal zeker van de aard van de wens, maar thuisgekomen lijkt de intensiteit van de wens naar de achtergrond te verdwijnen en plaats te maken voor velerlei geheel andere soort wensen.

Alle spiritualiteit is gegrondvest in de vrijwillige omwending tot de geest. Iemand, die zich niet omwendt, zal geen resultaat zien, iemand, die zich slechts in nood of in daarvoor geschikte omstandigheden omwendt, kan niet verwachten dat hij snel tot wijsheid komt. De wens, die blijft steken in de vrome gedachte, voedt de mens niet, noch bevredigt hem; het is altijd de daad die hem voldoet.  In ogenblikken van rust, zichzelf met zijn innerlijke God confronteren, zichzelf verenigen met de hoogste Kracht of trilling, die hij qua zijn wezen bereiken kan, is een daad.

Dienstbaar zijn aan zijn naaste tot in alle consequenties, zonder in excessen te vervallen, is een daad. Zichzelf bepalen bij verheffende, geestelijke en harmoniserende onderwerpen, is een daad. Zichzelf berispen zodra men zich laat meedeinen op een melodie van een oerzonde, dat is een daad. Zichzelf vergeten doordat een geestelijke bezieling dringt tot realisaties, is een daad.

Niemand behoeft zich voor te houden, dat er geen aanleidingen tot realisaties zouden zijn. Heel het leven is één provocatie tot daden en ieder mens stelt juist die daad, die bij hem past.

Het zich bewust worden opgenomen te zijn in een lichtend pentakel en daarbinnen rust en zekerheid te vinden, is de eerste daad, die geen inspanning vereist, slechts begrip en kennis.

De begrippen Overgave - Verlangen - Eenheid - Diepe Vrede voor zich te zien in lichtende letters is een kwestie van wensen.

Het zijn woorden waarachter iedereen zijn eigen voorstelling ziet, begrippen waarmede men zich kan verenigen, in de vrijheid van de wens en de verbeelding.

De ene mens neigt meer naar kennis, de andere meer naar stilten, maar beiden zullen het erover eens zijn dat de daad kennis en stilten verbindt. Doen met het hart, doen met het hoofd, doen met de handen. Zonder de daad met de handen, het vorm geven aan de gevoelens en de gedachten, is de realisatie niet voltrokken.

In de stilten werken de handen mede, door zich in overgave te ontspannen, in de werken van de handen zijn hart en hoofd aanwezig, door te bezielen en te denken.

Hetgeen men liefheeft volgt men, als men de geest liefheeft, komt men daarmede in eenheid, slechts onwilligen moet men dwingen.

Verenigd met hetgeen men liefheeft, komt er vrede in de mens en de mens, die ziel en geest samenbrengt, zal de Diepe Vrede ervaren. De Diepe Vrede waarnaar men opziet, als die met lichtende letters aan het firmament van de verbeelding staat.

De Diepe Vrede, die angst, zorgen en onrust wegneemt.

De Diepe Vrede, die een bezit wordt, direct na een daad door geestelijke bezieling.

Wie is bezield? De mens, die zijn ideaal wenst te verwezenlijken en daartoe een daad stelt.

Welk geestelijk hunkerend en zoekend mens zou zonder ideaal zijn? Verval niet in gewoonten, die vervlakken, verval niet in plichten, die afstompen, verval niet in herhalingen, die de kandidaat van het leven vervreemden. 

Alle afleiding is goed, mits zij de mens niet van de geest afleidt; alle verstrooiing is goed, mits zij de ziel niet verstrooit; alle ontspanning is goed, mits deze niet de inspanning uit de ziel wegneemt. De spanning van het verlangen, het zoeken, het vreemdeling blijven in een wereld, die de ziel vreemd is.

De mens, die arbeidt, terwijl zijn ziel zich baadt in Diepe Vrede, wordt niet overspannen. De mens, die rust, terwijl zijn ziel zich beweegt in verlangen, slaapt niet in door verveling.

Gedachten, die zich laten medevoeren op de stroom van de Overgave en het Verlangen van de ziel, behoeven niet te worden stopgezet. Laat de wil zich niet bemoeien met zaken die de wil niet begrijpt, maar slechts overheersen wil.

De Eenheid tussen de mens en de Schepper van zijn ziel, begint in het hart, dat de gedachten zal troosten en geleiden en dat de wil zijn arrogantie ontneemt.

Tob niet, vriend, klaag niet, vriendin, indien de ziel hunkert, vertrouw haar dan, leg de eigenwijsheid van de mens neer in haar wijsheid. Het ik kan niet komt slechts uit onzekerheid, twijfel en vrees. Het wantrouwen dat de mens in zichzelf bezit, brengt zij over op de ziel, op de geest. Zie in, dat daar waar het vertrouwen groeit tussen de ziel en de mens, alle belemmeringen zullen verdwijnen.

Zoek de ziel in de ogenblikken waarin het denken rust vindt, waarin het hart vrede verlangt, zodat de mens deze ziel zal kennen en daarmede zichzelf zal vinden. Indien dat wat de mens liefheeft edel is, zal dit hem bijstaan. Niets is sterker dan liefde en liefde laat zich niet dwingen, zij groeit in harmonie tussen gelijken.

Volg de Wet van de Geest, die in de mens is ingeschapen en deze zal altijd zeggen: « Koester dat wat men liefheeft en de liefde van de pelgrim zal hem tonen wie hij is ».

Niemand gaat zorgeloos om met dat wat hij liefheeft en door de liefde die vergeeft, zichzelf vergeet en helen kan, is Alles mogelijk.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene