Voorbereiding

Ontspan u en ontledig u van alle natuurgebonden belemmeringen.

Gebed

De metalen zee is de eenheid waarin de tegengestelden elkander vinden en zich aaneenvoegen tot het wonder van onaardse grootheid!

Heer, mijn hart is murw geslagen in de strijd der tegengestelden en de gesel der leugenachtige vlucht wordt tot een obsessie voor de achtervolgde IK.

In het stof — waarin vele voetstappen hun voren trokken — vermengen mijn tranen zich met de tranen van hen, die de aarden doordrenkten —

Wendt Uw aangezicht niet van mij, Heer! Licht der Lichten! Wonderbaarlijke Eenwording van Vuur-Water-Lucht en Aarde!

Vanuit de gepijnigde grond stijgt de melodie — die ik stervende waande — op en vindt de trilling der luchten die haar neder laten zinken in het meer mijner ziel —

De warmte van haar terugkeer omsluit mijn hart als een lichtende droom waaruit ik niet meer ontwaken wil, Heer!

Vanuit de verte komen de stemmen der gelijkgezinden op mij aan — als een roep — als een vriendenzang en zo hervindt mijn blik de kontouren van het Tehuis Sancta Spiritus dat zich aftekent op de top van de Berg der Versterving.

Het Geweten staat in mij op als een machtig Weten — en de balsem van wijsheid heelt ijn hart door de lichtende trillingen der Intuïtie.

Sta op! gij pelgrim en baan uw weg!

Intuïtie en Geweten voeren u tot aan de Poort des Hemels  waar de Waarheid u tot openbaring wordt.

Amen

Richt op gedachten dagelijks op de quote boven de tekst. Leer daaruit de les van vertrouwen en oprechtheid.

Praktizeer door verdieping van deze gedachte de innerlijke stilte en concentreer uw ziele-Kracht.

Lees daarna bijgaande astrosophische tekst.
Betracht een ogenblik stilte na lezing en wissel — indien u met meerderen bent — zo nodig van gedachten.

Maak uw zwijgen tot een innerlijke Kracht — en verdiep daardoor de wijsheid.

Het tegenovergestelde te zoeken en te appreciëren in zijn mede mens is moeilijk, omdat naast het begripsvermogen een zekere mate van liefde aanwezig moet zijn.

Onderling begrip is echter slechts mogelijk, wanneer men ook een openheid bezit om te luisteren en een positieve wilskracht tot het schenken-van-zichzelf.

De Maan stimuleert het samengaan van de individuen, zij bevordert het groepsbegrip, doordat de ware innerlijke aard boven komt en contact zoekt met het gelijke. Zodra deze Maanwerkzaamheid sterk in de mens aanwezig is, zoekt hij binding met medemensen en een harmonie met de anderen.

Daarom zal een Maanmens en dat zijn vooral de water- en de aardetypen, de maan ondergaan als een instinctieve drang, waarop zij onbewust reageren. Deze drang is gelijk aan een plotseling gehoor geven aan een opwelling, die dan dikwijls met moeite wordt tegengehouden of het côute que côute de eenheid, harmonie willen bewaren met de anderen, waardoor de sterke maanmens zo dikwijls in netelige situaties komt, omdat hij nu eenmaal ten koste van die behoefte vele rare zijsprongen wil doen en zelfs soms zijn intuïtieve stem zal verraden.

Men kan zelfs in zijn spirituele gerichtheid bemerken of naast de levensdrift, een sterke Maanemotie werkzaam is, want dan wenst men in zijn principes niet alleen te staan, maar altijd medestanders om zich heen te hebben. Hierdoor kan de Maanwerking groepen en groepjes hechter aaneensluiten, maar daardoor kunnen ook situaties voorkomen, waarin de individuele mens verraad kan gaan plegen aan zijn principes en intuïtie uit angst voor eenzaamheid. De angst voor eenzaamheid is de grootste kwelling voor de door de Maan beïnvloede pelgrim.

Men moet dat zien als een erfenis.

Eenzaamheid, die als een steeds op de loer liggende aanvaller in de mens leeft en waar hij vaag doorlopend angst voor heeft, komt voort uit een herinnering aan een periode, waarin men alleen een weg heeft moeten kiezen en daardoor de verlatenheid van de eenling leerde kennen.

De inwerking van de Maan haalt deze angst  en wat hij verder aan vage vrees en kommer verbergt, bij de mens naar boven. Als reactie hierop gaat de pelgrim in de verdediging, uit angst voor de angst.

Heeft deze mens echter werkelijk een spiritueel pad betreden en arbeidt hij aan zichzelf, inplaats van louter filosofische leringen te zoeken, dan onderkent hij, zo hij eerlijk is, waarom hij een compromis sluit en waarom hij de stem der intuïtie negeert.

Deze stem der intuïtie, die juist snel is opgewekt bij de negatieve, d.w.z. aarde- en watermensen, bewerkt in hen geen positieve doorzetting, maar de aarzeling, het: « O, wat griezelig, moet dat nu? » Misschien kent u die situatie?

In de vuur- en luchttypen is het juist het ge-weten, dat hen aanzet tot reactie. Het ge-weten versterkt hun zekerheid en jaagt vuur en lucht op tot een principiële levenshouding, zonder enig compromis. En dan ontmoeten deze beide typen elkander: de intuïtieve, de strijd mijdende, zowel in het innerlijk als om zich heen, negatieve mens en de positief georiënteerde mens, die op de barricade springt, omdat zijn geweten hem daartoe dwingt.

In beide mensentypen en zeker in de spirituele mens, leven zowel ge-weten als intuïtie, maar ook hier verhouden deze beide innerlijke werkingen zich,  als een positieve en negatieve eenheid.

De oertrilling van het ge-weten van de vuur- en luchtmens, als positief element, zoekt altijd naar de intuïtie, als negatief element.

Beide gaven komen voort uit de tweepolige ziel en zij zoeken in ieder mensentype een mogelijkheid tot vereniging.

De Maan als onafscheidelijke begeleidster van de Zon, doet in ieder mens niets anders dan zijn innerlijk omwoelen en hoe sterker de levensdrift, of de Zonnekracht in de mens is, des te heviger is die innerlijke omwoeling. Men kan dat zien als een sterk weerkaatsen van het Zonnelicht via de Maan.

Geweten en intuïtie, als twee aanzichten van een microkosmisch herinneringsbeeld, en in het huidige leven wederom door de ziel belevendigd, brengen de mens waar hij tenslotte wezen wil.

Spreekt het geweten sterker dan de intuïtie, dan zoekt hij wegen om zichzelf en zijn principes uit te leven, als een vuur- en luchtdrang.

Spreekt de intuïtie sterker, dan zoekt deze mens naar een innerlijke schat, hij keert zich naar binnen, alsof zijn innerlijk oog zijn ziel aftast. Zowel de ene houding als de andere is onvolkomen.

De Maan als beschermster, draagster van de emotionele persoonlijkheid, het wezen dat slechts 's nachts of in het verborgene schijnt, is afhankelijk van het individuum dat de mens is of worden gaat.

Als men zegt: wij moeten allen een individuum worden in de geestelijke betekenis, dan behoort men over te schakelen op de Geestzon, op het astrale lichaam van de huidige Zon, terwijl daardoor de Maan het innerlijk verandert, d.w.z. de geestelijke Maankracht. Wat de Geestzon instraalt, als men de weg van Geweten en intuïtie wil bewandelen, delft de Maan op en toont dit aan de mens, wanneer hij alleen is met zichzelf.

Men kan zeggen dat de Geestzon, aanwezig in spirituele trillingen, de pelgrim dwingt tot het accepteren van de Maanwerkingen, die hem omwoelen. Daaruit komt een oneven-wichtigheid voort, althans de mens komt voor verrassingen te staan, die hem uit zijn evenwicht kunnen brengen.

Dat is nu de Zon-Maanwerking en tevens de samenwerkende-kracht in positieve en negatieve zin, die in de spirituele mens actie brengt. 

Een voor hem zegenrijke actie!

Als het vuur en de lucht, hetzij afzonderlijk, hetzij gemeenzaam, de mens beheersen en zijn Zonne-levensdrift door het een of andere voorval tot bewogenheid is gestimuleerd, dan is de mens bereid, tegen ieder beter weten in, een strijd te beginnen.

Dan is zijn Zonne-levenskracht zo verblindend, dat er geen nacht meer kan zijn waarin de Maan zijn arbeid doet. Zulk een mens, het is begrijpelijk, komt tot overspanning, al zijn zijn beweegredenen zuiver en strijdt hij voor zijn geweten.

De intuïtie remt hem niet af, krijgt geen kans om uit de verborgenheid van zijn innerlijke zelf omhoog te stijgen. 

De verblindheid is van binnenuit door een explosie van Zonnevuurkracht over hem gevallen en hij raast vooruit. De drift tot realisatie, tot positief uitdragen, heeft hem gegrepen en dan kan men ook spreken van een hartaandoening, want het hart wordt meegesleurd en heeft zijn eigen macht verloren.

Voor deze mens is er geen nacht van rust.

Ieder vuur- en luchttype kan hieraan ten prooi vallen en voor de gecombineerde vuur-luchttypen zal dit een doorlopende ergernis en een kwelling zijn, want de intuïtie, die de spirituele mens zozeer begeert, zal dit type zo dikwijls voelen terugwijken, dat het voor hem een obsessie wordt. Hij verbrandt en zijn intuïtie met hem en er blijft niets dan spijt en hopelijk de moed om opnieuw te proberen!

Dit is de consequente, positieve, principiële gewetensmens.

Het zielevuur leeft in hem, maar vindt geen evenwichtige, harmonische uitdrukking.

In de intuïtieve mens is het heel anders gesteld. Hij voelt iets, hij weet iets, vaag omlijnd en daardoor komt hij niet direct tot daad.

Hij is ontvankelijk voor de stem van de intuïtie en hij weet ook zeker dat die stem gelijk heeft, maar het is zo moeilijk eraan gehoor te geven, er worden consequenties gevraagd.

Totdat positiviteit, spirituele levensenergie zo in kracht toeneemt, dat de intuïtie, als weerkaatsing (Maan), zo helder wordt, dat zij de pelgrim forceert tot een daad. Een intuïtieve werkzaamheid laat zulk een mens niet meer los, hij achtervolgt hem, zodat hij tenslotte zegt: « ik kan het voor mijn geweten niet meer verantwoorden deze Stem te negeren ».

Zo kan het met de intuïtieve water-aardemens gaan, maar evenzo met de gewetensvolle vuur-luchtmens, die zijn stormende vuren in bedwang houdt. In de stilte na de storm vindt zulk een mens dikwijls de eenheid van geweten en intuïtie. Deze zegt dan: ik heb het toch geweten!

In een Maanjaar bijvoorbeeld (eens in de zeven jaar) zal de intuïtieve werkzaamheid als instinctieve werking, dus zoals de wereld die kent, de wereld, de massa en de vrouwelijke helft der mensheid leiden. Is men een uitgesproken door de Maan beïnvloed type, dan zal men dit instinctieve, intuïtieve gewaar-worden sterk ondergaan.

Voor hen, die gevoelig zijn voor indrukken, die niet zo sterk leven uit de positieve Zonne-energie, maar zich veel meer laten leiden door de verborgen, in hen woelende Maankracht, is een Maanjaar een jaar van samengaan, van vrienden herkennen, van steun ontvangen.

Positieve vuur-luchttypen zullen de water-aardetypen benaderen, omdat zij hen helpen willen. Hieruit volgt dat een Maanjaar de vier mensentypen nader tot elkander brengt en het kan niet anders of een spirituele harmonie gaat groeien, van medemens tot medemens.

Zoals Mercurius (in een Mercuriusjaar) verdeelt, gif toevoert, spanningen opjaagt, zo balsemt de Maan en tempert de vurige luchtmens tot verzoeningspogingen en maakt hij de aarzelende, schuchtere water-aardemens sterk in zijn gerichtheid, omdat de gevreesde eenzaamheid en de angst voor de individualiteit weggenomen worden.

Iedere spiritueel mens en dat zijn zij, die een weg pogen te gaan, kan, zo hij zijn inzicht benut, dan gebruik maken van de hulp van de spirituele Maanstralingen.

Het vuur- en lucht- of gewetenstype zal altijd een totaal andere werking van de Maan ondergaan dan het aarde- en watertype.

Om dit bij zichzelf te kunnen constateren willen wij een globaal overzicht geven hoe de verschillende typen op de Maanstralingen kunnen reageren.

Ieder mens vangt hen op via de maag en de zonnevlecht, de zenuwknoop van de intuïtieve gewaarwording achter de maag.

Wanneer de Maanstralen het Ramtype beïnvloeden, dan krijgt deze mens meer optimisme, de Maankracht is als een tegenpool voor de sterke vuurkracht van dit type en zo zal de beschouwende Maanintuïtie dit type rustiger maken.

Men kan er, spiritueel, voordeel van hebben als er een kosmisch zegenende werking, bv. een Maanjaar, in het heelal aanwezig is. Niemand is nog volkomen los van kosmische stralingen en de mens reageert er sterker op dan men vermoedt.

Weet men echter waar het vandaan komt, dan kan men er enigszins rekening meehouden, zonder natuurlijk bewust zich ergens op af te stemmen, maar de kandidaat moet zijn instinctieve reacties herkennen, zodat hij geen slachtoffer wordt zonder het te weten.

De Maaninvloeden stimuleren in de Stier zijn doorzetting en dat kunt men eenvoudig verklaren door het Stier-aardetype te zien als de gewillige schoot, waarin de Maan het rijpingsproces gereed maakt.

De Tweelingen zullen onder Maaninvloeden emotioneler worden en zijn gevoelens zullen her- en derwaarts drijven. Onder bepaalde kosmische invloeden kan de spirituele mens lijden, omdat hij er onderuit wil, maar het proces niet kan forceren en daarom moet hij zijn belemmering en zijn voordeel, zuiver natuurgebonden, herkennen.

Onbewust doorleven, zonder enige interesse voor wat de mens voortdrijft, is ondoordacht. Precies zoals het krampachtig naleven van de horoscopische tendensen benauwend is.

Men moet herkennen - loslaten - benutten!

De Kreefttypen moeten zich vooral niet laten drijven op hun emoties en niet sentimenteel wegdromen in die Maanliefde, de bezitsdrift stimulerende impulsen. De wereld omarmen is een vriendelijk gebaar, maar een zeer riskante geste. De zelfbewuste Leeuw krijgt voldoening door versterkte Maaninwerking, hij kan zijn gevoelens uitdragen in rust en zelfvertrouwen, tenminste de bewust, spirituele mens.

Het Maagdtype met zijn toch al gesloten aard, zal door de Maanimpulsen versterkt worden. Hij krijgt de neiging tot innerlijk bewaren, behouden, optasten en niets naar buiten dragen.

De Weegschaal-mens, de zo door Venus bevoordeelde, wordt nog meevoelender, geïnteresseerd in zijn medemens, maar op een vluchtige, charmante manier door de Maan. De intuïtieve wijsheid moet bij hem verdiept worden, hij moet de tijd nemen om door te dringen tot de kern.

De Schorpioenen worden aangetrokken tot rituele plechtigheden, anders gezegd, het magische instinct van de Schorpioen wordt door de magische invloed versterkt.

En als dan de stralen van de Maan de Boogschutter omvangen, dan wordt zijn intuïtieve vermogen versterkt, daar de Maan dit type etherisch zal beïnvloeden. De overmoed van de Boogschutter kan daardoor echter met hemzelf op de loop gaan.

De Steenbok wordt ook innerlijk sterker gericht, hij wordt gevoeliger, maar wil dit niet uiten, er komt een tweestrijd tussen hart en hoofd.

De Waterman van de koude luchten wordt geïnspireerd door het koude licht van de Maan, hij gevoelt zich bezield.

De Maan, die het gevoelige Vissentype benadert, wekt deze op tot stemmingen en hij laat zich gauw lijden door sentimenten.

De Maan, als medewerkster van de Zon, kan het gevoel voor spirituele gerichtheid stimuleren, zo deze als kern in de mens aanwezig is.

Het geweten en de intuïtie als de enige gaven, die de spirituele mens verder kunnen brengen op een Pad, zijn onvoorwaardelijk nodig om het Pad recht te bewandelen. Veel te vaak worden of geweten of intuïtie genegeerd.

Om één van beide gaven tot zich te trekken moet de pelgrim eerst innerlijk nagaan hetgeen hij zou willen bezitten: intuïtie of geweten.

Hetgeen de mens het sterkste verlangt, ontbreekt hem, of bezit hij zwakker.

De vuur-luchtmens moet de stem van zijn geweten als een bezinning tot hem laten komen, niet als een storm of een vuur!

Hij moet, zodra hij geappelleerd wordt aan dat ge-weten (aan dat: ik weet) wachten met reageren, de levensenergie rustig vanuit het hoofdheiligdom laten neerzinken in het hart en dit niet verbranden door hittekracht!

De eerlijke, nu langzaam in deze mens inwerkende, gewetensbezieling maakt dan binding met het hart en de intuïtieve zielekracht. De kandidaat zal dan bemerken dat zijn ik weet of ge-weten een andere betekenis voor hem krijgt, het ontvangt de wijsheid en zijn handeling wordt dienovereenkomstig: gewetensvol, intuïtief, met geladen positiviteit en balsemende wijsheid. De aarde-watermens hunkert naar die positiviteit, die het sterke ik weet of ge-weten kan oproepen, die machtige strijdbaarheid omwille van die onuitroeibare zekerheid.

Hij gevoelt die zekerheid ook in zich, maar ongrijpbaar, het is als een bron, die ligt te wachten op openbreken. Hij herkent waarheden, oprechtheid, geest en harmonie en zou hen willen grijpen, ze willen bezitten als een tastbare zekerheid. Nu verdiept hij zich in hen en mijmert erover en droomt en doet zijn uiterste best om met hetgeen hij herkent in evenwicht te geraken.

Maar deze mens probeert zo het meest gemakkelijke, want hij neigt vanuit zijn intuïtieve aard reeds naar strijdloosheid, opofferingsgezindheid, medebewegen. Hij moet proberen dit medebewegen af te remmen, zichzelf te harden in het: tot hoever kan ik medebewegen, zonder tegen mijn ge-weten in te gaan?

Zijn geaardheid moet inplaats van ontvankelijk, rustend in negativiteit, gecompenseerd worden door het zoeken naar de eigen innerlijke positiviteit en dat vindt hij altijd daar waar zijn ge-weten hem zegt: stop, nu is het afgelopen!

Dan komt er een andere werkzaamheid in hem, hij gaat bedachtzaam op zijn doel af en zet zijn intuïtieve echo om in het zeer vastberaden: ik weet en kan dan dit ge-weten in wijze daad tot uiting brengen. Zodra de intuïtieve water-aardemens zo reageert, ontmoet hij op hetzelfde moment de vuur-luchtmens, die in rustige positieve gerichtheid zijn arbeid doet.

De vier elementen worden één, als mensen onderling en als macht in de mens zelf.

Dat is mogelijk wanneer er een waarachtig verlangen en willen tot realisatie voorhanden is en dat moet toch in de kandidaat leven?

Men denkt zo dikwijls: hij of zij belemmert mij, maar is dat niet altijd een irritatie aan de zo noodzakelijke tegenstelling, die de mens ontbreekt?

Het is werkelijk wel zo dat zowel de vuur-, de lucht-, als de aarde- en watertypen hun eigen kenmerken in de ander herkennen en zich daarin zacht weerspiegelen of zich daaraan warmen.

Het is zo heerlijk gelijk-reagerenden te herkennen, het is zo steunend te weten, dat de ander net zo fout of net zo goed reageert. Maar het helpt de mens geen stap verder!

Men zoekt slechts steun voor zichzelf in de ander en daarom trekken gelijk-geaarden zo graag met elkander op. Wanneer de mens niets in de weg wordt gelegd, lijkt de weg, hoe men die dan ook ziet, zo gemakkelijk te betreden.

En schuwt niet iedereen tegenstanden? Of zoekt hij soms tegenstanden om zijn onmacht op af te reageren?

Een tegenstand, of dit nu een medemens schijn te zijn, dan wel een eigen tekortkoming, is er altijd om de kandidaat te toetsen.

De gemakkelijke weg is een weg voor de dommen!    

Paracelsus zei: « Hij, die geen kruis kreeg opgelegd, was het nog niet waard. » 

Niemand behoeft tegenstanden te zoeken, maar hij, die hen op zijn weg aantreft is een overwinning waard en elke overwinning is een stap dichter bij het doel. Iemand, die niet aan zichzelf werkt, het doet er niet toe welke fout hij bezit, is geen overwinning waard en krijgt het kruis niet opgelegd.

Zie dit kruis niet melodramatisch, niet als een zwaar bezwangerd christelijk woord! Het kruis is op dit moment niets anders dan de eerste de beste tegenstand, die men tegenkomt en die men door een harmonie van intuïtie en geweten moet overwinnen.

En dat gelukt altijd!

Er is niets dat niet overwonnen kan worden, in zichzelf, buiten zichzelf!

Het gaat er maar om of de spiritualiteit, wat men daar dan ook onder verstaat, de mens genoeg waard is om de tegenstand niet uit de weg te gaan of het pad te kiezen van: « ik ben nu eenmaal zo en hetgeen ik zo graag wil, kan ik nu eenmaal niet verwerkelijken! »  En dan volgt meestal een lange lijst van excuses, als bedekking voor de eigen lusteloosheid.

Wel, niemand is volmaakt, maar het minste wat men doen kan is trachten, zonder op de tekortkomingen van de naaste te letten. En in dit trachten allen omvatten, die eveneens pogen en waarlijk willen, al zijn zij tegengesteld aan de kandidaat zelf.

Dat geeft pas harmonie en hij, die een hoge mentaliteit en levenspraktijk volgt, laat zich niet afleiden door beuzelarijen, want zijn blik keert zich niet naar de grond, maar naar de hemel, waar Zon en Maan elkander afwisselen, elkander bijstaan en vanwaar de trillingen van de Geest neerdalen, hem vullende, intuïtie en geweten sterkende en hem uittillende boven de belemmeringen.

Dit beeld is te verwezenlijken, en men moet toch in zijn goede ogenblikken bemerken, dat men er vlak voor kan staan, dat het grijpbaar lijkt.

De kandidaat verandert, langzaam maar zeker, omdat hij meebeweegt met hetgeen zijn intuïtie waarneemt en omdat hij gehoor geeft aan de zekerheid van zijn ge-weten. Want hij weet waar de Waarheid ligt en hij voelt intuïtief aan hoe hij die Waarheid benaderen moet!

Op het kruispunt van deze beide, in het ontmoetingspunt, ligt de oplossing. Dat zal de pelgrim bemerken zodra hij het een moment ervaart!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene