De geestelijke mens is elk moment van de dag, direct of indirect, met de geest bezig. Hij is overkleed met die geest, dus hij verliest de herinnering aan die geest nooit. Hij kan zich dus nooit met hart en ziel in een ego-besogne storten. Dat kan een massamens wel, dat kan ook een geprononceerd ego-individu, een begaafd, arrogant, sterk mens, een zg. prachtig gekleurde vis. En deze zal zichzelf altijd vergeten in de één of andere vorm van agressie. Zelfverdediging, onverschillig op welke geraffineerde manier en via welke oerzonde hij dit doet.

Het gezamenlijke geconcentreerd zijn op de geest, wordt het sterkste als elk individu zijn eigen kleur behoudt, dus nooit gedwongen wordt tot een bepaalde, voorgeschreven methode, die zijn kleur aantast. Het harmoniëren van de vele kleuren wordt tenslotte de volheid van het kleurenspectrum.

Dan zou zulk een gemeenschap, zoals Basilides die omschrijft, een onaardse kleur verkrijgen, boven één van de kleuren staan.

De onaardse kleur is allereerst goud, als teken van eenheid, en tenslotte wit, als teken van het volkomen opgaan in het Niets, dat dan op zichzelf dus Volledig is.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene