Het volgende punt: onbevooroordeeld zijn, is daarom veelal een vlucht voor het eigen zelf.

Zich bezig houden met anderen wil altijd zeggen, zijn eigen situatie verlaten, negeren of soms volmaakt achten. Iedereen weet dat elke gedachte op de mens terugslaat, evenals elke emotie. Iemand, die snel, instinctief oordeelt, uitsluitend op een impressie, sluit zichzelf op in een standpunt, stelt zich op in de eigen mening. Gelijkmatigheid betekent eveneens: wees bereid de eigen mening te verlaten. Wees bereid onjuiste conclusies te erkennen, meer nog, deze te herstellen. Bevooroordeeld zijn is een deur dichtwerpen en door een minimaal klein venstertje de omgeving onderzoeken en beoordelen.

Wees open, maar bescherm het hart; wees bereid alles te ontmoeten, maar blijf jezelf.  Zichzelf zijn wil zeggen: de innerlijke mens aanwezig houden om hem te laten beoordelen, te laten strijden, te laten vergeven.

De mens is in zijn leven beladen met ontelbare vooroordelen, die men stuk voor stuk opnieuw moet aftasten en veelal wegwerpen.

Een vooroordeel berust altijd op een gebrekkige kennis of op een weerstand: het niet willen aanvaarden van het mogelijk juiste, uit vrees voor aantasting van het zelf.

Zichzelf worden is tevens: uit zijn opgelegde vooroordelen te voorschijn komen om alles wat men meent te weten aan de werkelijkheid te toetsen. Dat geeft vaak verrassingen.

Dan wordt de mens meer en meer zichzelf, degene die hij wezenlijk zijn wil. Men kan niet over het vervaardigen van een schilderij oordelen, als men het eerst niet zelf heeft beproefd.

Dat is tevens de activiteit die bedoeld werd in het begin van dit hoofdstuk: iedereen moet zich ervan overtuigen dat het juist is wat men aangeleerd heeft; alles wat men verzameld heeft moet in de praktijk worden getoetst. De praktijk van het leven is de leerschool voor de spirituele mens en die praktijk moet men zelf ondergaan. De spirituele weg is geen scholing, geen aangeleerde kunst, hij is de praktijk, die men binnengaat op basis van innerlijke voorbereiding en hoe beter die voorbereiding, des te intensiever de praktijk wordt.

Hoe meer men innerlijk ontdekt of vrijmaakt, des te zwaarder de levensopgaven worden. Dat is in werkelijkheid progressie, inwijding, bevordering.

Men geeft zelf het signaal wanneer men verder kan gaan.

In alle opzichten is de mens autonoom. Levenslessen gaan voort totdat men ze begrepen heeft. Elke doorleefde lering is een stuk levenspraktijk geworden, waaruit wijsheid groeit.

Eerzuchtloosheid — gelijkmatigheid — onbevooroordeeldheid — drie gaven die voortkomen uit harde, intensieve innerlijke ervaringen van de autonome mens. Zijn zij eenmaal verworven, dan kan geen enkele omstandigheid deze verworvenheden uitwissen.

Niemand kan zeggen: « Ik ben dit of dat ….. » of: « Ik heb dit of dat ….. ». De omstandigheid bewijst wie men is en wat men bezit. Daaruit moet men zijn conclusies trekken, daaruit wordt men milder tegenover zijn naasten en bemerkt men dikwijls dat de geest, die men zoekt, zich binnen het directe bereik bevindt, want men beschermt en bewaart hem, juist wanneer de zwaarste beproevingen komen.

Zoek daarom niet veraf hetgeen zich binnen het bereik bevindt.

Hij, die klopt en roept, krijgt antwoord. Deze relatie is de voorwaarde voor en het bewijs van een autonome levensweg.

De tegen de algemeen aanvaarde spirituele normen in opstand komende mens, wordt een ketter en zulk één vraagt om weerstand, totdat hij bemerkt binnen te komen in een ander levensgebied, een ander landschap. Zodra hij dat ontdekt heeft, wil hij opnieuw uitbreken, de waarheid achter de volgende bergen zoeken.

Er is geen einde, er is slechts een Goed Begin, dat het Goede Einde reeds in zich sluit.

Begin en Einde vormen één geheel, een eeuwigheid, een voortdurende wisselwerking tussen individuele geestziel en universele geest. 

Er is geen doel, er is slechts het ZIJN.

In deze overtuiging kunnen al het fanatieke streven, alle gezucht en gesteun, alle twijfels vervallen. Het geeft die wijdse innerlijke rust, waarin de ziel zich koestert in de bescherming van het Meer der Heerlijkheid, wiens golven haar Thuis voeren.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene