Voor velen is het begrip: etherisch lichaam, normaal.

Dat zich in dat etherische lichaam zeven hoofdbrandpunten of chakra's bevinden, weet men, veelal theoretisch, eveneens.

De tijdsontwikkeling brengt mede, dat deze oude wetenschap nu door instrumenten kan worden gecontroleerd en zo heeft men deze chakra's ook ontdekt, evenals 29 kleinere chakra's en 49 energiepunten. Op dezelfde wijze ontdekte men de acupunctuur-punten in de huid, die in verbinding staan met de etherische krachtcentra, die de mens door bepaalde gedragslijnen kan stimuleren.

Men kan wel zeggen, dat de mens niet meer onwetend van de esoterie kan blijven, zelfs als hij ongelovig of materialistisch is. Vanzelfsprekend brengt zulk een wetenschappelijke ontwikkeling bepaalde resultaten mede. De theoreticus kan door het nuchtere instrument ontmaskerd worden.

De levensgerichtheid van de mens is immers af te lezen van zijn energie-uitstraling, terwijl zijn kleurennuancen vertellen welke emoties er in hem leven. Was dit een kwart eeuw geleden nog een filosofie, nu is het een feitelijke toestand geworden, althans in de ogen van voorheen ongelovigen.

Het is merkwaardig dat eeuwenlange studie in de oosterse en westerse filosofieën de mens in verhouding weinig heeft veranderd; de techniek werkt dwingender, omdat niemand zich in de 'kaart wil laten kijken'.

Waardoor kan de mens nu zijn energie opvoeren, waardoor kan hij zijn etherische kleurenspectrum harmoniseren? 

Het etherische gaat vooraf aan het fysieke, het fysieke zal derhalve het etherisch niet kunnen beïnvloeden.

Nu bevinden zich tussen het fysieke en het etherische veld middelaars, o.a. denkkracht, emotionele bewogenheid en het zenuwstelsel, als fysiek organisme. Daarbij komen nog de welbekende klieren met interne secretie, die direct in contact staan met de chakra's. 

Wil de mens iets aan zijn etherische uitstraling doen, dan ligt het voor de hand dat hij moet beginnen met zijn denk- en emotionele leven. 

Het zenuwstelsel is een reactor, evenals de klieren.

De denkrichting is bepalend voor de kleur- en trillingshoogte binnen het etherische veld, evenals de emotionele bewogenheden en motivaties. Emoties kan men beheersen en gedachten kan men trainen, maar niet door de wil, omdat deze eerder een tegenspeler dan een medespeler van de mens is.

Wanneer men zegt: « Als je iets heel graag wilt, krijg je het », ligt het zwaartepunt bij het emotionele verlangen en de denkrichting.

Wanneer men er niet in slaagt zichzelf te veranderen, wil men in wezen niet, d.w.z. denk- en emotionele richting ontsnappen aan de theorie van de mens.

In alle oude en hedendaagse filosofieën, houdt men de mens voor dat hij zich moet overgeven. Het doel waaraan men zich overgeeft is dan bepalend voor de trillingscoëfficiënt en de kleurnuance van de etherische uitstraling van de mens. Afstemmen op een meester geeft de gehele groep de kleur van de meester; een religieuze organisatie werkt evenzo. Vooropgesteld dat men in staat is consequent in gedachten en emoties met de meester of de organisatie bezig te zijn. Zo zal het gelijke het gelijke ondersteunen. Elke individuele denkvrijheid doorkruist aldus deze gelijkgerichtheid.

Individuele geestelijke ontwikkeling zal binnen zulk een gelijkgestemde menigte vrijwel onmogelijk zijn en men kan zeggen, dat de groep als zodanig een begrensde mogelijkheid bezit. Dit in tegenstelling tot het individu, dat doorlopend aan zijn ontplooiing kan werken.

In de natuur zijn de meest felle en sprookjesachtig gekleurde vissen, eenlingen, hol- en spleetbewoners. Zij dulden geen soortgenoten, geen concurrent in hun buurt. De minder spectaculaire vissen zijn schoolvissen en deze hebben altijd een soort eerbied of vrees voor de kleurige eenlingen.

Bij de mens kan men hetzelfde fenomeen onderkennen.

Er zijn massamensen en er zijn individuen, die zich aan de massa ontworstelen en zichzelf daardoor etherisch kleuren. De massa draagt nooit een individuele kleur. Uit de lessen uit het Boek der Natuur leert men ook dat individuen vrijwel onmogelijk zijn samen te voegen, ze worden agressief en vreten elkander.

Reden: zelfhandhaving, positiebevestiging. Dus identiek aan wat men in de maatschappij tegenkomt. Een geestelijk mens wordt verondersteld zich hieruit terug te trekken. Gaat hij zich individueel ontwikkelen, krijgt hij dus zijn specifiek eigen kleuren, dan ontwikkelt zich gelijktijdig zijn individuele agressie of zijn hoogmoed, die geen aanval op zijn eigen ik verdraagt .

Vandaar dat alle filosofische theorieën nooit in staat zullen zijn dit gewone natuurlijke gedrag te veranderen. En verandering of geestelijke ontplooiing is datgene dat het geestelijke individu zoekt. Hij krijgt het veel moeilijker dan zijn medemensen in de mensenscholen. Hij provoceert, zo te zeggen, zijn ontwakende natuurlijke zelfhandhaving. Hij komt dus, wat de alchemie zo mooi uitbeeldt, tegenover zijn ontwakende zelf te staan.

Zoals men weet: vechten tegen dat ontwakende ego heeft geen zin. Het doen inslapen, of het zich laten overgeven, is de sleutel tot de oplossing. Dat wil dus zeggen: ontwaakt tot geestelijk bewustzijn, loskomende van de kleurloze massa moet de geest trachten dit ontwakende ego opnieuw te doen inslapen.

Dat is de moeilijkheid waarmede alle individuele mensen te kampen hebben. De louter theoretische individuen kennen die moeilijkheid beslist niet. Zij zoeken slechts een andere school om zich bij te voegen en hun etherische kleuren worden dan niet verder genuanceerd.

Wanneer de volksmond zegt: « hij behoort tot de kleurloze massa », is dit dus een uitspraak gebaseerd op een natuurwet.

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene