De zestien punten van de ware Zoeker komen veelal over als overbodige vermaningen tot de spirituele mens.

Helaas zijn elk van de punten echter dermate ontwricht door misvattingen en suggestieve meningen, dat de werkelijke betekenis van de zestien gaven op de achtergrond zijn gedrongen.

Niemand kan zichzelf tot een beter mens promoveren door zichzelf uur na uur te forceren anders te zijn dan zijn bewustzijn en hart hem ingeven. En als dit gebeurt maakt iedereen een karikatuur van zichzelf en de school des levens wordt niets anders dan een toneelschool.

Vrijwel alle methodieken, die heden ten dage zo veelvuldig over de hoofden van de mens worden uitgestort, gaan van de gedachte uit, dat de mens, met of zonder hulp van een hogere macht, in staat is meer van zichzelf te maken dan hij vermoedt.

De idee dat de mens in spiritueel opzicht onderontwikkeld is, is dus niet zo'n vreemde veronderstelling. Iedereen, die serieus getracht heeft, of nog tracht, met behulp van bezinning tot dieper inzicht en zelfkennis te komen, zal kunnen beamen dat hij onontgonnen gebieden in zijn innerlijk blootlegt en daardoor tot de meest verrassende ontdekkingen komt.

Indien deze inkeer algemeen werd gepractiseerd, zouden er heel wat takken van wetenschap overbodig en diverse wetenschaps-beoefenaars werkeloos worden.

De astrosofie raakt aan het gebied van de psychosofie en de cosmosofie; men kan de mens niet losdenken van zijn omgeving, noch kan men de ziel losmaken van het lichaam of het organisme losdenken van de psyche van de mens. 

Spirituele ontplooiing loopt altijd samen met organische, astrosofische- en zieleontwikkeling. Lichaam en ziel zijn nauw met elkaar verbonden. Geluk, gezondheid en innerlijke vrede zijn het gevolg van een lichaams- en zieleharmonie. Uit deze harmonische samenwerking komen als vanzelfsprekend de zestien punten voor de ware Zoeker voort, want een ware Zoeker is niemand anders dan een universeel, autonoom denkend en handelend gnostiek mens. 

De oprecht levende, waarachtig chresto-centrische mens zal deze gaven eveneens bezitten.

De naam Zoeker is slechts een aanduiding voor de eenheid: lichaam, ziel en geest, waaruit de universele harmonie voortkomt. De zestien punten zijn daarom niet specifiek het bezit van de Ware Zoeker, maar wel van de autonome, spirituele, universeel denkende mens.

Deze mens belijdt de Gerechtigheid, in tegenstelling tot de wetenschapsmens, die zich oriënteert in de gerechtigheid of het vaardig zijn met het recht.

Gerechtigheid is een eigenschap, die vooral door vuurtypen wordt nagestreefd, omdat gerechtigheid een uiting is van warmte.

Het is echter zeer moeilijk voor de nog niet tot innerlijke harmonie gekomen mens, om deze gerechtigheid in zijn volle diepte te herkennen, want gerechtigheid is het evenwicht tussen liefde en onbevooroordeeldheid. Daarom is het eerste punt het geduld zulk een beslissende stap in de geestelijke ontplooiing; niet voor niets verwijzen alle alchemisten naar de waarde van het geduld.

Om tot de volgende gaven te kunnen komen, moet men het geduld bezitten om inzicht te verkrijgen en inzicht leidt de mens naar de achtergrond van de uiterlijke leringen, dus ook van de aanduiding en het woord.

Interpretaties verdeelden de oorspronkelijke eenheid in denken in velerlei opvattingen en gedachtenbrokstukken; vanuit die interpretaties is het moeilijk om tot die eenheid terug te keren.

De stilte, die de schoot van het geduld is, kan de mens voeren tot de verborgen werking en de geestelijke kracht achter leringen en vormen. Om tot de verborgen kracht van de zestien punten te komen, zal men eerst de stilte moeten betrachten, de inkeer praktiseren en vooral de lichtende denkkracht beoefenen.

Zodra het denken licht (in de zin van inspiratie) bemerkt men dat de zestien punten bladeren zijn van een volmaakte harmonische bloem.

De gerechtigheid gebiedt de mens al deze bladeren samen te voegen, opdat de oorspronkelijke schoonheid van deze bloem in ere hersteld zal worden. De gerechtigheid dwingt de mens te handelen naar zijn geweten en het geweten is gerechtig tegenover zijn naasten en alle uitdrukkingsvormen die het ontmoet.

Een gewetensvol mens is altijd gerechtig. Zelfs als hijzelf daaronder schijnbaar schade zou lijden, zal hij toch de stem van zijn geweten volgen om de gerechtigheid te voltrekken, zijnde een gave van de oorspronkelijke ziel. Gerechtigheid houdt geen rekening met voor- of nadelen, maar is nimmer wondend, zoals velen veronderstellen van de waarheid. Geen van deze gaven verwonden een ziel, hoogstens attaqueren zij onwillekeurig het ego, maar dat gaat buiten de wens van de mens om.

Niemand heeft het recht zijn naasten aan te vallen op basis van een hoogmoedige betweterij. Gerechtigheid kan pas uitgedragen worden, wanneer de mens de edele kunst van de onbevooroordeeldheid meester geworden is.

In de maatschappij bestaat geen gerechtigheid, zelden is een mens gerechtig tegenover zijn naasten, er spelen altijd wel flarden van hoofdzonden mede, die een edele gave deformeren.

De mensen, die zich het meeste aan de ongerechtigheid ergeren zijn vooral de vuurtypen. Zij, die zich zo moeilijk terug kunnen trekken uit een bewogenheid en die zichzelf moeten beheersen om niet partij te worden in een strijd of op te komen voor een underdog. De emotionele mens is echter zelden of nooit gerechtig. De intellectuele mens kan rechtvaardig zijn en wondt daardoor dikwijls.

« God is gerechtig » staat er geschreven. Gerechtigheid houdt geen rekening met de tijd, noch met de wensen der mensen, noch met de logica. De gerechtigheid Gods voorzag de mens van een ziel, van een ingeboren geweten en intuïtie en stelde hem in staat op te klimmen tot de gerechtigheid der goden.

Dat de mens zijn mogelijkheden vergooide, heeft niets te maken met de gerechtigheid Gods. Zelfs de, voor menselijke begrippen onvoorstelbare, autonome vrijheid, die de mens oorspronkelijk medekreeg, is een bewijs van de gerechtigheid Gods.

Er werd geen rekening gehouden met de eventuele gevolgen.

De mens leert te denken over de gevolgen en leert mogelijke misslagen in te calculeren. De gerechtigheid is als de ervaringsweg, men ontkomt er niet aan als men praktische lessen gaat volgen, maar ook de onrechtvaardigheid zal dan minder worden, omdat de praktijk inzicht verleent in de relativiteit van de rechtvaardigheid.

Het resultaat is dat de mens geen loze leuzen meer schreeuwt, noch emotioneel geraakt wordt door onrechtvaardigheid.

Onrecht en recht spelen met elkaar als de schalen van een weegschaal, die door een kind bewogen worden. Men kan op hen niet bouwen. Slechts de gerechtigheid volgt zijn eigen weg en bewijst zich aan hen, die inzicht verkregen hebben in de geestelijke wetten. 

Liefde is hun motor, gerechtigheid is hun uitvoerder. Gerechtigheid is zulk een wijze levenservaring, dat de serieuze mens er altijd door tot nadenken komt.

Hij is tevens zulk een milde leraar, dat zijn pijnlijke berispingen gaarne aanvaard worden, omdat de gerechtigheid altijd vergezeld gaat van een — helaas niet altijd herkende — goedheid.

De gerechtigheid kan de mens behoeden voor misstappen en kwellingen en hem dwingen, ondanks zichzelf, zijn ziele-inspiratie te volgen. Een zich verongelijkt gevoelend mens is altijd een kortzichtig mens.

Wanneer men tot zelfkennis komt, zal men ontdekken hoe gerechtig het leven wordt, wanneer men de aanwijzingen van de intuÔtie en geweten volgt en zo dus altijd op een zieleweg belandt.

Geen enkele onthouding maakt de mens gerechtig of brengt hem in het bezit van één van de andere gaven, integendeel, zolang een onthouding gevoeld wordt als een gemis of een plicht, belet hij de ziel tot ontplooiing te komen en maakt de mens disharmonisch.

« Ik onthoud mij van commentaar ….. » zeggen sommigen te pas en te onpas. Hetgeen niets anders beduidt dan dat zij zich niet in het strijdperk willen wagen, hoewel zij beslist een bepaald standpunt huldigen. Onthouding is dikwijls verkapte angst.

De gerechtigheid dwingt de mens zichzelf te bewijzen en zichzelf te beproeven in hoeverre zijn onthoudingen op ware interesseloosheid berusten. Vanzelfsprekend brengt de gerechtigheid de mens zo tot aan de waarheidslievendheid.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene