38 - Het pentakel — bezinning

Ook een weg van duizend mijlen begint met een eerste schrede.


Iedereen, die zich bewust wil worden van geestelijke kracht, en die heeft men zeker nodig in deze tijd, zal dagelijks tot een overpeinzing moeten komen.

Als gericht zoekend mens kan men dit doen met behulp van de grondtekening van de Kathaarse inwijding en de grond-tekening van mens en microkosmos.

Een mandala is een tekening die tegelijkertijd tot bezinning dringt en tevens de mens beschermt. Tijdens een bezinning of meditatie moet de mens zich afschermen tegen ongewilde en ongevraagde invloeden. Een mediterend of zich bezinnend mens heeft zich totaal overgegeven, indien het goed is. D.w.z. hij mist op dat moment de nodige afweer tegen funeste beïnvloeding, omdat meditatieve bezinning nu eenmaal een totale overgave vraagt.

Vandaar dat velen moeite hebben met zulk een concentratie.

De angst of de onwil tot overgave, de argwaan en de hoogmoed streven altijd tegen in het moment van overgave aan de Hogere Macht. Vandaar de bescherming van een mandala, die het denken van de mens binnen de grenzen van het zg. goede of het vereiste patroon van een bepaalde leer houdt.

De pentakel-mandala verbindt de mens met het inwijdingsgebed van de Katharen.

Iedereen kan in gedachten een pentakel tekenen, daarbij moet hij zich zodanig met dit pentakel verenigen, dat hij, na verloop van tijd, het gevoel heeft zich erin te bevinden.

Dat is de mandala-bezinning.

Het heeft tot doel: vereniging met een hoger vibratieveld, reiniging, bewustwording en mede verlossing van het ego, als zijnde de dwangbuis van de ziel.

Een mandala-bezinning maakt de mens niet heilig, maar brengt hem, bij herhaalde praktijk, tot innerlijke rust en een innerlijke zekerheid. 

Geborgen binnen het pentakel, wordt hij zich bewust van andere gedachten, vallen allerlei zorgen en vrezen, bedenkingen van hem weg.

Het reinigen van de zinnen, als medebegeleiding van deze bezinning, houdt het denken bezig, totdat dit gemakkelijker in staat zal zijn zich over te geven aan de omvatting van het pentakel.

Omdat de westerse mensen onophoudelijk bezig zijn met werken of het 'doen', is het begrijpelijk dat het 'niet-doen' of het 'stil zijn' meer en meer gezocht wordt. Werken houdt de gehele mens bezig, te veel werken is een overmaat aan zonnedrijfkracht, die de maankracht, of de inkeer, dan vernietigen kan. Een teveel aan inkeer, een te introvert zijn, leidt tot spiritueel egoïsme met verlies van energie en een afschuw van altruïstische werken.

Overspannen, overwerkte mensen worden slechts genezen door inkeer, stilten, het hervinden van de innerlijke maan of ziel, om daarmede de overdaad aan energie of zonnekracht te kunnen opvangen en verwerken. Men behoeft zich niet doorlopend op zijn fouten te bezinnen, of bezig zijn met corrigerende handelingen, maar men moet wel attent zijn op een evenwichtige aanwezigheid van zon, de altruïstische daad naar buiten en maan, de innerlijke stilten tot groei van lichaam, ziel en geest.

De pentakel-mandala is de veilige haven, waarbinnen de mens ongestoord zich kan overgeven aan het opladen van zijn ziel.

Bovendien heeft het het voordeel dat in het pentakel de mens zijn gedachten de vrije loop kan laten, zonder dat deze zullen afdwalen in het geestloze denken: datgene waar dus menigeen bang voor is. Het zich vrijgeven aan allerlei twijfelachtige invloeden wordt door de pentakel-mandala voorkomen.

De pentakel-mandala zal tegelijkertijd een herbelevenis zijn van het aloude Kathaarse rituaal. Een rituaal waarbij niet gezongen werd, maar dat werd voltrokken door lange stilten en het van tijd tot tijd uitspreken van een gebed.

De mens bereidt zich voor op deze bezinning door een intuïtief gebed. Beleef de inwijding zoals de Katharen in de grot van Bethlehem. Het is niet van belang wanneer en waar men zich bezint, maar wel dat men het doet.

Het Katharisme, evenals het Druïdisme hechtte veel waarde aan het negatief-ontvankelijke levensgedrag, omdat het positief-uitdragende gedrag zichzelf corrigeert door de ervaringen, terwijl het negatief-ontvankelijke nooit gecorrigeerd wordt, maar slechts leiden kan tot groei, dan wel vernietiging.

In het negatief-ontvankelijke gedrag, dat als Maan of Maagd wordt gesymboliseerd, wordt allereerst getracht reinheid te verwerkelijken. 

De oerbasis is reinheid, in de meest uitgebreide zin, dus ook uitsluiting van angst, intellectuele overwegingen, hoogmoed.

De reine zwarte Maagd, zoals de Katharen de ontvankelijkheid uitbeelden, is het begin van alle herstel. Levende in de wereld, zwartgekleurd door de laagste trillingsvelden, moet de ziel allereerst durven ontvankelijk te zijn, zoals de mens zich door de ziel moet laten leiden om te komen tot een reine overgave aan de Allerhoogste.

Het opsluiten van alle kleuren in het maagdelijk zwart, is als het zich losmaken van alle levensindrukken in het moment van de overgave. Het worden tot een zwarte Maagd, niettegenstaande dat men de verleidingen, de schoonheid en de kracht van alle kleuren, alle levensfacetten kent. Dat is de opgave voor de ziel, die gevallen is in de zwarte aarde, zijn tweede moederschoot.

Het afgeleid worden of het wederstreven van de intensieve vereniging met het Gulden Midden of met de Geest, is als het geen afscheid kunnen nemen van een der kleurige aspecten van het leven, dat zijn reflectie in het wezen van de mens achterliet.

Vechten daartegen helpt niet. Er is maar één oplossing: het uitspreken van het individuele intuïtieve gebed en het zich, in gedachten, plaatsen in het pentakel.

Een rituaal wordt bediend door de innerlijke mens. 

Ieder mens kan zijn rituaal opbouwen door het gebruik maken van een mantram, intuïtief gebed, en een mandala, verbeeldende vorm.

De Katharen wisten dat de zeven oerzonden overal aanwezig waren in de natuur en de kosmos, daar zij leerden dat Lucifer bij zijn val de zeven oerzonden als lichtende vonken in zijn staart meenam. Elk van deze vonken nam een planeet tot woning en hun licht straalt vanaf die tijd omlaag op aarde.

Het zich zondig voelen is echter het bewijs van een absentie aan zonnekracht; het zich hoogmoedig gevoelen, een gebrek aan maankracht. Een rituaal, opgedragen door de gnosticus, verbindt de betreffende met het Licht dat buiten de zonde is.

Elk uitgesproken en van binnenuit opgedragen rituaal reinigt aldus de ziel van elke zonde, of de smetten van de oerzonden.

Daar echter de mens een reflectie is van de kosmos, woont niet slechts de oerzonde in hem, maar ook om hem, aldus zal enige uiterlijke bediening, of enig ceremonieel hem niet kunnen wassen van de oerzonde en kan hij slechts zelf, door een intuïtief gebed en overeenkomstige geconcentreerde vereniging, deze oerzonde uitdrijven.

Een terugval in de oerzonde is slechts mogelijk, indien het gehouden rituaal gefaald heeft in celebratie, intensiteit en oprechtheid. Op deze wijze bereidden de Katharen zich voor op het Parfait-schap.

Aan de andere zijde onderwezen zij allen die wilden luisteren en wilden zelf eveneens gaarne onderwezen worden. Ook hier een evenwichtige Zon - Maan, positief - negatieve wisselwerking.

De pentakel-mandala zal tegelijkertijd een herbelevenis zijn van het aloude Kathaarse rituaal. Een rituaal waarbij niet gezongen werd, maar dat werd voltrokken door lange stilten en het van tijd tot tijd uitspreken van een gebed.

De mens bereidt zich voor op deze bezinning door een intuïtief gebed. Beleef de inwijding zoals de Katharen in de grot van Bethlehem. Het is niet van belang wanneer en waar men zich bezint, maar wel dat men het doet.

Het Katharisme, evenals het Druïdisme hechtte veel waarde aan het negatief-ontvankelijke levensgedrag, omdat het positief-uitdragende gedrag zichzelf corrigeert door de ervaringen, terwijl het negatief-ontvankelijke nooit gecorrigeerd wordt, maar slechts leiden kan tot groei, dan wel vernietiging.

In het negatief-ontvankelijke gedrag, dat als Maan of Maagd wordt gesymboliseerd, wordt allereerst getracht reinheid te verwerkelijken. 

De oerbasis is reinheid, in de meest uitgebreide zin, dus ook uitsluiting van angst, intellectuele overwegingen, hoogmoed.

De reine zwarte Maagd, zoals de Katharen de ontvankelijkheid uitbeelden, is het begin van alle herstel. Levende in de wereld, zwartgekleurd door de laagste trillingsvelden, moet de ziel allereerst durven ontvankelijk te zijn, zoals de mens zich door de ziel moet laten leiden om te komen tot een reine overgave aan de Allerhoogste.

Het opsluiten van alle kleuren in het maagdelijk zwart, is als het zich losmaken van alle levensindrukken in het moment van de overgave. Het worden tot een zwarte Maagd, niettegenstaande dat men de verleidingen, de schoonheid en de kracht van alle kleuren, alle levensfacetten kent. Dat is de opgave voor de ziel, die gevallen is in de zwarte aarde, zijn tweede moederschoot.

Het afgeleid worden of het wederstreven van de intensieve vereniging met het Gulden Midden of met de Geest, is als het geen afscheid kunnen nemen van een der kleurige aspecten van het leven, dat zijn reflectie in het wezen van de mens achterliet.

Vechten daartegen helpt niet. Er is maar één oplossing: het uitspreken van het individuele intuïtieve gebed en het zich, in gedachten, plaatsen in het pentakel.

Een rituaal wordt bediend door de innerlijke mens. 

Ieder mens kan zijn rituaal opbouwen door het gebruik maken van een mantram, intuïtief gebed, en een mandala, verbeeldende vorm.

De Katharen wisten dat de zeven oerzonden overal aanwezig waren in de natuur en de kosmos, daar zij leerden dat Lucifer bij zijn val de zeven oerzonden als lichtende vonken in zijn staart meenam. Elk van deze vonken nam een planeet tot woning en hun licht straalt vanaf die tijd omlaag op aarde.

Het zich zondig voelen is echter het bewijs van een absentie aan zonnekracht; het zich hoogmoedig gevoelen, een gebrek aan maankracht. Een rituaal, opgedragen door de gnosticus, verbindt de betreffende met het Licht dat buiten de zonde is.

Elk uitgesproken en van binnenuit opgedragen rituaal reinigt aldus de ziel van elke zonde, of de smetten van de oerzonden.

Daar echter de mens een reflectie is van de kosmos, woont niet slechts de oerzonde in hem, maar ook om hem, aldus zal enige uiterlijke bediening, of enig ceremonieel hem niet kunnen wassen van de oerzonde en kan hij slechts zelf, door een intuïtief gebed en overeenkomstige geconcentreerde vereniging, deze oerzonde uitdrijven.

Een terugval in de oerzonde is slechts mogelijk, indien het gehouden rituaal gefaald heeft in celebratie, intensiteit en oprechtheid. Op deze wijze bereidden de Katharen zich voor op het Parfait-schap.

Aan de andere zijde onderwezen zij allen die wilden luisteren en wilden zelf eveneens gaarne onderwezen worden. Ook hier een evenwichtige Zon - Maan, positief - negatieve wisselwerking.

In navolging van de gnostieken zal dus de innerlijk groeiende gnosticus twee dingen belijden:

  1. altruïstisch levensgedrag;
  2. dagelijkse, zeer intensieve overpeinzing.

Een altruïstisch levensgedrag kan onbegrensde vormen aannemen onder de invloed van de geestelijke bewustzijnsontwikkeling van de betrokken mens. Zodra de innerlijke bezinning wordt gepraktiseerd, vraagt de mens, na verloop van tijd, nooit meer wat voor vruchten zijn gedrag afwerpt, maar hij doet hetgeen de in hem groeiende ziel hem opdraagt te doen.

Zoals langzamerhand de ziel, doordat zij altruïstisch bezig is, honger heeft naar voedsel en deze tijdens de bezinningen opneemt. Hierdoor vallen dus alle gecompliceerde methoden, oefeningen, leerstelligheden, weg.

De oerbasis van de reinheid, de bescheiden, zwartmaagdelijke ontvankelijkheid, werkt altijd uit naar buiten in het levensgedrag.

Zoals de maan volkomen natuurlijk het licht van de zon weergeeft, zonder zich af te vragen hoe en waarom zij dit doet, en zoals de zon de maan draagt, zo draagt het altruïstische geestelijke werk de maan of de ziel en vice versa.

De maan kan de zon niet verwijten dat hij straalt en de zon kan de maan niet verwijten, dat zij uitsluitend door hem licht geeft in de duisternis. Het onafhankelijke draagt het afhankelijke en het afhankelijke getuigt van het onafhankelijke. Zo ook de geestelijke mens. De individuele geestelijke mens beschermt, koestert en draagt hetgeen afhankelijk is en het afhankelijke verbergt zich in zijn sterke glans. Dat is een overal aanwezige wet, die soms kan worden misbruikt, maar die nooit kan worden opgeheven.

Daar waar het onafhankelijke of het individuele zich scheidt van het afhankelijke of het dienende, daar ontstaat disharmonie, onevenwichtigheid en misstanden. Het afhankelijke treedt naar buiten in de glans van het onafhankelijke of sterke, tijdens het rituaal. Daarom moet ieder spiritueel mens zorgen, dat het sterke, het onafhankelijke, het puur geestelijke aanwezig is, om het afhankelijke, het zwakke, de ontluikende ziel te omvangen.

Een geconcentreerde geestkracht is het directe gevolg van een innerlijke roep der ziel of van het intuïtieve gebed. Dit kan nooit falen, indien er oprecht en van binnenuit gebeden of gehunkerd wordt.

De individuele rituele mandala-bediening, volgens de rite der Katharen schenkt elke ziel wijsheid. De wijsheid om de ervaringen tijdens zijn altruïstische daden te begrijpen. 

Het uitblijven van daden dwingt tot het gebruik van woorden. Woorden zijn middelaars tussen leer en daad. Altruïstische daden inspireren tot ingrijpender leringen en edeler woorden.

Zoals ieder mens het uiterlijke stempel van zijn innerlijke verbondenheid draagt, zo zal de praktijk van de pentakel-mandala een uiterlijk stempel aan de mens verlenen. Daar ontkomt niemand aan. De hand van de inwonende meester modelleert zijn schepping. Daarom is het nooit nodig zichzelf af te vragen: Waar ben ik op het geestelijke Pad? Slaag ik in mijn opzet? Zal ik er ooit in slagen iets te bereiken?

De verandering, die zich in en om de mens afspeelt, zal herkenbaar zijn voor hemzelf en zulk een verandering is nooit aan beperkingen onderhevig, hij groeit en verandert zichzelf, totdat hij de goddelijk-geestelijke Onveranderlijkheid heeft bereikt.

Dat is een aspect van volmaaktheid.

En zelfs in die goddelijke Onveranderlijkheid zal hij geen stilstand kennen, want slechts Het Eeuwig Zijnde kan zich de vol-ledigheid van deze Onveranderlijkheid permitteren.

Omdat Het alles kent.

Laat men daarom de pentakel-mandala, gebruiken volgens de gnostieke rite, als beschermende mantel en concentratie, waarin een ieder zichzelf zal hervinden, herkennen en kan reinigen. 

Is men eenmaal serieus en intensief met die reiniging begonnen, dan wordt alles verder van de mens afgenomen en belandt hij vanzelf in het grote omvangende mantram van het Eeuwig Zijnde, dat dan als een fontein opwelt uit de kelk van de geopende zielelotus.

Om te Zijn moet men weten te ontvangen. En Zijnde en Doende beweegt men zich naar de grote Leegte of de Achtste Dag, waarbinnen de volheid van de Schepping aanwezig is.

Dan kan men zich vrijmaken uit het lichtende pentakel, omdat dan de Onveranderlijkheid samengaat met de onaantastbaarheid.

Dat is het Goede Einde en tegelijkertijd een Hernieuwd Begin!


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene