Het is natuurlijk sinds lang bekend in de esoterische wetenschappen, dat de mens straling afgeeft. Deze straling verschilt, al naar gelang de moleculaire of atomaire samenstelling.

De psyche heeft een ingrijpende invloed op de materie, dus ook op de stoffelijke mens en kan zijn atomaire, dan wel moleculaire samenstelling veranderen, hiermede tevens zijn straling veranderend. De wisselwerking tussen de stralingen van de scheppingen onderling en hun verhouding tegenover de kosmische stralingen van de hemellichamen, beïnvloeden intensief het bio-energetische veld, waarin de mensheid leeft.

Geestelijke regeneratie heeft dus wel degelijk een invloed op het organisme en hetgeen men in de planten- en dierenwereld ontdekt, (dat een bloeddruppel of een blad van een ziek proeflichaam een middel is tot zijn genezing), kan men tevens toepassen op de mens. Zoals de mensen onderling bio-energetisch in wisselwerking staan met elkander, zelfs buiten hun wil om, zo kan men de mens ook met zichzelf in bio-energetische wisselwerking brengen. 

Dit is de basis van de geestelijke en lichamelijke zelfgenezing.

De automatische electrische wisselwerking met de omliggende scheppingen en schepselen heeft een dermate sterke invloed op de mens, dat men veelal gemanipuleerd wordt zonder dat men het weet of wil.

Kennis van de etherische of psychische verhoudingen is daarom dringend noodzakelijk voor allen die zichzelf vrij willen maken van funeste invloeden. Zelfregeneratie is het in wisselwerking treden met het eigen etherische lichaam. De arts of de radiësthesist doet dit met behulp van een bloeddruppel, de mens kan het tevens doen door middel van zijn gedachtenconcentratie.

Door het bundelen van zijn etherische electriciteit en deze over het gehele stelsel uitspreiden. Hierdoor worden zieke of zwakke organen opnieuw gestimuleerd.

Indien men dus een zelfstandig individu wil worden dat rustig kan werken aan zijn geestelijke en stoffelijke regeneratie, moet men zijn radionische contact met de omgeving zeer nauwgezet onderkennen. Elke psi-genezer weet dat een foto een etherisch contact onderhoudt met de betreffende persoon; radionisch kan dat bewezen worden. Ieder bewust geestelijk mens zal hiermede dus rekening houden.

De wetenschap omtrent de etherische wisselwerkingen is grotendeels verloren gegaan, doordat de orthodox materiële wetenschappelijke onderzoekers geen motivatie kunnen vinden voor deze feiten. Ieder zich geestelijk ontwikkelend mens houdt in zijn leven echter rekening met tal van feiten: bv. de staat van zijn omgeving en werk, de mensen waarmede hij doorlopend omgaat en de situatie binnen zijn denkleven.

De enige mens, die zich geestelijk ontwikkelen kan, is de bewust denkende en levende mens, die zijn eigen levensweg en zijn omstandigheden bepaalt. Elk compromis doet hieraan meer of minder afbreuk. Een compromis is het zichzelf gedeeltelijk, dan wel geheel gewonnen geven of blootstellen aan invloeden, die men in wezen niet mag.

Om niet aan compromissen te gronde te gaan, moet men bij voorbaat weten, dat men deze etherisch (bio-energisch) beheersen kan. Terughoudendheid, op een vriendelijke wijze, is dus in vele situaties geboden. Het mede bewegen met de overmacht, omdat men hem in zijn hart vreest, berooft de mens van zijn etherische kracht of zijn straling, waardoor hij altijd enige vorm van ziekte aankweekt. Ziekte in de betekenis van het zich ongelukkig gevoelen, dan wel zichzelf organisch ondermijnen.

Uit deze innerlijke tegenstand tegenover diverse vormen van de maatschappij, zijn velerlei ziekten voortgekomen en ontstaan er aldus steeds nieuwe.

Zich ongelukkig gevoelen, onverschillig waardoor, is altijd een kwestie van ondermijning: men verspilt zijn levenskracht, zijn licht. Licht is het onontbeerlijke element, dat noodzakelijk is voor zowel geestelijke als lichamelijke ontwikkeling. De ziel behoeft een andere lichtsterkte dan het lichaam, maar het ontbreken van één van beide vormen, tast de mens psychisch dan wel lichamelijk aan. Elk mens heeft zijn eigen lichtsterkte, maar geeft door zijn organische en psychische structuur aan welke lichtsterkte hij behoeft.

Dat is dus de sleutel, die op zijn noden past, die hem met een religie of een maatschappijvorm verbindt, of hem daarvan verwijdert. Deze ingeschapen sleutel, die men zelf kan hanteren, zelfs kan veranderen, kan men echter nooit veranderen door de wil, noch door goede bedoelingen, het, terwille van iets of iemand, medebewegen. 

Deze ingeboren sleutel gaat veel verder dan anti- of sympathie, hij opent en sluit diverse deuren, zowel geestelijk als materieel.

Hoe meer nu de mens zich geestelijk en vrij ontwikkelt, des te unieker wordt deze sleutel, waardoor hij vele deuren niet meer wenst te openen, omdat hij hun verborgenheid kent en hij wenst des te meer deuren te sluiten. Daar vormt zich dus die veelbesproken eenzaamheid, die echter niet als zodanig ondervonden wordt. Ook ziet men zo die afgescheidenheid of, zoals Basilides dat noemt, die afzonderlijkheid, optreden.

Uit het kennen ontstaat de kieskeurigheid. Uit de intensieve confrontatie en het onderkennen van de diepte komt het heimwee naar de hoogte. Anders gezegd: wanneer men werkelijk ergens in vastgelopen is, gaat men iets anders zoeken. De ingeboren lichtende sleutel brengt mensen tot elkaar, maar verwijdert hen ook van elkaar. Men kan jarenlang redelijk goed met iemand opschieten, maar in diepste wezen, soms zonder dat de mens het wil erkennen, vanwege allerlei valse motivaties, komt de breuk, omdat de sleutels totaal verschillende deuren openden en er dus bio-energetisch, etherisch, geen harmonie ontstaan kon.

Men moet elkander bijladen, nooit ontladen.

Vrienden kunnen, spiritueel gezien, elkander bijstaan, elkander uit benarde situaties helpen, maar dat moet altijd tijdelijk zijn.

Astrosofisch gezien kan iemand met een bepaalde sterke planetaire verbintenis weerstand opwekken bij iemand met een tegengestelde planetaire verbintenis. Alle kosmische stralingen verhouden zich eveneens als opbouw en afbraak.

Hierop bouwen de astrologen hun theorieën van de zich anti- en sympathiek verhoudende astrologische typen. In wezen is het een theorie die de disharmonie incalculeert. De ingeboren sleutel werkt totaal anders: de diverse typen onttrekken geen kracht aan elkander, maar de staat van hun etherische straling, die afhankelijk is van hun gevoel en denkkracht, bepaalt hun onderlinge verhouding. Het gaat dus om meer essentiële dingen of, spiritueel gezien, om het al dan niet aanwezig zijn van zielestraling.

De ziel zoekt, net als het organisme, haar gelijken. Zij ontwijkt spirituele ledigheid. Zij wil zich net zo sterken als de mens zichzelf wil sterken, dan wel bio-energetisch in stand wil houden.

De ingeschapen lichtsleutel van een zielemens verschilt met die van een zielloos mens. Mensen, die uitsluitend hongeren naar warmte en geen behoefte gevoelen aan licht, zijn, zielgesproken, zeer zwak. De lichtzoekers vinden altijd contact met elkander, omdat licht de essentie is van alle innerlijke speurtochten. In het licht, dus ook in het lichtende lichaam van de mens, zijn alle voorwaarden tot innerlijke groei aanwezig.

Dus ook het medicijn tot organische en geestelijke regeneratie.

De bron van deze doorlopende lichtkracht ligt echter in de mogelijkheid van toevoegen. Toevoegen is iets anders dan regenereren, het reeds aanwezig zijnde licht kan de mens organisch regenereren.

De ziel kan de mens eveneens geestelijk en lichamelijk regenereren. Maar toevoegen houdt uitbreiding in.

Uitbreidng is innerlijke expansie. En uit deze geestelijke expansie komen alle geestelijke gaven voort.

Het extraheren van licht kan uitsluitend geschieden door de mens zelf, op basis van zijn reeds aanwezige lichtkwantitieit.

Licht trekt licht aan, het gelijke trekt het gelijke aan, maar de lichtbezitter trekt licht aan en geeft licht af. Een ziel trekt een ziel aan en koestert een ziel. Het gemanipuleerd worden, vooral etherisch of bio-energetisch, ontneemt de mens de mogelijkheid tot lichttoevoer.

Licht extraheren gebeurt, doordat de innerlijke geconcentreerde lichtkracht zijn eigen lichttrilling uit iets of iemand puurt.

Een verzadiging van een bepaalde lichtkwaliteit, brengt de mens tot aan de grens van een hogere lichttrilling. Elke concentratie is dus opladen door middel van de innerlijke krachtbron. En zulk een gebed wordt altijd verhoord door de betreffende god, dus door de gelijke lichttrilling. Lichtbezitters aanbidden veelal dezelfde god, echter in diverse uitdrukkingen of lichtnuancen.

Zoals een kleur diverse nuancen kan hebben, maar nooit vloekt met zijn basiskleur, zo zullen lichtzoekers eveneens nooit onderling in disharmonie zijn. Het elkander bijstaan kan slechts succesvol zijn, op basis van de harmonische onderlinge lichtverhouding. Daarin verdwijnen de zodiakale tegengestelden.

Want ook de zodiakale kentekenen zijn ondergeschikt aan de basistrilling van het licht; de planetaire lichtkracht is afhankelijk van de zon. De kosmos is afhankelijk van een hogere lichtbron.

Hoe meer de mens erin slaagt licht toe te voeren, des te krachtiger, dus verhevener, zijn lichtkracht wordt en des te ondergeschikter daaraan de lagere lichtkrachten, dus scheppingen, worden. Zoals bacteriën niet tegen ultra-violet licht kunnen, zo vernietigt de hoge lichtdrager automatisch de hem aanvretende parasitaire machten. 

Een lichtdrager wordt vanzelfsprekend een magiër, omdat hij licht toevoegt door concentratie. Niet concentratie in de zin van mediteren, maar het bewust en zeer eenpuntig bundelen van de eigen lichtkracht. Dat is zoveel als de ingeboren, en verbeterde lichtsleutel, in een kosmisch slot steken.

De plant extraheert uit het zonlicht hetgeen zij nodig heeft en beschermt zichzelf biologisch tegen schadelijke stralen.  De geestelijke mens herschept de mogelijk schadelijke kracht via zijn ziel. Dat is zelfbescherming en tegelijkertijd toevoeging, terwijl het de geestelijke groei bevordert.

Over 't algemeen wordt de geestelijke zoeker wel geconfronteerd met zelfbescherming, in de vorm van opsluiting en afgrendeling binnen bepaalde trillingsvelden, maar zelden met het toevoegen.

Een lichtveld, gevormd door edele lichtdragers, is een ideale wisselwerkingsplaats voor groeiende en zoekende licht-hunkerenden, maar binnen zo'n veld zal de daaraan ontstegen, maar zich daarmede wel harmonisch verhoudende, lichtdrager zijn toevoeging praktiseren, om het lichtveld op te voeren en om zijn naasten, lichtdragers, daarmede te dienen.

Elkeen die zich, op onverschillig welke afstand, daarmede in verbinding stelt, ondergaat daarvan de zegenende werking.

Dat is een kosmische wet!

Iemand, die deze verbintenis niet zelf tot stand kan brengen, legt een voorwerp van zichzelf in dit veld neer om de binding te bevorderen. Dat is de bekende bio-energetische geneesmethode.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene