Een lichtdrager kan echter zeer eenvoudig en gemakkelijk de binding tot stand brengen, door middel van een geconcentreerde gedachte.

Een rituaal, indien magisch bediend, trekt het lichtveld op met alle gezegende resultaten die daaraan verbonden zijn.

Zelfstandige lichtdragers, dus degenen die zelf licht kunnen toevoegen, denken, zeer geconcentreerd, het rituaal mede, terwille en ten dienste van het geheel. 

De geestelijk arbeidende lichtdragers luisteren dus niet uitsluitend, maar zij geven tevens af. Zoiets kunnen zij tijdens iedere concentratie doen en dat zullen zij ook doen.

Dit is eigenlijk de bedoeling van ieder rituaal, elke meditatie, concentratie: ten eerste licht toevoegen, in zichzelf en in het lichtveld; ten tweede: steeds meer inzicht verkrijgen in de wetten achter de levensvormen en levensnormen, zodat de motivatie tot licht toevoegen steeds dringender wordt en zo de ziel niet slechts levend houdt, maar tevens doet groeien.

Zonder het vergroten van het inzicht vervlakt de motivatie, glijdt men af in de warmte-koestering. Zonder toevoeging verstikt men in de overheersing van de omringende machten en vooral van de magische machten, die zichzelf wel met hun lichttrilling bijladen.

De diepten, of de vele nuancen binnen het samengaan met de naasten behoort men te kennen en nu daaraan te ontstijgen zonder aan diepte of warmte in te boeten.

Om de diepte te kennen moet men dus zelf innerlijk diep zijn.

Wanneer men zegt: « Hij heeft geen diepte », betekent dat, dat hij oppervlakkig is, dus noch diepte noch hoogte kent.

Ook de egocentrische hoogmoedige kent dit gebrek, omdat hij de diepte rondom zich, in het gemeenschappelijke, niet onderkent, mist hij het eveneens in zichzelf. Hij ontwikkelt zijn innerlijke diepte niet, hij koestert slechts zijn 'hoogte' en wordt hoogmoedig in de onaangename betekenis van het woord.

Uit de innerlijke 'diepte' van de verheven lichtbezitter komt nl. niet slechts warmte, maar vooral licht. Hij 'verlicht' zijn naasten en door die verlichting gevoelen zij zich gesterkt, bemoedigd.

De ingeboren lichtsleutel opent voor de mens deuren, maar hij moet wel doorlopend gebruikt worden, zodat de vele deuren tot aan de hoogste top, alle geopend worden. 

Hoe meer men ontdekken zal, des te duidelijker bemerkt men, dat hetgeen men weet is als een druppel in een oceaan van onwetendheid. Om niet in die oceaan van onwetendheid te verdrinken, moet men druppel na druppel drinken uit de universele kennis, totdat de innerlijke bron zal zijn als een oceaan, waarvan eventueel de naasten druppel na druppel drinken kunnen, zonder dat de bron ooit opdroogt!

En dit drinken is als de concentratie, het toevoegen, het zichzelf laven; wat intellectuele kennis nooit doet.

Er ligt dus een enorme arbeid, die men, als mens, kan verrichten, doch deze arbeid kost geestelijke inspanning, maar hij die volhoudt, zal winnen. Hij zal bemerken, dat innerlijke vreugde al zijn moeiten ruimschoots vergoedt!


1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene