Na een blik te hebben geworpen op de stralingswetten, kan men wellicht beter begrijpen hoe kosmos en mens zich verhouden.

Niet alleen de esotericus of gnosticus weet tegenwoordig, dat de kosmische wetten zich eveneens in de mens zelf voltrekken.

Esoterisch ingestelde wetenschapsmensen zien een analogie tussen de techniek, die zich in een ruimteraket afspeelt en het instrumentarium, waaraan de mens gebonden is. Een raket kent het procesmatig afstoten van zijn capsules, zoals de mens zijn lichaam na zijn dood afstoot, wanneer hijzelf, zijn fijnere zelf, overgaat naar andere dimensionale velden.

De techniek volgt langzaam en onbewust hetgeen zich binnen de kosmische wetten voordoet. Alles wat de mens doet is een imitatie, hij volgt de tekening van een verborgen beeltenis, die in hemzelf aanwezig is. Vandaar dat alle gebeurtenissen in maatschappij en mensheidsgeschiedenis een gevolg zijn van de verborgen tekening in het denken, de emoties en het bewustzijn van de mensheid. De mens schept niet, hij produceert.

Hij volgt altijd een voorhanden zijnde wet en het feit dat hij daar onkundig van is, is een bewijs dat hij zijn kennis heeft verloren.

Juist dit onbewuste namaken van verborgen beeltenissen, is een demonstratie van zijn afdwaling van het goddelijke zijn.

De religieuze mens zoekt door inkeer naar deze verborgen tekening, waarin de eerste wijsheid ligt geconcentreerd. De zich bewust van zijn afdwaling geworden Lichtzoon zoekt zowel buiten zichzelf, in de kosmos, als in zichzelf, in zijn ziel, naar hetgeen hij als Lichtzoon wist. Dat weten zou hem dan terugvoeren tot zijn verloren staat.

Nu is duidelijk geworden, dat de intensiteit waarmede deze Lichtzoon naar dit verloren Weten zoekt, een verandering teweegbrengt in zijn trillingsveld, zijn uitstraling. Automatisch wordt zijn etherische antenne op een andere golflengte of dimensie afgesteld, waaruit hij dan weer andere informaties putten kan. Levenshouding is geen aangeleerde kwestie, maar een gevolg van de wisselwerking tussen een trillingsveld en het individu. Daardoor wordt de laatste gedwongen in beweging te blijven, d.w.z. levend te blijven in zijn bewustzijn.

Nu heeft men in de fysica ontdekt, dat in alle schepsels, mens, dier of plant, zelfs in het mineraal, een energie-concentratie aanwezig moet zijn met behulp waarvan het betrokken schepsel zijn informaties registreert. Het is van de kwaliteit van deze energiekern afhankelijk welke informatie het schepsel begrijpt, opvolgt en doorgeeft.

Een godsvoorstelling is dus altijd in verhouding met de energiekern in het individu. De religieuze mens zegt: de ziel zoekt zijn eigen god. Hier ontmoeten wetenschap en religie elkander, hoewel de terminologie verschilt.

Zoals elke esotericus weet, ligt de ziel buiten het bereik van het ego en zijn trillingsvelden. De fysicus ontdekt dat de energiekern door niets aan te tasten valt, dat men deze niet fysisch kan verklaren: het is een voor de mens onbekende trilling of energie, en dus moet hij uit een hogere dimensie komen.

Iemand, die zich van deze energiekern afsluit b.v. bij ziekten of depressies, bij bitterheid of intellectuele kristallisatie, verwijdert zichzelf tevens van informaties, die boven het menselijke begrip liggen, informaties uit een hogere dimensie. Aldus bepaalt de mens zelf, wat hij weten wil, wat hij horen wil en is hijzelf dus verantwoordelijk voor zijn innerlijke ontwikkeling.

Geestelijke ontwikkeling is hetzelfde als: groeien naar een hoger dimensionaal levensveld. Het contact met hogere dimensies brengt het geestelijke denken boven de menselijke maatstaven.

De mens ontwikkelt de ziel niet, maar de ziel ontwikkelt de mens.

De mens probeert het veelal vanuit zijn eigen mogelijkheden; men redeneert altijd vanuit het menselijke denken, men probeert zich geestelijk te ontwikkelen of te verruimen, via de begrijpelijke mogelijkheden, dus altijd via door mensen begrensde begrippen.

Als men wil mediteren zoekt men een, voor zichzelf, begrijpelijke methode; als men kennis wil vergaren, zoekt men lessen, leringen, cursussen.  Noch de eerste noch de tweede methode zijn in overeenstemming met die zeer individuele energiekern of ziel. De ziel zoekt, niet de mens.

De mens verlangt andere dingen dan de ziel. Hetgeen logisch is.

De ziel heeft geen moeite om zich in het onbegrensde te bewegen, slechts het ego-denken kan dit niet. Daarom worden er methoden bedacht om dit ego-denken terug te dringen, maar bij hen in wie de ziel, als een levende aanwezigheid spreekt, is dit niet nodig. 

Hoe meer deze ziel (een bewezen energiekern) in wisselwerking staat met zijn eigen levensveld, des te krachtiger de mens bovenmenselijke informaties ontvangt. De levenshouding volgt daarna, hij gaat nooit vooraf, maar is een vanzelfsprekend gevolg van iets. Men kan mensen nooit in een gemeenschappelijke levenshouding dwingen, omdat levenshouding groeit als gevolg van een innerlijke ontwikkeling en deze is weer zeer individueel.

Gelijke innerlijke informaties vormen de verbintenis tussen zielen en dus tussen geestelijk zich oriënterende mensen.

Zowel inkeer als weten van het hart brengen zielen op eenzelfde weg, een universele weg, zonder naam, zonder beperking.

Inkeer brengt gnosis (hart-denken of innerlijke informatie) en gnosis brengt inkeer. Daarom zal zulk een mens tot een andere kennis of een ander weten komen, iets dat niet aan te leren, noch te bestuderen is. Een gnosis die blijvend is en die de mens hier en in gene zijde in een levensveld plaatst, dat met zijn ziel overeenkomt.

Het ego vertegenwoordigt de energiekern of de zg. ziel voor de absoluut aardse mens, bij hem is een concentratie van hogere dimensies afwezig. De Lichtzoon of de Zoon van de Goddelijke Zon bezit altijd de concentratie van dit goddelijke trillingsveld als antenne voor geestelijke informatie of contact. Zelfs de fysica kan bewijzen, dat er schepsels zijn zonder deze zonne-ziel en schepsel met deze zonne-ziel. Slechts de betiteling is anders.

Een geestelijk, dus hoger dimensionaal contact tussen deze beide schepselsoorten is onmogelijk, er is uitsluitend een lager dimensionaal contact mogelijk, indien de Zoon des Lichts zijn ziele-trilling uitschakelt. De ene doet dit snel en soms veelvuldig, de andere kan dit niet meer, omdat zijn ziele-trilling te krachtig werkt; weer een andere zoekt met zijn ziele-trilling zijns gelijken en beweegt zich hiervoor in vele trillingsvelden.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene