35 - De stralingswetten

Niemand is verder van de waarheid dan hij die alle antwoorden weet.


Voor velen is het begrip: etherisch lichaam, normaal.

Dat zich in dat etherische lichaam zeven hoofdbrandpunten of chakra's bevinden, weet men, veelal theoretisch, eveneens.

De tijdsontwikkeling brengt mede, dat deze oude wetenschap nu door instrumenten kan worden gecontroleerd en zo heeft men deze chakra's ook ontdekt, evenals 29 kleinere chakra's en 49 energiepunten. Op dezelfde wijze ontdekte men de acupunctuur-punten in de huid, die in verbinding staan met de etherische krachtcentra, die de mens door bepaalde gedragslijnen kan stimuleren.

Men kan wel zeggen, dat de mens niet meer onwetend van de esoterie kan blijven, zelfs als hij ongelovig of materialistisch is. Vanzelfsprekend brengt zulk een wetenschappelijke ontwikkeling bepaalde resultaten mede. De theoreticus kan door het nuchtere instrument ontmaskerd worden.

De levensgerichtheid van de mens is immers af te lezen van zijn energie-uitstraling, terwijl zijn kleurennuancen vertellen welke emoties er in hem leven. Was dit een kwart eeuw geleden nog een filosofie, nu is het een feitelijke toestand geworden, althans in de ogen van voorheen ongelovigen.

Het is merkwaardig dat eeuwenlange studie in de oosterse en westerse filosofieën de mens in verhouding weinig heeft veranderd; de techniek werkt dwingender, omdat niemand zich in de 'kaart wil laten kijken'.

Waardoor kan de mens nu zijn energie opvoeren, waardoor kan hij zijn etherische kleurenspectrum harmoniseren? 

Het etherische gaat vooraf aan het fysieke, het fysieke zal derhalve het etherisch niet kunnen beïnvloeden.

Nu bevinden zich tussen het fysieke en het etherische veld middelaars, o.a. denkkracht, emotionele bewogenheid en het zenuwstelsel, als fysiek organisme. Daarbij komen nog de welbekende klieren met interne secretie, die direct in contact staan met de chakra's. 

Wil de mens iets aan zijn etherische uitstraling doen, dan ligt het voor de hand dat hij moet beginnen met zijn denk- en emotionele leven. 

Het zenuwstelsel is een reactor, evenals de klieren.

De denkrichting is bepalend voor de kleur- en trillingshoogte binnen het etherische veld, evenals de emotionele bewogenheden en motivaties. Emoties kan men beheersen en gedachten kan men trainen, maar niet door de wil, omdat deze eerder een tegenspeler dan een medespeler van de mens is.

Wanneer men zegt: « Als je iets heel graag wilt, krijg je het », ligt het zwaartepunt bij het emotionele verlangen en de denkrichting.

Wanneer men er niet in slaagt zichzelf te veranderen, wil men in wezen niet, d.w.z. denk- en emotionele richting ontsnappen aan de theorie van de mens.

In alle oude en hedendaagse filosofieën, houdt men de mens voor dat hij zich moet overgeven. Het doel waaraan men zich overgeeft is dan bepalend voor de trillingscoëfficiënt en de kleurnuance van de etherische uitstraling van de mens. Afstemmen op een meester geeft de gehele groep de kleur van de meester; een religieuze organisatie werkt evenzo. Vooropgesteld dat men in staat is consequent in gedachten en emoties met de meester of de organisatie bezig te zijn. Zo zal het gelijke het gelijke ondersteunen. Elke individuele denkvrijheid doorkruist aldus deze gelijkgerichtheid.

Individuele geestelijke ontwikkeling zal binnen zulk een gelijkgestemde menigte vrijwel onmogelijk zijn en men kan zeggen, dat de groep als zodanig een begrensde mogelijkheid bezit. Dit in tegenstelling tot het individu, dat doorlopend aan zijn ontplooiing kan werken.

In de natuur zijn de meest felle en sprookjesachtig gekleurde vissen, eenlingen, hol- en spleetbewoners. Zij dulden geen soortgenoten, geen concurrent in hun buurt. De minder spectaculaire vissen zijn schoolvissen en deze hebben altijd een soort eerbied of vrees voor de kleurige eenlingen.

Bij de mens kan men hetzelfde fenomeen onderkennen.

Er zijn massamensen en er zijn individuen, die zich aan de massa ontworstelen en zichzelf daardoor etherisch kleuren. De massa draagt nooit een individuele kleur. Uit de lessen uit het Boek der Natuur leert men ook dat individuen vrijwel onmogelijk zijn samen te voegen, ze worden agressief en vreten elkander.

Reden: zelfhandhaving, positiebevestiging. Dus identiek aan wat men in de maatschappij tegenkomt. Een geestelijk mens wordt verondersteld zich hieruit terug te trekken. Gaat hij zich individueel ontwikkelen, krijgt hij dus zijn specifiek eigen kleuren, dan ontwikkelt zich gelijktijdig zijn individuele agressie of zijn hoogmoed, die geen aanval op zijn eigen ik verdraagt .

Vandaar dat alle filosofische theorieën nooit in staat zullen zijn dit gewone natuurlijke gedrag te veranderen. En verandering of geestelijke ontplooiing is datgene dat het geestelijke individu zoekt. Hij krijgt het veel moeilijker dan zijn medemensen in de mensenscholen. Hij provoceert, zo te zeggen, zijn ontwakende natuurlijke zelfhandhaving. Hij komt dus, wat de alchemie zo mooi uitbeeldt, tegenover zijn ontwakende zelf te staan.

Zoals men weet: vechten tegen dat ontwakende ego heeft geen zin. Het doen inslapen, of het zich laten overgeven, is de sleutel tot de oplossing. Dat wil dus zeggen: ontwaakt tot geestelijk bewustzijn, loskomende van de kleurloze massa moet de geest trachten dit ontwakende ego opnieuw te doen inslapen.

Dat is de moeilijkheid waarmede alle individuele mensen te kampen hebben. De louter theoretische individuen kennen die moeilijkheid beslist niet. Zij zoeken slechts een andere school om zich bij te voegen en hun etherische kleuren worden dan niet verder genuanceerd.

Wanneer de volksmond zegt: « hij behoort tot de kleurloze massa », is dit dus een uitspraak gebaseerd op een natuurwet.

De denkrichting van de mens moet zich verruimen langs zeer persoonlijke banen en vanuit een kern die zich in elk individu bevindt. De zg. 'overgave' heeft aldus twee aspecten: activiteit en inactiviteit. Elke concentratie of bezinning moet ook deze tweevoudigheid kennen. Het wegzinken in een bepaald groepsdenken, in een bepaalde groepsgedragslijn maakt van het individu opnieuw een schoolvis.

Met behoud van eigen kleurnuance behoort de geestelijke mens zich te kunnen samenvoegen met zijn individuele soortgenoten, d.w.z. met zijn geestelijke verwanten of Lichtzonen.

Dat is een gedragslijn die anti-natuurlijk is en uitsluitend geestelijk. Vandaar dat de resultaten summier zijn: hierin slagen slechts de waarlijk geestelijke individuen. De tussenfase is het trachten samen te gaan met de geprononceerde, dus reeds geestelijke, mensen. De tussenfase bestaat uit een zelfbeheersing voor wat betreft het natuurlijke ego, waarin de concurrentie en agressieve drift altijd aanwezig zijn en het zich in denken en emotie afstellen op de geest, die deze driften niet kent.

Het is de overgangsperiode waarin waarachtig willende en hunkerende geestelijke individuen zich bevinden.

Men zegt: « een geestelijk mens vecht niet, concurreert niet, streeft niet, bezit geen agressie ». Goed! Maar de massamens bezit deze ook niet. Die driften worden in hem opgewekt door een leidend individu. In elk individu, (d.w.z. iemand, die zich losmaakt van de massa en zich ontplooit), staan deze instinctieve driften op. Indien dit niet het geval is, is hij nog geen individu, maar een massamens, iemand, die wordt gemanipuleerd, onverschillig door wie of wat.

Een andere kwestie is of de geestelijk ontwakende mens aan deze manipulaties toegeeft, in gedachten, in verborgen emoties. Vanzelfsprekend laat hij zich nooit openlijk gaan, dat is deze mens beneden zijn waardigheid, behalve wanneer een soortgenoot, een sterk en begaafd individu hem naar de kroon steekt.

Deze situatie kan men in alle religieuze, maatschappelijke, esoterische en kunstzinnige groeperingen zien: de vrees voor gezichtsverlies. De angst om een sterker, begaafder, 'geestelijk wijzer' mens naast zich te vinden. Dat is geen ingeboren vrees van de massa's, maar van de individuen.

De massamens zoekt altijd een leider, een individu, dus heeft hij hem nodig. Het individu zoekt een massa, een gehoor, een discipelenkring. Elk zich geestelijk ontwikkelend individu moet door deze confrontatie met het instinctieve ego heen.

Slechts de grootste wijzen weten dat dit een beproeving is; alle anderen hebben schone theorieën, maar kennen de praktijk niet.

Het zich vasthouden aan de hand van een meester, voorkomt deze confrontatie, evenals het een individuele ontwikkeling voorkomt.

En dat is prettig.

Dat zal althans de zich nog niet losgemaakte mens als aangenaam ervaren, maar het reeds enigszins ontwikkelde individu gruwt ervan. Hij kan er niet tegen in zijn innerlijke ontplooiing te worden afgeremd. Dit zijn de mensen, die beslist in een confrontatie-situatie met hun ontwaakte, zeer individuele ego worden gebracht. En dan gaat het er maar om: wie wint?

De geest of het ego?

Dat is nu te herkennen aan hun etherische trillingscoÎfficiÎnt en hun kleurengamma. Zelfs hun diverse beslissende ontmoetingen zijn daaruit af te lezen. Omdat elke overwinning, evenals elke nederlaag een bepaalde kleurennuance vormt.

Deze confrontatie heeft niets te maken met de aard van de persoonlijkheid, zijn sterrenbeeld of dergelijke; hoogstens verschillen de confrontaties enigszins, omdat elk ego zijn eigen kleurenspectrum, dus zijn eigen karaktersamenstelling bezit.

De geest is echter universeel; geestelijke ontwikkeling bezit altijd een trilling en een kleurnuance, die uit één bron en één kleur voortkomen. Zoals goud en diamant dezelfde trillingscoÎfficiÎnt bezitten, zo zijn de geestelijke gouden kleur en de geestelijke trilling in overeenstemming met elkander.

Ontspannen mensen slagen erin hun kleurenspectrum en hun trillingen op elkander af te stemmen en dat geeft een gevoel van bevrijding, rust, een sensatie dat men geestelijk alles kan.

Maar het verhoogt en veredelt noch de trillingen noch de kleuren.

Daarom moet men allereerst komen tot een staat van voortdurende ontspanning, om van daaruit te gaan veredelen of verhogen.

Alle pogingen die te vroeg worden aangewend geven spanning, verwarring, vlucht in theorieën en zucht naar bescherming van de groep. Dat is niet erg, maar het heeft nog niets te maken met het zich ontplooien tot een geestelijk individu. Als men nog de lichtloze diepte zoekt, is het onzinnig te spreken over het licht.

Iemand, die het licht provoceert of er werkelijk naar verlangt, moet ook de consequenties aanvaarden, die dat licht of die verlichting veroorzaken. Licht is niet uitsluitend warmte, prettige ervaringen. Licht is ook ontmaskerend en slechts zij, die de diepte of de situatie binnen de massa's door en door kennen, deze werkelijk zat geworden zijn en het er benauwd van krijgen of kregen, kunnen de werking van dat licht tegemoet gaan en staan dan ook sterk in zijn consequentie, zoals b.v. de confrontatie met de verborgen egokrachten.

Het is volstrekt niet nodig doorlopend over dat ego te denken, problemen op te werpen. Hij, die zich in denken en emoties ontwikkelt, zich veredelt, zal wel bemerken wat hij ontmoet op zijn weg. De overgave is voor elk individu moeilijk. Iemand, die zijn gedachten niet kan beheersen, vecht eveneens met die overgave. Een actieve geest moet het ego inactief maken.

De geest moet vol zijn, het ego ledig.

Zich ontledigen kan men slechts door de volheid van de geest. Elke andere methode is een oefening of een onderdrukking, die zich op andere wijze wreekt.

De geestelijke mens is elk moment van de dag, direct of indirect, met de geest bezig. Hij is overkleed met die geest, dus hij verliest de herinnering aan die geest nooit. Hij kan zich dus nooit met hart en ziel in een ego-besogne storten. Dat kan een massamens wel, dat kan ook een geprononceerd ego-individu, een begaafd, arrogant, sterk mens, een zg. prachtig gekleurde vis. En deze zal zichzelf altijd vergeten in de één of andere vorm van agressie. Zelfverdediging, onverschillig op welke geraffineerde manier en via welke oerzonde hij dit doet.

Het gezamenlijke geconcentreerd zijn op de geest, wordt het sterkste als elk individu zijn eigen kleur behoudt, dus nooit gedwongen wordt tot een bepaalde, voorgeschreven methode, die zijn kleur aantast. Het harmoniëren van de vele kleuren wordt tenslotte de volheid van het kleurenspectrum.

Dan zou zulk een gemeenschap, zoals Basilides die omschrijft, een onaardse kleur verkrijgen, boven één van de kleuren staan.

De onaardse kleur is allereerst goud, als teken van eenheid, en tenslotte wit, als teken van het volkomen opgaan in het Niets, dat dan op zichzelf dus Volledig is.

De twee activiteiten tot succes zijn: zich actief vrij denken en zich overgeven aan het Niets.

Deze twee activiteiten wisselen elkaar af. De ene mag nooit sterker zijn dan de andere, maar zij dienen zich zuiver te verhouden als yin en yang.

Tenslotte gaan zij in elkander over en wordt het individu de motorische kracht van hun bewegingen. Dan is hij voor zijn medemensen een Abracadabra-mens geworden, iemand, die zij niet begrijpen, maar die hen wel begrijpt. Een kind van Abraxas, die god van het Pleroma, waar volheid en ledigheid de energie vormen.



1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene