Iedereen, die zich bewust wil worden van geestelijke kracht, en die heeft men zeker nodig in deze tijd, zal dagelijks tot een overpeinzing moeten komen.

Als gericht zoekend mens kan men dit doen met behulp van de grondtekening van de Kathaarse inwijding en de grond-tekening van mens en microkosmos.

Een mandala is een tekening die tegelijkertijd tot bezinning dringt en tevens de mens beschermt. Tijdens een bezinning of meditatie moet de mens zich afschermen tegen ongewilde en ongevraagde invloeden. Een mediterend of zich bezinnend mens heeft zich totaal overgegeven, indien het goed is. D.w.z. hij mist op dat moment de nodige afweer tegen funeste beïnvloeding, omdat meditatieve bezinning nu eenmaal een totale overgave vraagt.

Vandaar dat velen moeite hebben met zulk een concentratie.

De angst of de onwil tot overgave, de argwaan en de hoogmoed streven altijd tegen in het moment van overgave aan de Hogere Macht. Vandaar de bescherming van een mandala, die het denken van de mens binnen de grenzen van het zg. goede of het vereiste patroon van een bepaalde leer houdt.

De pentakel-mandala verbindt de mens met het inwijdingsgebed van de Katharen.

Iedereen kan in gedachten een pentakel tekenen, daarbij moet hij zich zodanig met dit pentakel verenigen, dat hij, na verloop van tijd, het gevoel heeft zich erin te bevinden.

Dat is de mandala-bezinning.

Het heeft tot doel: vereniging met een hoger vibratieveld, reiniging, bewustwording en mede verlossing van het ego, als zijnde de dwangbuis van de ziel.

Een mandala-bezinning maakt de mens niet heilig, maar brengt hem, bij herhaalde praktijk, tot innerlijke rust en een innerlijke zekerheid. 

Geborgen binnen het pentakel, wordt hij zich bewust van andere gedachten, vallen allerlei zorgen en vrezen, bedenkingen van hem weg.

Het reinigen van de zinnen, als medebegeleiding van deze bezinning, houdt het denken bezig, totdat dit gemakkelijker in staat zal zijn zich over te geven aan de omvatting van het pentakel.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene