In navolging van de gnostieken zal dus de innerlijk groeiende gnosticus twee dingen belijden:

  1. altruïstisch levensgedrag;
  2. dagelijkse, zeer intensieve overpeinzing.

Een altruïstisch levensgedrag kan onbegrensde vormen aannemen onder de invloed van de geestelijke bewustzijnsontwikkeling van de betrokken mens. Zodra de innerlijke bezinning wordt gepraktiseerd, vraagt de mens, na verloop van tijd, nooit meer wat voor vruchten zijn gedrag afwerpt, maar hij doet hetgeen de in hem groeiende ziel hem opdraagt te doen.

Zoals langzamerhand de ziel, doordat zij altruïstisch bezig is, honger heeft naar voedsel en deze tijdens de bezinningen opneemt. Hierdoor vallen dus alle gecompliceerde methoden, oefeningen, leerstelligheden, weg.

De oerbasis van de reinheid, de bescheiden, zwartmaagdelijke ontvankelijkheid, werkt altijd uit naar buiten in het levensgedrag.

Zoals de maan volkomen natuurlijk het licht van de zon weergeeft, zonder zich af te vragen hoe en waarom zij dit doet, en zoals de zon de maan draagt, zo draagt het altruïstische geestelijke werk de maan of de ziel en vice versa.

De maan kan de zon niet verwijten dat hij straalt en de zon kan de maan niet verwijten, dat zij uitsluitend door hem licht geeft in de duisternis. Het onafhankelijke draagt het afhankelijke en het afhankelijke getuigt van het onafhankelijke. Zo ook de geestelijke mens. De individuele geestelijke mens beschermt, koestert en draagt hetgeen afhankelijk is en het afhankelijke verbergt zich in zijn sterke glans. Dat is een overal aanwezige wet, die soms kan worden misbruikt, maar die nooit kan worden opgeheven.

Daar waar het onafhankelijke of het individuele zich scheidt van het afhankelijke of het dienende, daar ontstaat disharmonie, onevenwichtigheid en misstanden. Het afhankelijke treedt naar buiten in de glans van het onafhankelijke of sterke, tijdens het rituaal. Daarom moet ieder spiritueel mens zorgen, dat het sterke, het onafhankelijke, het puur geestelijke aanwezig is, om het afhankelijke, het zwakke, de ontluikende ziel te omvangen.

Een geconcentreerde geestkracht is het directe gevolg van een innerlijke roep der ziel of van het intuïtieve gebed. Dit kan nooit falen, indien er oprecht en van binnenuit gebeden of gehunkerd wordt.

De individuele rituele mandala-bediening, volgens de rite der Katharen schenkt elke ziel wijsheid. De wijsheid om de ervaringen tijdens zijn altruïstische daden te begrijpen. 

Het uitblijven van daden dwingt tot het gebruik van woorden. Woorden zijn middelaars tussen leer en daad. Altruïstische daden inspireren tot ingrijpender leringen en edeler woorden.

Zoals ieder mens het uiterlijke stempel van zijn innerlijke verbondenheid draagt, zo zal de praktijk van de pentakel-mandala een uiterlijk stempel aan de mens verlenen. Daar ontkomt niemand aan. De hand van de inwonende meester modelleert zijn schepping. Daarom is het nooit nodig zichzelf af te vragen: Waar ben ik op het geestelijke Pad? Slaag ik in mijn opzet? Zal ik er ooit in slagen iets te bereiken?

De verandering, die zich in en om de mens afspeelt, zal herkenbaar zijn voor hemzelf en zulk een verandering is nooit aan beperkingen onderhevig, hij groeit en verandert zichzelf, totdat hij de goddelijk-geestelijke Onveranderlijkheid heeft bereikt.

Dat is een aspect van volmaaktheid.

En zelfs in die goddelijke Onveranderlijkheid zal hij geen stilstand kennen, want slechts Het Eeuwig Zijnde kan zich de vol-ledigheid van deze Onveranderlijkheid permitteren.

Omdat Het alles kent.

Laat men daarom de pentakel-mandala, gebruiken volgens de gnostieke rite, als beschermende mantel en concentratie, waarin een ieder zichzelf zal hervinden, herkennen en kan reinigen. 

Is men eenmaal serieus en intensief met die reiniging begonnen, dan wordt alles verder van de mens afgenomen en belandt hij vanzelf in het grote omvangende mantram van het Eeuwig Zijnde, dat dan als een fontein opwelt uit de kelk van de geopende zielelotus.

Om te Zijn moet men weten te ontvangen. En Zijnde en Doende beweegt men zich naar de grote Leegte of de Achtste Dag, waarbinnen de volheid van de Schepping aanwezig is.

Dan kan men zich vrijmaken uit het lichtende pentakel, omdat dan de Onveranderlijkheid samengaat met de onaantastbaarheid.

Dat is het Goede Einde en tegelijkertijd een Hernieuwd Begin!

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene